Tunesie en Italie deel 2 (slot)

Dinsdag 3 mei

We rijden van Tozeur naar Metlaoui waar we met de Lizard Rouge (een trein met oude rijtuigen) een ritje maken door de Seldje kloof en terug. Onderweg zien we een woestijnvos. Normaal is deze trein dagelijks afgeladen met toeristen, nu slechts enkele tientallen, waardoor we uitgebreid alles kunnen bekijken en foto’s maken.

Na de treinrit rijden we via het gebied van de fosfaatmijnen richting Mides en Tamerza. Dorpen gelegen aan een prachtige slingervormige kloof. Veel van de dorpen in deze bergachtige regio zijn verlaten na de hevige regenval van eind jaren 60, meestal ontstond in de buurt een nieuw dorp. Zo komt het op de laatste gezamenlijke avond, op een piepklein campinkje in de palmeria van Tamerza. Alleen al het vinden en het indraaien van de camping is een oefening op zichzelf. We hebben een gezellige laatste avond met heerlijke gebakjes als afscheid en voor mijn aanstaande verjaardag. De volgende ochtend is het zover, afscheid nemen.

Joke, Michelle, Marielle en Koen vertrekken noordwaarts, via Sbeitela en Kairouan naar Tunis, wij gaan opnieuw zuiidwaarts, via Degache over de dam nu dwars door het grote zoutmeer om daarna via een aantal secondaire rustige wegen naar Gafsa te rijden.

Gafsa is de plek waar een paar weken geleden 800 gevangenen zijn ontsnapt, overal staan tanks in de straten en staat politie. Ook de camping lijkt onbereikbaar, Loek is ons vooruit en krijgt te horen dat de weg naar de camping is afgesloten, navraag bij de politie bevestigt de afsluiting en levert het aanbod op om tussen prikkeldraadversperringen voor het politiebureau in het centrum van de stad te overnachten. Een camping zou er volgens de politie helemaal niet zijn, rare lui, vlak voor het politiebureau staat immers een groot bord dat naar de camping verwijst. Op dat moment rijden wij ook juist de stad binnen en ontvangen Loeks ervaringen, ik draai op de rotonde voor het bureau om, om de stad weer te verlaten als Loek ook net de rotonde oprijdt. Ik besluit dwars door de rivier de andere kant van de stad te bereiken waar de camping zou moeten liggen. Net als ik de rivierbedding wil inrijden komt er iemand op me af die ook beweert dat er geen camping is en dat doorrijden vanaf hier onmogelijk zou zijn. Ik ben in een eigenwijze bui en steek de rivier over, rijd dwars over de vuilnisbelt aan de andere kant via een smal pad weer omhoog. Het pad is zo smal dat we de spiegels waarvan de rubbers inmiddels onder de cactusstekels zitten, moeten inklappen. Het brengt ons in een woonwijkje met hele smalle straatjes, maar ook met een paar jongeren die van het bestaan van de camping wel weten. Nadat links en rechts het eea uit de straatjes is verwijderd, kunnen we verder en draaien we even later een geweldig mooie camping op, uiteraard zijn we hier alleen. We besluiten hier tot een dagje rust,

Tijdens onze rustdag gebeurt er nog van alles; we ontvangen telefoon van Michelle dat de Landrover olie lekt, zij kijkt op een paar honderd kilometer afstand van ons onder de auto en ik doe hetzelfde bij de auto van Loek zodat ik direkt kan zien waar ze het over heeft, volgens mij kan het niet veel kwaad, onder controle houden en door naar huis. Onderweg hebben ze ook tot 3 maal toe oponthoud gehad en 1 maal moeten omrijden vanwege demonstraties cq ongeregeldheden, dat hadden we nog niet meegemaakt en gezien de stemming in het land ook niet verwacht. Als we de volgende dag verder rijden zien we meerdere plaatsen waar net zo veel politie en militairen op de been zij als in Gafsa, met name in Kassarine. Zagen we in sommige plaatsen een van de sokkel getrokken standbeeld, uitgerookt politiebureau of stukgegooide neonreclame, in Kassarine ziet het er allemaal veel grimmiger uit. In het centrum is veel reclame compleet gesloopt, veel brandschade aan winkels en van alle banken zijn de puien geramd. Soms wordt er gejuicht als je langskomt of V-tekens gemaakt, gezwaaid wordt er overal, blij dat er weer toeristen zijn. Nadat we een bezoek hebben gebracht aan het Djebel Chambi Nationaal park rijden we door tot Sbeitela. Het park kan met de camper bezocht worden tot op de top van de hoogste berg, een mooie route met prachtige vergezichten, buiten wat marmotten en vogels zien we er geen wild, dat er wel zou moeten zitten. Voor 18.00 uur moeten we het park weer uit zijn, jammer hadden er wel willen overnachten. In Sbeitela is voor een hotel een camperplaats vlak bij het grote opgravingen complex. Ook hier op verschillende plaatsen spandoeken en politieke bijeenkomsten en..........regen!! Als we de volgende dag als enige toeristen het Sefetula complex bezoeken schijnt het zonnetje gelukkig weer. Zo kunnen we in alle rust over dit grote complex kuieren waar nog veel overeind staat en goed herkenbaar is. Ik houd daar wel van, van die opgravingen waarbij men alleen de fundamenten gevonden heeft en waarbij je de rest er bij mag denken kunnen mij niet zo boeien.
 
 
Het bijbehorende museum is gesloten wegens renovatie, er wordt ook daadwerkelijk gerestaureerd en dat hebben we al meer gezien. Ik zie er een teken in dat deze mensen op een goede manier aan hun toekomst werken en zelfs zo slim zijn om gebruik te maken van een periode waarin er voorlopig weinig tot geen toeristen zullen komen. Zo zagen we op verschillende plaatsen de renovatie van hotels, dat gaat niet gefinancierd kunnen worden met de bezetting van komend seizoen. We vertrekken richting Le Kef waar we een 1800 jaar oud en in originele staat verkerend bad met bronwater van 35 graden bezoeken. We worden daar wel erg rozig van en besluiten in de buurt langs de rivier te overnachten en de volgende dag de stad te bezoeken.

Zondag 8 mei

Later dan gewoonlijk rijden we in de ochtend naar Le Kef waar we eerst een plek zoeken om te overnachten en dan ons met de taxi naar de Kasbah laten brengen waar we ons rond laten leiden. Veel is gesloten in de stad vanwege het totaal gebrek aan toeristen, wij zien er niet 1!
 

Na het bezoek aan het Berber museum, Le Kef is een Berberstad, wandelen we door de Medina naar de Synagoge, deze blijkt totaal verlaten en leeg. Het museum is ondanks dat het wel een opknapbeurtje kan gebruiken een bezoek meer dan waard en de enthousiaste gids die ons er rondleidde verdient een pluim. We verlaten de oude stad om wat te gaan eten, dat lukt prima in een van de weinige restaurants die open is, het zit er vol met locals, meestal een goed teken. De lams koteletjes zijn een zalfje op de tong. Even hebben we nog het idee om door het centrum van de stad te wandelen, we nemen al snel een taxi terug naar de camper, vrijwel alles is dicht en vernielde en uitgerookte winkels, hotels en banken maken het er niet sfeervoller op. Le Kef waar tijdens een gisteren gehouden demonstratie een meisje blijkt te zijn omgekomen is in de toekomst toch een plaats om niet over te slaan tijdens een Tunesie reis.

Terug bij de camper begint het te onweren en verschrikkelijk te regenen en later te hagelen met hagelstenen zo groot als duiveeieren. Gedurende de nacht klaart het weer op en in de ochtend rijden we naar Dougga waar we de opgravingen bezoeken, alweer een opgraving waar nog veel overeind staat, oa het Romeinse bordeel is nog mooi intact, met kassa, wachtruimte, de afwerkruimtes en de geheime toegang voor de getrouwde heren.
 
 
Dan naar Bulla Regia waar zich unieke Romeinse ondergrondse villa’s bevinden met mooie mozaieken. Onderweg naar Tabarka slaan we een bushcamp op met mooi uitzicht over de noordelijke bergen in 2 richtingen. In de vroege avond horen we hyena’s huilen.
 
 
In Tabarka kunnen we de volgende dag eindelijk weer eens pinnen, zij het na enig zoeken, alle automaten die we de afgelopen dagen zijn tegengekomen zijn tijdens de revolutie gesloopt, uit de muur getrokken of kapotgeschoten. Na een koffiepauze met uitzicht op de haven en het Genuaanse fort in Tabarka rijden we via kleinere wegen naar Cap Serrat. Onderweg veel dorpen waar nog huizen en andere gebouwen uit de Franse tijd in gebruik zijn. Zo zien we een enig klein stationnetje langs een niet meer in gebruik zijnde spoorlijn, zo’n typisch smal Frans gebouwtje dat nu wordt bewoond. Een ander interessant gegeven in deze streek is de bouw van stuwdammen in vrijwel alle rivieren vlak voordat ze de zee instromen, het is een project voor de opvang van zoet water zodat minder water onttrokken hoeft te worden uit de zuidelijker streken om zo te voorkomen dat er effecten ontstaan als in Israel, Syrie en Jordanie waar hele streken door verlaging van het waterpeil aan dessertificeren zijn. Onder aan Cap Serrat strijken we neer aan wat heet een van de aardigste en meest verlaten stranden van Tunesie te zijn. We worden in deze baai ontvangen als de eerste buitenlandse gasten van dit jaar!!  We eten in het enige piepkleine restaurantje waaraan ook een kliene herberg verbonden is met 3 kamers. Aan het eten wordt zorg besteed, verse kruiden in de tuin geplukt en met rozenblaadjes wordt onze tafel versierd. Wat jammer dat we de enige zijn, deze mensen verdienen beter.

Woensdag 11 mei,

In Tunis zijn naar aanleiding van demonstraties en onrusten van het afgelooen weekend 200 mensen opgepakt en is een avondklok ingesteld, mede naar aanleiding daarvan heeft ons ministerie van buitenlandse zaken het reisadvies voor Tunesie weer op 4 gezet. Dat zou volgens mij ook betekenen dat de geplande terugreis met de boot niet volgens schema kan verlopen, we zullen zien. We besluiten de stad te mijden en rijden naar het nationale park Ichkeul, de grootste vogeloverwinterplaats in Afrika. Het hele noorden van Tunesie is een groot bloemenveld in het voorjaar, we profiteren er van door honing te kopen, en pijnboompitten maar dat kan het hele jaar door natuurlijk. In Ichkeul bezoeken we het museum en maken we een korte wandeling, veel meer dan een paar waterbuffels krijgen we niet te zien of het moeten een aantal straaljagers zijn die duidelijk niet van Tunesische afkomst zijn. Een bezoek aan de in het park gelegen hammam zien we van af omwille van hygiene, het ziet er binnen erg vies uit en er stroomt maar weinig bronwater door. Bij binnenkomst van het park hadden we afgesproken om te blijven overnachten in het park, later wil men toch de verantwoording voor onze veiligheid niet nemen en moeten we aan het eind van de middag vertrekken.
 
 
We verkassen een paar honderd meter en slaan een nieuw kamp op net buiten het hek. De volgende ochtend rijden we via secondaire wegen door landbouwgebieden en de heuvels en bergen ten zuiden van Tunis naar Cap Bon waar we lunchen bij Karbous op een plek met prachtig uittzicht, onderandere op de haven van Tunis; La Goulette. We rijden via Port au Princess naar de uiterste punt van Cap Bon waar we de eigenlijk gesloten grotten willen bezoeken.

Vrijdag 13 mei

Deze 15 km lange grotten zijn ontstaan door het uithakken van zandsteen waar onderandere Cathago en El Jem mee gebouwd zouden zijn. In ieder geval is er geen marmer gewonnen zoals in veel reisgidsen wordt vermeld. We wandelen met een gids door het labryrinth van grotten waarin de meeste kamers bovenin een groot vierkant gat zit om de zandsteenblokken naar buiten te takelen.  Vlak bij de grotten worden roofvogels gehouden door iemand die daar ook veel prijzen mee wint en demonstraties geeft. Het paviljoen waarin de vogels zitten is open maar er is niemand en er zijn slechts enkele vogels aanwezig, jammer we hadden het graag willen meemaken. Via Kerkouan waar we de Punische opgraving met de afbeelding van Tanit en de uit rode steen gehouwen heupbaden bezoeken rijden we langs de zuidkust van Cap Bon terug naar Hammamet waar we op de camping wat willen rommelen tijdens het wachten op de boot die ons in de nacht van zaterdag op zondag weer naar Sicilie zal vervoeren. Niet dus!!! Als we net zijn aangekomen begint de telefoon te rammelen, ivm de avondklok komt de boot niet zaterdagavond maar zondagochtend, het kon niet uitblijven. Om 5.00 vertrekken we naar de haven waar we uiterlijk om 7.00 kunnen inchecken, dan begint het bekende lange wachten en de diverse stations die te passeren zijn. Om 10.00 zou de boot moeten vertrekken maar om 12.00 is men nog steeds aan het lossen en bezig met laden van trailers. Alle auto’s en vrachtwagens worden uitgebreid gecontroleerd op de aanwezigheid van verstekelingen, vluchtelingen en wapens, uiteindelijk vertrekken we om 16.00 wat er voor zorgt dat we om 3.00 in de ochtend in Palermo afmeren en om 4.00 de oogjes sluiten.
 

Een aantal dingen die we wilden bezoeken hebben we gemist, deels omdat het ook een familieuitje was en deels omdat we dingen uiit risicooverweging hebben overgeslagen. Ze komen op mijn lijstje gemist in Tunesie, zo komen ze bij een volgend bezoek vanzelf bovenaan, ik heb zo’n lijst van veel landen die we bezochten en heb dan ook niet de illusie dat ie ooit helemaal zal worden afgewerkt, voorlopig wordt ie alleen maar langer!!


Naschrift:

Tunesie is een makkelijk te bezoeken land met een goede infrastructuur en uitstekende bewegwijzering, zeker in vergelijking met andere landen op dit continent. Voor wie eens kennis wil maken met verschillende klimaten en landschappen in Afrika, de Arabische wereld, de Touaregs en de Berbers kan heel eenvoudig met de camper naar Tunesie reizen. Overnachtingsplaatsen zijn er voldoende, verdeeld over een paar camperplaatsen en campings. Vrij staan is ook geen enkel probleem in Tunesie. Omdat het een klein en overzichtelijk land is met zo’n enorme variatie op korte afstand van elkaar, kan zo’n reis beperkt worden tot een week of 3 a 4 wat iemand die voor het eerst deze streken aan doet misschien ook wel lang genoeg is.
Natuurlijk dringt zich de vergelijking met Marokko op, vooruit dan maar. Volgens mij zijn de Tunesiers verder met de ontwikkeling van hun land en economie waardoor ze stukken dichter bij Europa staan dan Marokko, ook dat maakt een eerste bezoek aan Afrika in Tunesie misschien wat ontspannender dan Marokko. Tunesiers nemen ook veel meer het leven in eigen hand, zijn minder fatalistisch dan Marokkanen. In Marokko daarentegen is het wat sfeervoller dan in Tunesie. Afhankelijk van hoe je er tegenover staat is nog een belangrijk verschil dat Marokkanen en Marokkaanse kinderen altijd en overal om je heen zijn, zij het bijna altijd op een positieve manier, Tunesiers houden meer afstand, tonen echter wel altijd hun blijheid met het feit dat je hun land bezoekt.  Het is in Tunesie relatief schoon, met woont, werkt en leeft niet in zijn eigen rotzooi. Overal wordt het vuil opgehaald, jammer dat het nog ontbreekt aan een echte verwerkingsstructuur, zodat veel toch uiteindelijk weer verwaaid, verbrand wordt of opgeslagen op plekken waar dat niet zou moeten. 
 
 
Italië:
 
Maandag 16 mei

Ondanks dat we pas na 4.00 uur in bed lagen staan we redelijk vroeg op en besluiten tot een dagje rust, dat bestaat zoals wel vaker uit foto’s sorteren, verslag schrijven, de was doen en meer van dat soort dingen die nou eenmaal ook moeten gebeuren. De volgende ochtend rijden we eerst naar Monreale, een dorp op een heuvel boven Palermo vanwaar een prachtig uitzicht. We lopen door het oude maar zeer toeristische dorp en bezoeken eerst de Duomo die vooral bekend is vanwege zijn rijkelijk met bladgoud versierde wanden en dak. Van binnen waan je je echt in een gouden gebouw. Het aangrenzende splinternieuwe museum bezit allerlei kerkschatten en je hebt er een prachtig uitzicht over de baai van Palermo en Palermo zelf, het bespaart een bezoek aan het terras op het dak van de kerk dat bekend staat als uitzichtpunt. Na een heerlijke cappucino met een plaatselijke lekkernij bezoeken we de kruisgang van het klooster die rijkelijk versierd is. Ondanks dat we rond 9.00 al in Monreale waren is het er vergeven van de touringcars vol toeristen, in de gauwigheid telde ik er al zeker 40, dat zijn we effe niet meer gewend. We dalen af om naar het zuiden van Sicilie te rijden, na een lunch in een verlaten steengroeve, strijken we neer in Selinunte waar we een wandeling maken tussen de ingestorte tempels die hier geen naam hebben maar aangeduid worden door een letter. Dat is gedaan omdat men niet weet aan wie de diverse tempels zijn gewijd. Uit de brokstukken is 1 tempel zo goed en kwaad als het gaat weer opgebouwd, aan een tweede wordt gewerkt. ’s Avonds verorberen we een pizza, eindelijk eens een echte goede Calzone, mijn favoriet. Woensdag rijden we naar Agrigento, de tempelvallei. We wandelen de vallei op ons gemak heen en weer genieten van de uitzichten en van de beelden van de kunstenaar Igor M. die her en der verspreid staan.

Het is nu al een week of twee rond de 20 graden overdag en dat is een prima temperatuur om bezoeken in de openlucht af te leggen, als ’s middags echter de wind op steekt en de zon lager staat is het toch langebroeken met sokken weer. In de middag bezoeken we Villa Romana del Casale waar we ook overnachten, de mozaiken zijn prachtig maar de manier waarop ze beschermd zijn, is foeilelijk. Wie op Sicilie de autobaan wil vermijden, zoals wij, moet veel aandacht besteden aan zijn te kiezen routes, vooral als men het binnenland intrekt, niet zelden zijn wegen afgesloten of zeer smal. De bewegwijzering is niet altijd consequent, zeker niet bij afsluitingen/omleidingen.

Donderdag 19 mei

We vertrekken richting Noto om een aantal van de steden te bezoeken die na de aardbeving van 1693, naar het plan van een aantal architecten zijn herbouwd en zo een uniek stratenplan en uitstraling hebben gekregen; late Barok. We lopen vast, als we in Grammichele komen met zijn hexagonale stratenplan blijken we de stad vanwege wegwerkzaamheden niet te kunnen passeren. Meer dan 15 km terug en dan via een andere route om aan de andere kant van de stad te komen om zo onze route te kunnen vervolgen is de oplossing. Kennelijk heeft men hier in Sicilie nog steeds niet door dat bewegwijzering is uitgevonden voor mensen die lokaal niet bekend zijn en niet voor de lokale bevolking, ik heb het effe gehad met ze en besluit om dan de Notovallei maar over te slaan en via Catania naar de Etna te rijden. Omdat het tegen lunchtijd loopt zoeken we een plek om te staan, dat lukt pas op een achteraf parkeerplaatsje in de stad. Onderweg zijn wel zijpaden maar die zijn allemaal middels een hek afgesloten, daar waar een parasolletje een mogelijkheid om wel te staan siert, blijkt onder die parasol steeds een verzameling hoeren te huizen, meest van het type Big Mama zal je eens even grijpen. Vroeger verkochten ze aardbeien en perziken onder zo’n parasol of is er met m’n geheugen iets mis...........of verkopen ze in dit seizoen alleen pruimen? We vervolgen via het centrum van Catania en de secondaire weg langs de kust onze route naar het noorden om dan aan de noordkant het nationale park binnen te rijden waarin de Etna ligt. Die laat zich overigens slecht bekijken vandaag want hij houdt het hoofd angstvallig in de wolken. We overnachten in het park net op de boomgrens, eerst hadden we een plek tussen recente lava net op de grens van het bos, indrukwekkend gezicht hoe zo’n lavastroom alles meegesleurd heeft en de bomen ontworteld en deels verbrand.

Zaterdag is er staking van het spoorwegpersoneel in het vooruitzicht gesteld, niet zo belangrijk zou je denken als je met een camper reist. Behalve als je van plan bent weer naar het vasteland van Italie terug te gaan want de meeste ferry’s zijn van de Italiaanse spoorwegen. We besluiten dan ook om vrijdag ochtend onze tour om de Etna af te ronden via de zuidkant, af te dalen en via de autobaan naar Messina te rijden om over te varen. Nu, vroeg in de ochtend is de top en de vuurmond van de vulkaan goed te zien, een flinke permanente rookpluim maakt het plaatje compleet. Na de overtocht plaatsen we de neus richting de hak van de laars waar we een antal dingen willen bekijken de komende dagen. We rijden in de middag nog een kleine 400 km en overnachten op de parkeerplaats van een natuurcentrum van het wereldnatuurfonds. Er is een klein museum bij dat nog tot 20.00 uur open is maar daar hebben we toch even geen zin meer in. We informeren even hoe laat het de volgende dag open gaat en als dat om 8.00 blijkt te zijn stellen we bezoek uit tot de volgende ochtend. Loek en ik maken ‘s morgens om 7.00 uur een wandeling over de naturetrail die is uitgezet door het aangrenzende duingebied. Prachtige bordjes over wat er zoal allemaal in duingebieden voorkomt, andere duingebieden dan wel te verstaan, want buiten een kiekedief en een valk zien we eigenlijk niks, zelfs niet in en rond de aangelegde zoetwaterpoelen. Als we om 8.30 het museum willen bezoeken is het nog op slot en geen personeel te vinden, dan maar niet. Natuurgebied en museum van WWF, overslaan maar, het meest natuurlijke dat ik er heb waargenomen gedurende de 14 uren die we hebben doorgebracht op de parkeerplaats is bevrediging van af en aanrijdende kerels door hun al dan niet betaalde vriendin.

Via allerlei kleine weggetjes rijden we tussen steenwallen naar Alberobello, het centrum van de trulli, kleine ronde huisjes van gestapelde stenen, eerst bedoeld als schuur later ook bewoond. Onderweg zien we al veel van deze gebouwtjes, vaak in serie naast elkaar. In Alberobello staan er naar zeggen 1000, ze zijn daar echter allemaal in gebruik als souvenirwinkel. Het hele onder Unesco bescherming staande dorp is een toeristencircus geworden,  een uurtje de camper parkeren, 8 euro via een voor een normaal mens onbegrijpelijk betaalsysteem waarvan de plaatselijke kroeg ook deel uitmaakt.

We wandelen wat door het dorp en gaan dan naar de grotten van Castallana, uurtje parkeren 5 euro, grotten 15 euro pp of 10 als je een kleine tour neemt, dankuwelalstublieft, dat zijn we effe niet meer gewend, we mogen wel gaan sparen als we nog naar Venetie willen......Gelukkig snorren we nog op Tunesische diesel van 50ct/ltr in de rondte. Aan het einde van de middag rijden we naar Matera waar we overnachten op een boerencamping waar we ook eten. Boerencamping met een eetzaal waar 200 man in kan en verharde camperplaatsen met alle voorzieningen als nieuwe toiletgebouwen, grote camperserviceplaats etc etc, het boerenkarakter is wel een beetje verloren gegaan.

Zondag 22 mei

We gaan in de ochtend eerst naar het nationale park vanwaar je een uitstekend overzicht hebt over de grotwoningen en de stad aan de overkant. Om er te komen rijden we door de stad achter de flatgebouwen die zijn gebouwd om de bevolking te dwingen de grotwoningen te verlaten, troosteloze gebouwen uit de zestiger jaren. Nadat we wat hebben rondgelopen rijden we verder noordwaarts naar Castel del Monte, het gerestaureerde 8-hoekige kasteel. Het bezoek vergt niet veel tijd want binnen is op zich niet veel te zien. De parkeer en shuttle service zijn ok, prima geregeld!

Dan opnieuw verder noordwaarts richting de zuidelijkste bergen van de Apennijnen, de Abruzzen, waar in het nationale park nog beren en wolven leven. Halverwege gaan we op zoek naar een plekje om te staan en dat levert een sensationele situatie op. Ik sla van de weg af bij een stuwmeertje omdat dat meestal wel een leuk plekje oplevert zo hier of daar. Het is een onverhard pad, later staat er een Agroturist aangegeven, ook niet onaantrekkelijk, vaak lekker eten. De boer blijkt afwezig dus moeten we verder, over een soort karrespoor dat op het diepste punt een aantal modderpoelen heeft. Ik stap uit en loop ter beoordeling het pad af, in mijn wijsheid besluit ik dat het moet kunnen, schakel alle sperren in en stuur de MAN door de bagger. De  rechterkant is hard, de linker zacht, hij zakt er dieper in dan ik had ingeschat maar ploegt zich er prima door, de twee volgende modderpoelen zijn niks vergeleken bij de eerste. We stappen uit om te kijken hoe Loek zich redt, verbaasd stel ik vast dat het handvat van het linkeronderluik er bijhangt en de hoeveelheid modder die zich aan de auto gehecht heeft, starks maar even schoonmaken, de wielen zien er uit als een gladde schijf, helemaal vol met modder. Als we verder rijden onstaat er een hels kabaal en al ik opnieuw uitstap realiseer ik me dat ik helemaal geen uitlaat meer zie, deze blijkt nu midden onder de auto te hangen ipv links en rammelt ergens tegenaan. Aangezien ik hier in de moddertroep toch niks kan doen rijden we eerst maar door tot we een plekje gevonden hebben om te overnachten. We snijden de distels weg zodat we eens onder de auto kunnen kijken, de uitlaat blijkt op de aandrijfas te liggen en dat veroorzaakt het kabaal. Eerst de ergste modder verwijderen, wat op zich al een uur kost met borstels en water, op de linker onderkant komen flinke krassen tevoorschijn, sinds wanneer veroorzaakt modder krassen? In ieder geval zien nu de rechter en de linkerkant er hetzelfde uit, de rechterkant hadden we al beschadigd tijdens een rivierdoorwading op de heenweg. Als de ergste modder verwijderd is en de uitlaat is afgekoeld wagen we ons aan een nadere inspectie, het valt niet mee. De uitlaat is geknikt, heeft zich volledig om de aandrijfas gevouwen en de buitenste steunen zijn beide gebroken, ook een aantal luchtleidingen (remmen) zitten vies in de knel. Samen met Loek buig ik de uitlaat zo ver mogelijk terug en leg de luchtleiddingen vrij. Zo moet het het dan maar uithouden tot het einde van de reis. ’s Avonds zitten we nog tot het donker buiten, het hele bos wordt verlicht door vuurvliegjes, een prachtig schouwspel.

Maandag rijden we naar en door het Abruzzen nationaal park en vinden een plekje op een punt met mooi uitzicht, toch nog effe de uitlaat checken, dat blijkt niet helemaal goed te gaan, hij hangt op half 11. We demonteren de boel en zagen er een bocht af van zo’n 30cm en plaatsen die terug in de demper, de gassen worden zo naar beneden recht onder de auto uitgeblazen, niet ideaal maar ook niet onoverkomelijk, bij veel nieuwe auto’s is dat tegenwoordig ook zo.

De volgende dag rijden we ieder een andere route via verschillende nationale parken met als eindpunt de Frasassi grotten, Loek haalt het die dag niet en arriveert de volgende ochtend. Het zijn werkelijk prachtige routes die deels over hoogvlaktes lopen op zo’n 1300 a 1400 meter, de vlaktes zijn vol met bloemen. Wij hebben de grotten al in 2009 bezocht dus brengen we de ochtend door met lezen om zo Loek de kans te geven op zijn gemak deze prachtige grotten te bezoeken. Na de lunch rijden we naar Urbino met zijn onder Unesco bescherming staand oude centrum en Hertogelijk Paleis. In de buurt is een leuke kleine camping op een tegenovergelegen heuvel die prachtig uitkijkt op de stad en de achtergelegen bergen. We stellen het bezoek uit tot morgenochtend en bespreken het programma voor de laatste dagen; Urbino, de oudste botanische tuin ter wereld in Padua, Venetie (hadden we op de terugweg vanuit Egypte afgelopen december niet gedaan ivm storm en natte sneeuw) en als laatste het op de heenweg gemiste Certoso di Pavia, het bekende klooster. We gaan lekker zwemmen, drogen op in de avondzon en genieten van het geweldige uitzicht met ondergaande zon. Ik bijt me in de avond vast in een boek waarin ik nog 800 pagina’s te gaan heb, om 2.30 heb ik het uit. Dat breekt me nog op, om 7.00 krijgen we een smsje, het gaat slecht met Jolanda’s vader (de man van Joke zie deel 2). Nog geen 10 minuten later gaat de telefoon, hij blijkt te zijn  overleden. Na wat overleggen over terugvliegen vanuit Rome of Milaan en allerlei andere opties, besluiten we terug te rijden. Even over achten nemen we afscheid van Loek die nu echt helemaal alleen achterblijft en beginnen aan de 1600km lange terugtocht naar Haarlem waar we vrijdag rond de middag arriveren. Een plotseling en droevig einde van de reis.