Tunesie en Italie deel 1

 

Italië heen

Woensdag 6 april

Alles rond deze reis heeft een beetje een tintje gekregen, Angelien is herstellende en moet daarom thuis blijven, het zou de maidentrip voor haar nieuwe camper zijn. Omdat Ruud verstek laat gaan moet Jolanda achterblijven op La Brande om over 14 dagen met de Landrover ons na te reizen met de kids. De deelname van Henk en Adrie hangt ook aan een zijden draadje vanwege medische perikelen. De reis zelf stond al op z’n kop vanwege de gebeurtenissen in de Arabische wereld, we zouden naar Algerije en Tunesië, het werd Italië en Tunesië, waarbij we op de dag van de overtocht ons nog zullen laten informeren over de actuele situatie. Na de Gotthard landen we op een parkeerplaats langs de autobaan, normaal niet de eerste keus maar nu heerlijk rustig want de tunnel gaat van 22.00 tot 5.00 uur dicht, dus op de autobaan geen verkeer gedurende de nacht.

De volgende ochtend gaan we via Lugano langs de rustige kant van het meer naar Italië, de weg is hier smal en druk. Een korte pauze bij het nationaal park Lago di Piano. Parkeren is overigens overal een probleem en eigenlijk is de weg voor campers verboden van maandag tot vrijdag, vrachtwagens tot 7.50 mtr zijn wel toegelaten, zijn we deze keer toch een vrachtwagen.........De hele dag rijden we tussen de prachtig besneeuwde toppen, overal functioneren de pistes maar ondertussen is het wel tussen de 25 en de 30 graden. Zo bereiken we Temu, de camping waar we verzamelen...........althans zouden verzamelen want inmiddels is er niks meer te verzamelen. Loek reed al met ons mee en als we nog maar net in Temu zijn bereikt ons het bericht dat Adrie en Henk vanwege noodzakelijke verdere onderzoeken helaas van de reis moeten afzien. We hadden ze het zo gegund deze reis te maken en onszelf natuurlijk verheugd op hun gezelschap; sterkte!!  In Temu verbranden we levend tijdens een uurtje in de zon, als die eenmaal weg is, daalt de temperatuur in een uur van 30 naar 10 en in de nacht naar 5 graden.

Nu we toch op niemand hoeven te wachten beginnen we de volgende dag met het bezoeken van de oudste Unesco sites van Italië, de rotstekeningen in de Val Camonica. Sommige vallen (zoals vaak) tegen, anderen daarentegen zoals bij Naquane, zijn mooi en goed zichtbaar.
 
 
Onderweg scoren we verse asperges, Jolanda wordt gemist bij de bereiding, alles dient geoefend te worden. Aan het einde van de middag rijden we naar Crespi d Adda, een industrieel erfgoed dat doet denken aan sites in Schotland en Frankrijk die we de afgelopen jaren bezochten. Het is een compleet dorp voorzien van alle voorzieningen als school, park, ziekenhuis en winkels. Gesticht door een verlichte industrieel, eind 19e eeuw. We overnachten op een parkeerplaats in het dorp, aan de rand van het park, een uitstekende plek. In de ochtend halen we info bij een plaatselijk centrum en lopen door dorp en omgeving, de in 2004 gesloten fabriekshallen zijn helaas (nog) niet te bezoeken. Toch een beetje vreemd dat dit Unesco werelderfgoed nog niet onderhanden genomen wordt.
 

Op de lokale begraafplaats blijkt een deel te zijn ingericht voor kinderen, allemaal zeer jong overleden tussen 0 en 3 jaar aan het begin van de jaren 20. Het verhaal erachter kunnen we nergens vinden. Als we zijn uitgekeken rijden we naar de stadscamping van Milaan, dat we morgen bezoeken.

Zondag 10 april      

Met de taxi laten we ons naar de Duomo brengen, in de stad wordt vandaag een marathon afgewerkt, die onder meer rond de Dom loopt. Aan de ene kant leuk, aan de andere kant verstoren de tenten en de reclame het beeld een beetje. Hoewel de Dom aan de buitenzijde mooi schoongemaakt is en licht van kleur, is het van binnen erg somber, ondanks de extra aangebrachte  verlichting. Ondanks dat het zondagochtend is, valt het op dat slechts enkele tientallen de mis bijwonen. Van de Dom gaan we naar het Scala Theatermuseum, een aanrader als je eens een ander soort museum wilt zien. Terug naar het centrale plein laten we ons de zondagse koffie met gebak goed smaken, daarna beklimmen we het dak van de Dom vanwaar je een prachtig uitzicht op de stad hebt en...........op de marathon natuurlijk. We lopen naar de St Ambrogio kerk om daarna neer te strijken op het terras van een klein restaurantje waar oma kookt en andere familieleden bedienen. Virginia heeft een afspraak met haar tante die in Milaan woont, met Loek bezoek ik Castello Sforzesco het fort van Milaan, daar blijkt de finish van de marathon, het is er een drukte van belang als de laatste deelnemers uitgeput over de streep komen. Na een verkoelend pilsje laten we ons weer netjes terugbrengen naar de camping.
 
 
De volgende dag wordt een uitzoekerijtje, we hebben een aantal dingen op ons verlanglijstje zoals een van de grootste kloosters van Europa, maandags gesloten! Het automuseum van Turijn, al weer open na renovatie? De vogeloase Oasi di sant Alessio wordt ons eerste bezoek, een absolute aanrader.
 
 
Dan door naar Turijn, we hebben telefonisch uitgevonden dat het automuseum morgen na 14.00 weer open is, kunnen we in de ochtend eerst het koninklijk paleis (Savoy) eo bezoeken. Onderweg komen we langs een mooi verbouwde oude wijnboerderij in Piemonte: Catstello Razzuni. Een paar heerlijke wijnen geproefd en ingeladen natuurlijk. Heerlijk rood van de plaatselijk Barbera druif. Turijn heeft een prachtig gelegen camping met uitzicht over de hele stad en de Alpen, wel een steil kronkelweggetje om er te komen. ’s Morgens lopen we naar het centrum waar we eerst het koninklijk paleis bezoeken, daarna de kerk waar de lijkwade van Jezus zich zou bevinden. Ook na jaren van wetenschappelijk onderzoek heeft men nog steeds niet kunnen aantonen dat dit werkelijk zijn lijkwade is, noch het tegendeel. We slenteren wat door het prachtige centrum dat me meer aanspreekt dan Milaan, om dan na de lunch het nieuwe nationale automobielmuseum te bezoeken.
 
 
Het museum is net 3 weken geleden geopend en werkelijk prachtig van opzet, de collectie kan je over twisten. Persoonlijk vind ik er wat weinig auto’s in zitten en wat eenzijdig. Daarbuiten is er wel veel aandacht voor van alles en nog wat qua techniek, marktontwikkeling, milieuaspecten enz. Eenmaal terug op de camping besluiten we morgen toch niet terug te rijden naar Pavia, om het grote klooster Certosa de Pavia te bezoeken maar direct naar Cinque Terre te rijden via Asti, waar we natuurlijk nog wel even wat gaan proeven/kopen. Het klooster kan op de terugweg als we toch via Milaan naar huis rijden.

Woensdag 13 april

Rijdend door Turijn stuiten we op de sloppenwijk van de stad, een willekeurig Afrikaans dorp is er een villawijk bij vergeleken. Via een prachtige route rijden we eerst naar Asti en vervolgens naar Cinque Terre. We hebben met Garmin afgesproken dat ze ons niet via tol en/of snelwegen zal begeleiden, dat lukt haar prima. Alles schitterende secondaire routes met als enige nadeel dat Italie kennelijk bezig is Frankrijk naar de kroon te steken als het gaat om de aanleg van rotondes. Over 500 meter rotonde oprijden, neem 2e rechts, over 300 meter rotonde oprijden, neem 1e rechts, over 1 km rotonde oprijden, neem 3e rechts, over 200 meter.............................je zou d’r wat!!! In Levante, aan de noordkant van het Cinque Terre nationaal park, blijken de meeste campings gesloten en de camperplaats een ramp, scheef, duur en naast een benzinestation. Uiteindelijk belanden we op de moeilijk toegankelijke camping Acqua Dolce waar we al snel tot de ontdekking komen dat we ons voorgenomen plan om wandelend alle 5 in het park gelegen dorpen te bezoeken en dan met de trein terug te reizen, moeten laten varen. Slechts de 2 zuidelijkste dorpen zijn nog via een voetpad verbonden, de rest van de route is gesloten wegens aardverschuivingen als gevolg van hevige regenval. Nergens op internet hebben we er iets over gelezen. We vermoeden een bewuste keuze om de miljoenen toeristen die hier jaarlijks komen niet af te schrikken. De volgende ochtend besluiten we om toch maar de trein te nemen, het zuidelijkste dorp te bezoeken en dan de korte wandeling naar het volgende dorp te maken. Het trienritje hoef je je niet op te verheugen, hij rijdt gemiddeld net zo veel onder de grond als de Amsterdamse metro, ook sommige stations zijn in de bergen gevestigd, waarna je via een tunnel in het dorp komt. Achteraf toch wel de moeite, een geluk bij een ongeluk, als we om een uur of twee terug zijn op de camping begint het vrijwel direct te regenen en onweren dat het lieve lust is.
 
 
Mooie gelegenheid om een filmpje te kijken, foto’s uit te zoeken, verslag schrijven etc. etc. De volgende dag regent het nog steeds, het zal compensatie zijn voor de afgelopen week met alleen maar zon en temperaturen tot 36 graden, nu is het 8 graden, effe wennen. We rijden naar Lucca, een middeleeuwse stad die aan alle oorlogen ontsnapt is waardoor de muur en alles daarbinnen volledig bewaard gebleven zijn. Vanaf de meeste parkeerplaatsen kan je een fiets huren om de 4 km lange muur mee rond te fietsen, deze is namelijk zeer breed en bovenop loopt een fiets/wandelpad. Het stadje maakt een gezellige indruk ondanks het wat gure (wel droog) weer, telt ontelbare kerken waarvan een groot deel toch wel in slechte staat blijkt en natuurlijk het geboortehuis van Puccini dat is ingericht als museum. We hebben echter geen geluk want het blijkt gesloten wegens renovatie.
 
 
Loek gaat van hier naar Pisa om voor het eerst in zijn leven vol reiservaringen de scheve toren te aanschouwen. Wij rijden vast naar Vinci waar we morgen het kasteel/museum van Leonardo bezoeken om een indruk te krijgen van al zijn (uit)-vindingen. Op de camperplaats zitten we zowaar nog even in de zon uit de wind. Ik ontdek dat er in de beek achter de camperplaats ratten zitten zo groot als een middelgrote hond. Een van de beekbewoners voert een ware show voor ons op, alle lichaamsdelen worden gepoetst, er wordt heen en weer gezwommen, hol in, hol uit en daarna wordt er gegeten. Volgens Loek zijn het groeneters, geen afvaleters.
 

Aan het Da Vinci museum wordt nog steeds gewerkt als het gaat om de modellen die aan de hand van zijn ontwerptekeningen worden tentoongesteld. Ieder jaar worden een aantal modellen toegevoegd. Na het bezoek rijden we naar Gimignano wat het Manhatten van de middeleeuwen wordt genoemd, onderweg nog even wat Chianti gekocht. Ter plekke belanden we op een camperplaats die gratis vervoer naar het middeleeuwse centrum verzorgd middels een shuttlebusje. Het centrum is prachtig en veel is gerestaureerd, de indruk van Manhatten krijg je echter alleen op afstand van het op een heuvel gelegen stadje.
 

Zondag 17 april
 
Om een uur of drie ’s nachts word ik wakker van blauwe zwaailichten, wat er precies gebeurd is ben ik niet achter gekomen maar er was een ambulance, politie en recherche op het terrein, vechtpartij?

Via deels onverharde binnenwegen rijden we naar Monte Antico, waar we gepland hebben de Trenonatura te nemen door de door Unesco beschermde Val d’Orso. Bij aankomst op het station hangt er een volledig ander aankomst en vertrektijden tabel dan die wij van internet geplukt hebben, bovendien bevat het overzicht niet de speciale met oude wagons uitgeruste dieseltrein (soms ook stoom). We vertrouwen het niet en slaan aan het bellen, de tijden van ons schema blijken te kloppen, echter de hele trein blijkt tot 25 april buiten bedrijf, lastig hoor, websites actueel houden.

We besluiten dan maar richting zuiden te rijden. Rome slaan we bewust over, even ten noorden bezoeken we nog de Etruskische Necropolis waar meer dan 6000 graven zijn ontdekt. Sommige zijn prachtig  gedecoreerd.
 
 
We besluiten nog in de middag Tot voorbij Rome te rijden en te overnachten in het Nationale Park Ciciero, we vinden een plek aan een klein vissershaventje. Praktische tip, zorg dat je op zondag niet hoeft te tanken, bijna alle station zijn gesloten en werken dan alleen met bankkaarten, maar niet met de onze natuurlijk.

Maandag 18 t/m woensdag 20 april

Sla over!!.................Tenzij je wilt lezen hoe vies en smerig het rond Napels is, dat je niet kan parkeren bij het grootste kasteel van Italië in Caserte, dat het gerenoveerde spoorwegmuseum, dat prachtig schijnt te zijn, in een doodlopende straat ligt(niet aangegeven) waar je niet kan draaien, dus achteruit terug om elders een parkeerplaats te vinden die er niet is op redelijke afstand, hoe Garmin  volledig de weg kwijt is, dat tanken ook op maandag niet meevalt omdat de stroom is uitgevallen her en der. Hoe 2 koplampglazen ondanks hun bescherming door roosters, verwoest worden en hoe ik kans zie tijdens een rivierdoorwading, om een achteraf gesloten camping te bereiken, de rechterkant langs een stenen wand trek. Dat water uit de waterpomp alle kanten op spuit behalve de goede, dat afgesloten wegen er voor zorgen dat we Loek kwijt raken, en tot ver in het donker doorrijden om uiteindelijk toch geen fatsoenlijke plaats te vinden om te slapen. Dat vele gemeentes in zuid Italië geen vuil ophalen en dat je daarom uit hygiënische overweging beter een reisje Marokko kunt maken en hoe het alarm op hol slaat omdat een afstandsbediening de geest heeft gegeven. Volgens mij willen jullie dat allemaal helemaal niet lezen.

Maandag rijden we uiteindelijk tot de Dorische tempels van Paestum, die erg mooi bewaard gebleven zijn en waar we met een biertje op een terras de dag wegspoelen. Als ik in de camper aan dit verslag zit te schrijven blijkt de afvalbak waarvan we op 3 meter afstand staan, zo’n grote groene van plastic, spontaan in brand gevlogen te zijn. Woensdag willen we op tijd in Palermo zijn om de was te doen en een beetje schoon te maken, waterpomp repareren etc. Er blijken acties aan de gang van onderhoudspersoneel, zij hebben bedacht dat het wel aardig is om gewoon de weg af te sluiten zodat iedereen urenlang stil staat, goed dat we niet vandaag met vliegtuig, boot en/of trein moeten.

Al met al hebben we dus Sicilië gehaald, alsof het een prestatie van jewelste is, zeker als je andere camperaars hier spreekt want die zijn vrijwel allemaal met de boot hierheen gekomen en niet rijdend door Italië, ik begin bijna te begrijpen waarom.
 

Tunesië

Op de camping in Palermo, de twee camperplaatsen zijn een regelrechte ramp, voeren we wat reparaties uit, wassen en poetsen en nemen afscheid van Virginia die vrijdagochtend om 3.45 uur met de taxi naar het vliegveld vertrekt om via Boekarest naar Chisinau te reizen. Zo bestaat deze “groepsreis” tijdelijk nog uit welgeteld 2 auto’s en 2 personen. We brengen de dag door met een beetje kletsen en lezen, want wij gaan pas morgenochtend op de boot naar Tunis. ’s Avonds gaan we met de hele groep pizza eten. We plaatsen de campers op het voorterrein van de camping om de volgende ochtend de andere gasten niet te storen met ons vertrek om 6.30. Zonder problemen bereiken we de haven, eenmaal het terrein op gereden begint gelijk een zoektocht naar het juiste kantoortje om in te checken en de juiste kade, een paar fatsoenlijke aanwijzingen ontbreken totaal.

De beste aanwijzing is om uit te kijken naar overbeladen oude auto’s met Tunesisch families, als je die kunt vinden dan ben je vast vlakbij.

We checken om 8 uur in maar het valt ons op dat er helemaal geen boot ligt van de door ons geboekte maatschappij, deze komt volgens Italiaanse traditie uren te laat. Zo komen we na een rustige overtocht ook uren te laat in Tunis en om in het donker nog 80 km te rijden hebben we geen trek in, dus besluiten we op een net buiten het haventerrein gelegen parkeerplaats te overnachten, Arjan bedankt voor de tip. Daar heb ik nog een levendige discussie met Libische vrachtwagenchauffeurs die staan te wachten op koelwagens met fruit om die naar Tripoli te rijden. Volgens hen kunnen we net zo goed met ze mee naar Libië waar weinig aan de hand is en waar naar hun verwachting Gadaffi morgen of overmorgen definitief de overwinning zal behalen waarna het binnen enkele dagen weer helemaal rustig zal zijn in het land. Ik laat me toch maar niet overhalen..............
 

Zondag 24 april

We rijden zonder Tunis aan te doen naar Hammamet waar we op tijd willen zijn om te zien of een van de campings überhaupt open is zodat we Jolanda, die vanmiddag met de Landrover vanuit Genua in Tunis aankomt, kunnen aangeven waarheen ze moet rijden. We belanden op  een leuke camping die ons met open armen ontvangt, blij met de klandizie. Nu maar even afwachten of de boot uit Genua op tijd komt en ze voor het donker deze camping kunnen bereiken. Dat lukt prima want om half 5 komt de Landrover al het terrein opdraaien, voorafgegaan en gevolgd door de deelnemers van een Franse 2CV club die begeleid door een aantal 4x4’s een woestijntochtje gaan maken. De kids zetten de tenten op, oma (Jolanda’s moeder) slaapt net als in Turkije vorig jaar, de komende 14 dagen bij ons in de camper. Na een gezellige borrel gaan we in het dorp couscous met lam eten. De volgende ochtend eerst naar een winery waar we gisteren al waren, hopelijk nu wel open. Ze lijken nogal overdonderd door het onaangekondigde bezoek maar uiteindelijk krijgen we toch een rondleiding en natuurlijk een proeverij. Men produceert een grote variëteit aan wijnen, 1 ervan heeft het afgelopen jaar een gouden medaille gewonnen op een concours in Bordeaux. Het is een rode wijn voor 80% van de shiraz druif en 20% van een locale druif waarvan me de naam is ontschoten. Hoewel we in het hele bedrijf geen eiken vaten hebben gezien valt me de eiken smaak wel op, bij navraag gebeurt dat op de Australische manier; het toevoegen van houtsnippers die er later weer uitgezeefd worden. We slaan het e.e.a. in voor onderweg want wijn is iets wat niet overal in Tunesië even makkelijk te krijgen is. Dan naar Kairouan, de oude hoofdstad en tevens een van de plekken waar tijdens de revolutie van afgelopen maanden de felste strijd geleverd werd. We bezoeken de grote moskee en de bekende meer dan duizend jaar oude waterwerken van de Aghlabiden. In verschillende reisgidsen wordt genoemd dat deze waterwerken nog in gebruik zouden zijn, dat blijkt bij navraag toch niet juist. Door de medina en souk worden we begeleid door een vrijwillige gids die zo verstandig is ons nergens mee naar binnen te slepen om iets te verkopen, hij maakt er een leuke en informatieve wandeling van en zegt het te doen omdat hij promotie wil maken voor Tunesië als vakantieland omdat het erg belangrijk is dat dit vrijwel enige export product door de westerse toerist snel wordt herontdekt. Al eerder hoorden we soortgelijke geluiden en ook de komende dagen maken we dit nog vaker mee.
 
 
Terug uit de stad storten we ons (de jeugd en ik) in het zwembad, heerlijk. Als we ’s avonds in de stad willen gaan eten, regent het dat het giet, als we teruglopen naar de campers dan plenst het werkelijk. Dat gaat de hele nacht zo door en de volgende dag zitten alle wegen in de stad muurvast vanwege de wateroverlast. We rijden daarom helemaal om de stad heen naar El Jem om daar het Romeinse theater en het archeologisch museum te bezoeken, daarna alweer binnen lunchen vanwege wind en regen.
 
 
Dezelfde dag rijden we nog door tot Gabes, een overnachting op het strand onderweg heeft met dit weer niet echt charmes. Onderweg trek ik Loek nog uit de blubber die zich op weg naar een strandje heeft vastgereden en is weggezakt. Vanaf de overnachtingsplaats in Gabes lopen de dames zo de medina in om nog het e.e.a. in te kopen. In Gabes stort ik me op een communicatie probleem tussen laptop en Oregon. Eerder dacht ik dit probleem getackeld te hebben maar zo eens in de week keert het terug, resteert in mijn optiek slechts hardware die het probleem kan veroorzaken dus dat maar een voor een uitwisselen want er echt iets aan ontdekken kan ik niet. Eerst maar het simpelste, de USB kabel, kijken wat de komende dagen het resultaat zal zijn. Verder zijn we nog bezig een 27mc probleem te analyseren. Mijn zendgolven komen altijd duidelijk binnen op andere apparaten maar de stem is vaak heel zacht en soms ineens kraakhelder. E.e.a. blijkt niet afhankelijk van microfoon (al gewisseld), noch van positie, noch van kanaal, het lijkt tot nu toe volkomen willekeurig, ooit komen we erachter en lossen we het op.

Woensdag 27 april

In de ochtend rijden we naar Djerba dat we met de klok mee rondrijden, de westzijde is in het geheel niet toeristisch en biedt talloze overnachtingsplaatsen langs de kust, halverwege het noorden en de oostkant staat het vol met resorts en heeft het eiland aan ons soort toerisme niet veel te bieden. Morgen een aantal dingen op het eiland bekijken en dan naar de woestijn.

De eerste indrukken van Tunesië vallen me zeker niet tegen, het maakt geen moment de indruk een land te zijn dat de weg kwijt is, eerder wordt mijn gesprek op de boot met een medewerker van de USA-ambassade bevestigd dat de bevolking zich heel snel bewust geworden is van de verantwoording die de nieuw verworven vrijheid met zich meebrengt. Bovendien is het er stukken schoner dan in Zuid Italie, de bewegwijzering in en rond de haven klopt gewoon en de hele haven maakt een overzichtelijke en vooral nette indruk, terwijl het toch niet de kleinste haven is op z’n zachts gezegd. Bovendien klopt de infrastructuur rond de haven gewoon, misschien moet Tunesië wat dat betreft ontwikkelingswerk in Italië gaan doen. De wegen zijn tot nu toe prima en de bewegwijzering compleet en consequent.
 

Eerst gaan we op Djerba op zoek naar een ondergrondse moskee, nadeel is natuurlijk dat je hem op afstand niet ziet staan, bovendien wordt ie niet aangegeven want hij is gewoon in gebruik en dus niet opengesteld voor toeristen. In verschillende reisgidsen en kaarten wordt het ding ook nog eens op verschillende locaties genoemd, kortom effe lastig. De vrouwelijke eilandbewoners zijn zeer kleurrijk gekleed, beetje Zuid-Amerikaans/Indiaans, ze laten zich echter niet graag fotograferen. We bezoeken het erfgoedmuseum en uiteraard de pottenbakkers in Guellala waar we mee een tunnel ingeloodst worden waar de klei gewonnen wordt. Dan naar de 1300 leden tellende Joodse gemeenschap bij Erridiah, El Ghriba, een 2600 jaar oude nederzetting. Deze gemeenschap werd in 2002 opgeschrikt door een bloedige aanslag dmv een autobom in een vrachtwagen waarbij 20 doden vielen. De omringende moslim bevolking haastte zich om te melden dat de aanslag van buitenaf gekomen moest zijn omdat men hier al eeuwen in vrede naast elkaar leeft. Ook nu is dat nog zo want men werkt en woont gewoon door elkaar heen, ook in de plaatselijke cafeetjes kom je beide groeperingen tegen.
 
 
Aan het eind van de middag treffen we elkaar in het noorden van het eiland waar we overnachten op het strand en een bbqtje organiseren. De volgende ochtend nemen we afscheid van dit relax-eiland dat we verlaten via de Romeinse weg, een dam die het eiland met het vasteland verbindt, heen kwamen we met de ferry voor de eenmalige aanbiedingsprijs van 40 eurocent.

Via een mooie route langs zoutmeren, beginnende woestijn en een gebied van kloven en kale bergen rijden we naar het gebied waar zich de Ksars bevinden, veel van deze oude opslagplaatsen zijn in slechte staat maar sommige zijn nog erg mooi. We overnachten binnen de muren van de Ksar van Metameur, een van de best bewaard gebleven maar niet gerestaureerde Ksars. De kinderen slapen in een van de als kamer ingerichte opslagruimtes in de Ksar waar we ook genieten van een stevige maaltijd, die bereid werd door de beheerster van het complex. Tijdens de rit van vandaag had ik hier en daar in de verte al wat gele lucht gezien, dat duidt op zandstormen. Dat komt uit ook want tijdens de nacht komt het slechte weer dichterbij, onweer, storm en regen zijn ons deel. Wie zo nodig richting woestijn wil moet het maar weten ook. In een vliegende zandstorm rijden we naar Ksar Ghilane waar we op een terreintje naast de warme bron in de luwte overnachten. Onderweg nog een aantal dorpen bezocht waar nog steeds ondergrondse bewoning voorkomt, als Toujane, Techine en Matmata. Techine spreekt me het meest aan omdat het geheel authentiek is, Matmata is vanwege de filmopnames van oa Starwars, een beetje een circus geworden.
 
 
Na aankomst eerst maar eens wat afkoelen met een koud biertje, ondanks dat de zon niet doorkomt vanwege het zand is het namelijk wel 34 graden. Dan, in het ruim 30 graden warme water van de lokale bron, het zand dat werkelijk overal zit, afspoelen, lekker hoor een rondje zwemmen bij deze temperatuur. De kids huren een tent voor een paar centen en zo komen we de nacht door na een heerlijk maaltijd, geen couscous deze keer!! Onderweg brachten we nog een bezoek aan een bedoeïenen familie die voor het transport alleen beschikt over kamelen en ezels. Ze verhuizen zo’n 5x per jaar met hun kudde van schapen, geiten en kamelen en hun zelfgemaakte tenten waarvan je aan de decoraties kunt zien tot welke stam ze behoren.
 
 
Voor de volgende ochtend bespreken we een tochtje te paard door de zandduinen voor Loek, Michelle, Marielle, Jolanda en mijzelf, Koen en Joke hebben nog nooit op een kameel gezeten en willen dat wel eens ervaren.
 
 
Ik wil via 150km piste en duinen naar Douz rijden, iedereen is voor, alleen Loek laat zich niet overtuigen, zelfs Joke, die overdag met hem meerijdt, krijgt hem niet zover dat ie z’n Landrover richting duinen laat koersen. Samen uit samen thuis wint, ik pomp de banden van onze Landrover en de MAN weer op en we rijden via asfalt naar Douz waar we de route onderlangs het grote zoutmeer Chott el Jerid kiezen om naar het westen te rijden. Zo kom je door een aantal aardige dorpen met prachtige palmerias en langs een plek waar zandrozen (woestijnrozen) gevonden worden die zo groot zijn als wijzelf.
 
 
We overnachten vlak langs de Algerijnse grens ergens in de woestijn waar de volgende zandstorm zich aandient en niet zo’n misselijke ook. Michelle en Marielle moeten hun tent afbreken zo hard waait het, de haringen houden het niet in het losse woestijnzand, Koen die onder de blote hemel slaapt moet ook z’n bullen pakken, ze slapen verder in de Landrover. Het is buiten werkelijk geen harden dus rijden we al in de vroege ochtend naar Tozeur waar we om een uur of tien in de beschutting van de omheinde camping even op adem komen en het zand weer van ons afspoelen.
 
 
De tijd gaat snel en al over 2 dagen zal onze Landrover met aan boord Koen, Joke, Michelle en Marielle zich in beweging zetten richting Tunis om daar weer de boot naar Genua te nemen. Er moeten dus keuzes gemaakt worden als het gaat om wat nog te doen tot aan dat aanstaande droevige moment. In Tozeur maken we eerst een wandeling door een oud deel van de stad dat vroeger toebehoorde aan een rijke familie die zijn geld verdiende met handelskaravaans. Alle gebouwen zijn opgetrokken uit kleine steentjes die doen denken aan onze bakstenen, ze zijn niet gevoegd om zo een groter oppervlak te krijgen waardoor het huis sneller afkoelt en bovendien creëert iedere steen zo een beetje schaduw voor de onderliggende steen waardoor de muur ook minder snel zou opwarmen.
 
 
Na een kort bezoek aan de markt gaan we een restaurantje binnen dat geliefd is bij de plaatselijke bevolking, na een heerlijke brik (bekend Tunesisch voor of tussengerecht) kiest iedereen voor spiesen met kamelenvlees. Niet altijd even mals maar wel erg lekker.
 
We huren 2 caleches om ons door de palmeria te rijden naar de plaatselijke dierentuin met aangrenzende tuin. De dierentuin is niet zoals wij dat gewend zijn maar in vergelijking met andere dierentuinen die we her en der gezien hebben in andere landen valt het nog wel mee. De show die een van de verzorgers weggeeft met een cola drinkende kameel, een schorpioen, een paar slangen en wat reptielen hoort niet in een dierentuin thuis maar is wel vermakelijk en soms ook nog leerzaam.
 
 
Dan verder door de palmeria, daar laat zich nog wel het e.e.a. over vertellen. De palmerias in Tunesie beschikken over zeer veel water en zijn zo geschikt voor de verbouw van van alles en nog wat; abrikozen, perziken, bananen, granaatappels en vijgen. Natuurlijk is er ook de oogst van de dadels van de palmen zelf. We gaan naar Chak Wak, een thema park over het ontstaan van het leven op aarde tot en met de moderne mens, bijzonder dat aan christendom, islam en jodendom gelijkwaardig aandacht besteed wordt, mooi voorbeeld van de Tunesische tolerantie.