Middenoosten deel 6

Zo 26 sept

Vanmorgen zijn we met een gehuurd busje naar de zondagsmarkt gereden. Het is een grote gevariëerde markt. Veel huisraad, schilderijen, oude gereedschappen tot RVS-persen toe, ambachtelijke muziekinstrumenten en houtsnijwerk. Er is ook een hoek waar honden en vooral veel puppies verkocht worden. Daarna hebben we gelunchd. Bijzondere indruk heeft het genocide museum gemaakt. Boven op een heuvel is een enorm gebouw geplaatst met een park op het dak. Je daalt dus af in een ondergronds museum dat associaties oplevert van de gaskamers van Duitsland. Tijdens de eerste wereldoorlog hebben de Turken geprobeerd het land te veroveren en zoveel mogelijk Armeniërs te doden. Uiteindelijk is 19 % van de Armeense bevolking het slachtoffer geworden. Het hoogtepunt van de slachting werd in 1915 bereikt. Het museum begint met een overzicht van het aantal inwoners voor en na de 1e WO per provincie. Het middenstuk geeft alle gruwelijkheden van verbrande groepen mensen in massagraven,  het leeg maaien van dorpen en kloosters, de dorpen en kloosters voor en na de verwoesting. Veel officiële stukken zijn hier verzameld en tentoongesteld en veel wordt met zwart-wit foto’s uit die tijd ondersteund. Het laatste gedeelte geeft iets weer van het herstel van het land na deze tijd. Het museum is gebouwd ter gelegenheid van de 80 jarige herdenking; het monument dat even verderop staat is ter gelegenheid van de 50 jarige herdenking geplaatst. 12 naar elkaar toe gebogen zuilen staan voor de 12 provincies. Ertussen is een eeuwige vlam, waar mensen dagelijks verse bloemen leggen. Terwijl wij ernaar kijken komt een groep rozen neerleggen. Het park op het dak van het museum heeft heel veel sparren, die elk door een president of ander belangrijk persoon zijn geplaatst.

Hierna  maken we nog een rondrit door de stad, maar nu met een officiële gids die van alles over de stad en de bijzonderheden weet te vertellen. We zien veel dingen van de vorige rondrit: Het plein van de Republiek, de cascade, maar er wordt veel meer over verteld. Het grote sportpaleis is nieuw. Het heeft een monumentale trap, omdat het boven op een heuvel ligt. Ook het oude fort uit de tijd van de Perzische overheersing zien we goed en een mooie poort naar een overdekte markt.

Ma 27 sept

We beginnen de dag met een excursie in de cognacfabriek: De Ararat. Het is een groot bedrijf met 5000 werknemers, dat 5.5 tot 8 miljoen flessen cognac per jaar levert. 92 % daarvan wordt geëxporteerd naar 25 landen. Er veel samenwerking met de Franse cognacindustrie. In Rusland en deze streken heet hun produkt cognac, in de Westeuropese landen moet de naam brandewijn gebruikt worden. In hele grote vaten vindt de destillatie plaats bij 27 graden tot 40 – 41% alcohol. Via een glazen buizenstelsel komt het product in kleinere vaten, waar heet 3, 10 of 20 jaar ligt te rijpen. In het museum staat de oudste fles 107 jaar, waarvan de inhoud echter wel eens aangevuld is. Er is één vredesvat: een vat waarin cognac ligt te rijpen en dat pas geopend zal worden als er vrede is tussen Armenië en Azerbeidjan. Er is ook een hele hal vol vaten die gevuld zijn bij het bezoek van hoge regeringsleiders vanaf 2002. Het zijn dus persoonlijke vaten met het gewicht van de betreffende persoon aan cognac. Het valt op dat Boris Jeltsin er dus wel veel heeft. De vaten zijn van eikenhout en handgemaakt.

We rijden nu Yerevan uit naar het noordoosten. Bij Garni komen we in een tempel van de eerste eeuw. Van oudsher was hier al een fort met een koninklijk paleis. Voor de 8e eeuw voor Chr. is hier het spijkerschrift gebruikt. Toen kwam de Griekse tijd en werd alles in het Grieks geschreven en pas in 405 na Chr. zijn de Armeense letters ingevoerd. De tempel: De zonnetempel is in Griekse stijl gemaakt. De stenen werden met ijzeren staven samengevoegd die met lood in de steenholten werden vastgezet. Later zijn door rovers de stenen opengehakt en het lood verwijderd. Daardoor is er veel schade een de tempel ontstaan. De stenen op dit hele terrein zijn van 5-zijdig basalt. Dat is bijzonder, omdat basalt meestal 6-kantig is. De tempel heette zonnetempel, omdat het zonlicht op een bijzondere manier weerkaatst werd en zo de tempel verlichtte. Er is een prachtige akoestiek in het gebouw: een koortje van 5 zangsters laat dat horen.

Naast de tempel is een Romeins badhuis. Er onder werd een vuur gestookt, waarvan de warme lucht drie baden verwarmde: de eerste het heetst, de laatste het koudst. Die licht ging tussen talloze pilaartjes onder de vloer door en verwarmde die vloer met de baden erop.

Dan rijden we door naar Geghard. Hier is wel een heel bijzonder klooster, dat op de werelderfgoed lijst staat. Vanaf de 4e eeuw hebben monniken hier het gesteente uitgehakt en zo grote kerkzalen in de rots gemaakt. Via de opening boven werd het losgehakte gesteente afgevoerd. Zo is er een complex van grottenzalen ontstaan, die allemaal met elkaar in verbinding staan. De akoestiek erin is heel bijzonder. In de rots zijn zuilen uitgespaard om alles te ondersteunen. In de wanden zijn veel reliëfs aangebracht. De vloer bestaat veelal uit grafstenen. In 923 is het complex geplunderd vanuit Azerbeidjan om het te islamiseren. In de 13e eeuw is het hersteld en tegen het grottencomplex aan werd een gavit (bijeenkomst zalen voor het volk) en een kerk gebouwd met gewone stenen. Het complex kreeg de naam Geghard (Golgotha) vanwege de speer, die in Jezus werd gestoken bij zijn kruisiging, hierheen is gebracht in de 13e eeuw. Deze speer is later overgebracht naar het kerkelijk centrum van het land: Ejmiatsin.

In de kerk maken we een doopdienst mee. Bij het begin van de dienst draait iedereen zich om naar de toegangsdeur. Dit ritueel is om de duivel te verdrijven. Dan wordt het water gezegend en het kind, dat minstens 2 jaar oud is gedoopt. Het klooster wordt veel gebruikt voor plechtigheden en er wonen 2 monniken die alle activiteiten leiden

We rijden tenslotte enkele km terug en vinden een prachtige staanplaats, compleet voorzien van picknicktafels en barbecues.

Di 28 sept

We rijden terug naar Yerevan en dan door naar het Westen, richting Talin. Bij Etchmiazin bezoeken we het religieuze centrum van Armenië. Het religieuze centrum hier is gesticht in 301 bij de christianisering van het land. De Patriarch van het land woont hier. De St Etchmiadzin Kathedraal is een complex van pracht en praal. In tegenstelling tot de vaak eenvoudige kloosters is deze van grond tot dak beschilderd met allerlei kleuren. Het is echt een soort Armeens Vaticaan. Er is na de oprichting alle jaren aan gebouwd. Bij de kerk is een schatkamer vol kerkelijke gouden voorwerpen. Het meest bekend is de speer, waarmee Jezus bij de kruisiging in zijn zijde is doorboord. Deze zou in 13e eeuw meegenomen zijn uit het Heilige Land en ondergebracht in Geghard en vandaar naar Etchmiadzin gebracht zijn.

Hierna rijden we naar het Geologisch, archeologisch museum in Metsamor. Metsamor is in 1988 door een hele zware aardbeving getroffen. Het museum is gebouwd op een heuvel waar het meeste tentoongestelde is opgegraven. Er zijn stenen werktuigen uit het stenentijdperk van 4000 voor Chr, vazen met allerlei bewerkingen van jachttaferelen uit 1100 voor Chr. Bijzonder is dat ze vrijwel allemaal onbeschadigd zijn. Heel veel voorwerpen zijn uit het bronzen tijdperk. Men had toen allerlei ovens om diverse metalen te smelten. De voorwerpen werden vaak in de koninklijke graven meegegeven en kwamen zo in het museum terecht. In de kelder is een koninklijk graf gereconstrueerd. Ernaast zijn de gouden sieraden uit die tijd opgesteld. Buiten staat een hele rij Phalussen, van klein tot groot. Vrouwen moesten enige tijd bij zo’n phallus doorbrengen om hun vruchtbaarheid te verhogen. Tegenover het museum staat een groot pompstation. Dit station pompt water op, dat met vele buizen naar de kerncentrale van Armenië wordt vervoerd. Dit is een kerncentrale van Russische makelij en bediend door Russen.

Dan rijden we door naar het Fort van Talin. Het fort is uit de 9e eeuw. Enkele jaren geleden is iemand dit fort gaan restaureren. Toen deze man overleed, is het werk gestopt en het ligt er n u half afgebouwd erbij. Het is echter een uitstekende overnachtingsplek, zij het dat je via een dwars geplaatste poort (tegen het naar binnen schieten) moet zien binnen te rijden.

Wo 29 sept

Vandaag een flinke rijdag. Eerst de hele ceremonie van het door de poort loodsen van de campers. Onderweg naar de grensovergang met Georgië;Bavra, klappert mijn achterbrug. De pen van een schokbreker blijkt afgebroken te zijn. Het kan niet veel kwaad zo, maar er moet wel iets nieuws versierd worden. In Gumry doen we boodschappen om zoveel mogelijk Armeens geld op te maken. De grensovergang zelf verloopt soepel. Dan rijden we over de hoofdweg tot de afslag naar Vardzia. Hier overnachten we onder een enorm grottenklooster van wel twaalf verdiepingen van grotten. Er wonen inmiddels weer een paar monniken. Nol en El hebben gehoord dat hun kleinkind voortijdig geboren zal worden. Zij zullen morgen via de kortste weg naar Nederland terugkeren. Daarom houden we maar een afscheidsetentje in het restaurant ter plaatse.

Do 30 sept

Vandaag een lange rijdag van 295 km met een grensovergang naar Turkije. Eerst terug naar de hoofdweg: de M1. Dan naar Ahalcihe. De weg naar de grens is erbarmelijk, we doen er lang over. Ik tank nog even alles vol onderweg, want hier kost de diesel 65 c en in Turkije 1.70 euro. Toch moeten we wachten want de grens gaat pas om 9.30 uur open. Het is wel een rustige grens. We krijgen een heel stel Poolse lifters mee, die vanaf deze verlaten grens geen enkele vorm van vervoer kunnen krijgen. Dan rijden we via Olcek, naast Ardahan, naar Kars. In Kars laat Wim zijn aandrijfas repareren, want die maakt af en toe een hels kabaal. Bij de officiële Ford garage doen ze er niets aan, want de auto is te oud: 16 jaar, bij de niet officiële garage is reparatie geen enkel probleem. Wij rijden ondertussen door naar Ocakli / Ani. Na 22 km blijft Angelien plotseling staan: Haar koppeling blijkt verbrand te zijn. De auto rijdt geen meter meer, dus ik sleep haar terug naar de Fordgarage van Kars. Die zet er ’s nachts een nieuw e koppeling in. Met de hoogste snelheid rijden we 43 km terug Ani, want daar kan je overnachten en we moeten  proberen er voor het donker te zijn. We worden op een ver weg gelegen parkeerterreintje neergezet, want er vin den televisie-opnames plaats in de oude vestingstad Ani. Angelien vindt geen hotel en slaapt dus bij mij in de camper.

Vr 1 oktober

We bekijken eerst de oude vestingstad Ani. Ani was vanaf 961 de hoofdstad van de Bagratidenkoningen van Armenië. Het werd de stad van de 1000 en één kerken. De stad overleefde de plunderingen door de Turken in 1064, maar werd door een aardbeving in 1319 volledig verwoest. Het is een groot terrein, omgeven door een vestingmuur, waarvan enkele stukken nog overeind staan. Vroeger was dit Armenië, nu is de grens met Armenië even verder op, voorzien van grote uitkijktorens voor de bewaking. Bij het begin is een grote Rabat: dat zijn de resten van de verkoopstalletjes. Het woord Rabat bestaat ook in het Nederlands (uitverkoop) en in Marokko is het een gewoon woord. Wellicht is het meegereisd met allerlei handelscaravanen. Er staan de resten van drie kerken, die gewijd zijn  aan St. Gregorius, die het land in 315 christianiseerde. Vaak is de koepel ingevallen, maar met wat stalen balken gestut, staan de muren nog overeind. De citadel bevat de ruïnes van het paleis van de Bagratiden koningen. De eerste moskee van Turkije staat hier en stamt uit 1072, gebouwd door de Turken in destijds Armenië. Hij is nog redelijk bewaard gebleven en de minaret is volledig intact. Van de kerk van de Verlosser staat nog maar de helft. Het was een rond gebouw, gemaakt om een stuk van het kruis van Jezus te bewaren. Even verderop zijn de fundamenten van een Turks badhuis. De Kathedraal van Ani is nog vrijwel intact, alleen de toren is ingestort.  I n 1064 werd het een moskee en in 1124 weer een kerk. Hij is zo goed bewaard gebleven, dat de fresco’s er nog duidelijk in te zien zijn. Ze zijn tapijten op de vloer aan het leggen. Als we weggaan wordt het heel druk in Ani. Vrachtwagen vol militaire commando’s worden afgeleverd. Het blijkt dat de tweede Partij van het land, partij van Ataturk (de grootste partij is die van  Erdohan) vandaag een congres houdt in de Ruïnestad. Daarvoor werd de Kathedraal geheel met tapijten voorzien. Omringt door militairen zien we kans net op tijd het parkeerterrein te verlaten. We rijden terug naar Kars. Het zit tegen met de camper van Angelien: Alles ligt wel uit elkaar, maar de koppeling die ze in voorraad hadden blijkt niet te passen. De camper zal pas morgenavond klaar zijn. De anderen vervolgen de reis, en Angelien en ik proberen  de gebroken schokbreker van mijn camper te vervangen. In een wijk met zeker 50 kleine garagebedrijfjes wordt echter niet vervangen, maar gerepareerd: Er wordt een bout op de plaats van de pen gelast en de oude schokbreker wordt weer gemonteerd. Alle bouten worden zorgvuldig nagetrokken en de hele auto geïnspecteerd. Voor 50 euro moet het weer lukken. Het zoeken van een hotelkamer voor Angelien blijkt een probleem: Alles is afgehuurd voor het partijcongres. Uiteindelijk lukt het aan de rand van de stad en voor mij is er een grote parkeerplaats naast.

Za 2 okt.

Vandaag hebben we alle tijd voor Kars, want de auto van Angelien is pas om 6 uur klaar. We gaan eerst naar het archeologisch museum, waar veel spullen uit de oude stad die we gisteren bezochten ( Ani) zijn tentoongesteld. De collectie begint met vondsten uit een grot uit het stenen tijdperk. Er is een bot bij van een dinosauriër van 65 miljoen jaar geleden. Veel stenen werktuigen van 25000 jaar voor Chr. Het museum is gratis en bijzonder goed ingericht en duur opgezet. Buiten staat nog een treinwagon uit 1915 die door Russische officieren cadeau is gegeven en veel door de Pascha als privé wagon is gebruikt. We rijden door een sloppenwijk omhoog naar het fort van Kars. Als we daar aankomen staat een er busje met docenten van een school hier die een zaterdagje met elkaar uit zijn. We babbelen heel gezellig met elkaar, want ze spreken goed Engels. Het fort Kars bestaat alleen nog uit muren, maar ligt op de top van de berg en levert prachtige uitzichten op de stad Kars. Het fort is in 1153 gebouwd door een minister en in 1386  door de Mongolen verwoest. Mustafa Pascha heeft het in 1579 herbouwd. Al we in een kleine tentje wat zitten te drinken, ontmoeten we een Turkse journalist die op de fiets zonder geld een grote rondtoer door Turkije maakt en daarvoor wekelijks zijn krant een artikel levert. We dalen af naar oude brug. Aan weerskanten staat nog een ruïne van een Turks bad. De koepels zijn  nog intact en de gladde vloeren zij  er gedeeltelijk ook nog. Daarna gaan we in het centrum van de stad boodschappen doen. Niet zo’n goed idee op zaterdag, maar ja , dat kan zo uitkomen. Dan halen we de camper van Angelien op. Die is inderdaad om 6 uur klaar. Als extra service worden onze beide auto’s gewassen, wat blinken ze ineens! We rijden terug naar het hotel van vannacht, eten daar met een bus vol Belgen en overnachten op de parkeerplaats.

Zo 3 okt

We proberen vandaag de groep weer in te halen en dat betekent een dubbele dagrit van 450 km. Daarom vertrekken we bij het krieken van de dag. We rijden naar het Zuidoosten Igdir en dan door naar Dogubayazit. Onderweg zien we nog een complete vrachtwagen met een aanhanger van 3 wielstellen van de kant van de weg afgeduikeld op zijn kop liggen. Bij Dogubayazit bezoeken we het paleis Ishak Pasa Sarayi. Een fortachtig zandstenen paleis dat in de 18e eeuw door een Osmaanse gouverneur is gebouwd. Het heeft een heel andere bouwstijl dan de forten die we tot nog bezocht hebben, omdat het een mengsel is Perzisch, Osmaans, Armeens/Georgisch en Sjeldsjoek. Er is veel aan gerestaureerd en een groot deel van het paleis is met een glazen kap overdekt om het te beschermen. Een deel is nog in restauratie. Omdat hier drukke handelsroutes langs kwamen is het een enorm bouwwerk geworden met 366 kamers, waaronder 14 kamers voor het onderbrengen van de harems, een speciale mannenkamer, een enorme keuken en een kleine maar hoge moskee. Het uitzicht vanuit het paleis is schitterend op de stad en op de berg Ararat, waarin de ark van Noach terecht gekomen zou zijn. Helaas hebben we de hele dag regen, zelfs plensbuien, dus is het uitzicht beperkt.

Vandaar zijn we naar het Vanmeer gereden, een enorm groot meer van 400 m diepte. Het water is door de indamping zouter geworden dan zeewater. We treffen de anderen voorbij Van in Gevas. Daar staan we op de oever van het Vanmeer en eten in het restaurant vis uit dat meer.

Ma 4 okt

We beginnen de ochtend met een vaartocht over het Vanmeer, een meer 7 keer zo groot als het meer van Geneve en 400 m diep. We  huren een boot en tuffen naar het eiland Arhamar met het klooster Akdamar. Het is gebouwd door Koning Gagik I in 915. De kapel van Zacharias is goed intact gebleven en de buitenkant van het klooster is met reliëfs bewerkt over het paradijs en andere Bijbelse verhalen. Voor het klooster staat een klokkentoren uit 1131.

Terug bij de campers rijden we langs de zuidkant van het Vanmeer doorn Tatvan en dan de berg Nemrut op. Het is een verzameling vulkaankraters met verderop een groot kratermeer en een kleiner warm-watermeer. Wim was richting het grote meer gereden, maar daar in de zachte vulkaanbodem vastgelopen. Omdat we hier geen telefooncontact meer hebben, was hij niet gewaarschuwd dat we naar het kleine meer zouden gaan. Met de 27 MC konden we onderweg toch contact met hem krijgen en zijn we gezamenlijk naar het kleine meer gereden. Het uitzicht is helaas vaag door de zandstormen met het zand uit Irak dat hier vlak bij ligt. De auto’s zien er dan ook niet uit, want al dat fijne stofzand blijft er op zitten. De bergen zijn kaal maar het landshap is prachtig. Bij wat boompjes vinden we zelfs een soort camping.

Di 5 okt

Om 5 uur vannacht is Jeroen wakker geworden door een felle lamp die vanaf een auto over de hele omgeving gedraaid werd. Even later klonken schoten, waardoor ook Angelien wakker werd. Ik heb van het hele gebeuren niets gemerkt. Jeroen zag dat 2 mannen voor de schijnwerper uit een dier oppakten en over de schouder tilden. De achterpoten sleepten nog over de grond. Het dier werd in de auto gegooid en waarschijnlijk even later in het meer uitgespoeld. Nog spannender werd het toen even later alle lichten gedoofd werden en de mannen in de richting van de campers leken te lopen. Jeroen en Angelien zaten met autosleutels klaar om zonodig actie te ondernemen. Het bleek gelukkig niet nodig: de auto werd gestart en reed weg. De volgende ochtend vinden wij bloedsporen op de weg. In het zand zijn duidelijk sporen van een katachtige te onderscheiden. Het waargenomen dier was te groot voor een lynx, misschien was het een ocelot. Jammer dat in een beschermd natuurgebied stropers zo actief kunnen zijn.

We lopen nog even langs de warme bron in het gebied: er komt stoom uit de grond, en langs de koude grot, waar ook echt veel kou uit komt. Daarna rijden we nog even door naar het grote krater meer en dan terug richting Tatvan. Wim en Jeroen bekijken in een naburige Ford garage de speling in de aandrijfas van Wim. Het blijkt met flink wat  vet inspuiten redelijk aan het werk te krijgen te zijn. Angelien en ik rijden via Bitlis naar Siirt, Sernak, Cizre naar Midyat. We rijden hier door het Koerdische gebied vlak voor de grens met Noord-Irak. Je ziet dan ook overal militaire posten en tanks rijden. Ook veel controles door militairen onderweg. Bij slechts één controlepost, nl Cizre, vlak voor de Iraakse grens, worden ook wij aangehouden. De militairen willen mijn paspoort meenemen, maar dat weiger ik en aangezien ik midden op de weg, sta blokkeer ik alle verkeer. Gelukkig krijg ik mijn paspoort weer terug. De Koerden zelf in deze streek zijn uiterst vriendelijk. Als je even stopt, komen een praatje, voorzover dat gaat, maken. Bij het benzine tanken krijgen we cadeaus en thee aangeboden. Onderweg zien we een dorp waar massaal brandhout verzameld wordt voor de winter. Er worden hele boomachtige stapels van gemaakt. Uiteindelijk overnachten we binnen de muren van het Gabriëlklooster vlak voor Midyat. Een Nederlandse monnik daar nodigt ons uit voor de ochtenddienst om half vijf in de ochtend.

Wo 6 okt

Vanmorgen moeten we om 4 uur opstaan om om 4.30 uur de ochtend mis bij te wonen in het klooster. Als de klok geluid heeft, wordt de poort voor ons geopend en mogen we plaats nemen in de hoofdkerk. Daar wordt de dienst geleid door de bisschop en 4 monniken en erbij komen 20 jongelui, leerlingen in opleiding tot monnik. Zij zingen met elkaar de hele dienst:

Eerst een ochtendgebed, gevolgd door het zingen over de mysteriën van God en de plaats van de mens daarin. Dan de voorbereiding van de biecht. Daarbij worden de geboden in twee groepen bezongen met een vraag- en antwoordzang. Dan de biecht en de boetedoening, de vergeving. Bij de Verlossing van de gelovigen gaat de groep achter het altaar en trekt witte pijen aan. Dan volgt de heilige communie met brood en wijn. Ook wij krijgen van de deken een stukje brood. Dan volgt een nabeschouwing. De hele mis neemt anderhalf uur en vindt drie maal per week plaats. Het valt op dat de nonnen achterin de kerk zitten en de mis slechts bijwonen. Later wordt dit verklaard door de moslim-achtergrond van de streek, waardoor vrouwen apart geplaatst horen te worden. Na afloop krijgen we koffie en thee aangeboden en worden we voorzien van literatuur over de liturgie en het klooster. De deken legt ons het een  en ander uit en omdat hij leraar Engels en Aramees is spreekt hij uitstekend Engels. Hij vertelt dat er 20 jongelui in opleiding zijn, die overeenkomstig een afspraak met de overheid, overdag naar de gewone school in Midyat gaan en intern zijn. Daarnaast zijn er 35 jongelui uit arme gezinnen uit de omgeving, die opgevangen worden in het klooster en daar hun maaltijden krijgen. Nederland heeft hier een goede naam, omdat er 15000 Aramees Orthodoxen zijn en in Enschede een Aramees klooster is en er verder nog 4 Aramese Orthodoxe kerken zijn. Nadat we in de campers ontbeten hebben zijn we welkom bij Bisschop. Het is joviale man die ons samen met een Nederlandse monnik, die eerst in Syrië en daarna in dit klooster geplaatst is, te woord staat. De Koerdische Armees Orthodoxe kerk is de oudste kerk die vanuit de reizen van Paulus in Antiochië is ontstaan. In tegenstelling tot Rooms Katholiek is Maria geen godheid en zijn de heiligen bijzondere mensen voor hen. Ze vormen een heel open kerk die goede banden onderhoudt met Rooms Katholiek, Protestant en Moslim. De monniken hebben het celibaat, maar alles daaronder mag getrouwd zijn en kinderen hebben. Daarom is het des te schrijnender dat de ontwikkeling in Turkije recent zo tegen de christenen gekeerd is. Er mogen geen nieuwe kerken gebouwd worden en zelfs restauraties vereisen speciale  toestemming, en dat ondanks het feit dat Turkije toch 5 christelijke ministers heeft. Syrië is veel toleranter: Daar wordt naast iedere moskee een christelijke kerk geplaatst.

Na dit gesprek krijgen we een rondleiding door het klooster. We bezoeken de grafkelders waar de beenderen van duizenden mensen zijn ingemetseld. Een bisschop wordt rechtop zittend opgebaard. Zo is ook de stichter van het klooster: Monnik St. Gabriël, geboren in 594, na een ontmoeting met Engelen, hier zittend begraven. Boven zijn graf is een kleine opening, als je daar wat aarde uit neemt, werkt dat geneeskrachtig. We zien de oude refter en de doopkapel en daarna de nieuwere gedeelten van het klooster. Het valt op dat alles recent is gerestaureerd waardoor het perfect uitziet.

Vanaf het klooster rijden we via Midyat naar Mardin. Daar maken we een wandeling door de markt straat. Volgestouwd met stalletjes, waar af te toe een ezel met volle bepakking zich doorheen wringt. Het valt op dat geen Koerd opdringerig is met zijn koopwaar en dat iedereen heel vriendelijk reageert op vreemdelingen als wij. We lopen tot aan de caravaanserai. Dan rijden we door naar Dyarbakir, de hoofdstad van de Koerden, zij het niet als zodanig erkend. Onderweg is er bij Jeroen, nu al voor de tweede keer deze reis een steen tegen de voorruit een ster veroorzaakt. V oor reparatie wilden ze hier het glas wegboren, maar dat heeft hij toch maar voorkomen en de beschadiging afgeplakt. Bij een restaurant overnachten we hier op de parkeerplaats.

Do 7 okt

We gebruiken de ochtend voor een flinke rondwandeling door Dyarbakar. We zitten in het gebied van de Eufraat en de Tigris en deze stad ligt aan de Tigris. De stad is de onofficiële hoofdstad van d Koerden en daarom speelt politiek hier een belangrijke rol. We gaan eerst naar het oude koopcentrum van de stad. Hier drinken we koffie. We lopen langs de oude moskee : de Hasan Pasa Hari en proberen daarna bij de zwart basalten moskee te komen: De Behram Pasamoskee. Alle hekken zijn dicht, maar Virginea ziet één hek dat openstaat. Via een heleboel omweggetjes komen we er. Het is een moskee uit 1572 met bogen van wit afgewisseld met zwart basalt. Om de stad heen loopt een enorme lange stadsmuur, die op één plek na nog helemaal overeind staat. We lopen een heel stuk over die basalten stadsmuur en genieten van een prachtig uitzicht over de stad. De muren zijn door de Romeinen gebouwd in de 3e eeuw en later uitgebreid. Ze vormen op de Chinese muur na de langst muur van de wereld.

Hierna rijden we via Siverek naar Sanliurfa, een 5500 jaar oude stad en vroeger Edessa genoemd. Abraham zou hier geboren zijn en later door een fontein, die als een Godswonder ontstond, gered zijn van de wrede Assyrische Koning Nemrod. Voor Sanliurfa komen we langs een spiksplinter nieuw vliegveld, geheel omringd met wachttorens. Het blijkt het Amerikaans-Navo vliegveld te zijn, dat aangelegd is voor de oorlog in Irak. Het is nu aan Turkije gegeven die het ombouwt tot een vliegveld voor de burger luchtvaart.

Wij rijden door naar Harran, een plaats waar Abraham gewoond heeft. We overnachten in het museumdorp. De bewoners trekken wat aan ons voor de plek waar we gaan staan in verband met de klandizie. We eten in het enige restaurant van het dorp, zittend in kamelenstoeltjes aan een enorm rond blad. We krijgen een bord couscous en een kom hele goede yoghurt. Op onze parkeerplaats jagen ’s nachts twee velduiltjes, gebruikmakend van de straatverlichting.

Vr 8 okt

De volgende ochtend nemen we eerst afscheid van Wim  en Kathalien die van hier volgens afspraak terug rijden naar Nederland. Daarna maken we nog even een wandeling door het museumdorp. Alle huizen zijn van leem, vaak met puntdaken. Op het hoogste punt staat nog een oude burcht. Hierna zijn we bij Akcakale de Syrische grens overgestoken. Dat was nog een heel gedoe. Eerst wilde de Turken Virginea niet de grens over laten gaan, omdat ze een Roemeens paspoort heeft. Toen dat na drie kwartier werd opgelost hadden we aan de Syrische kant een wirwar van loketten af te lopen. Een logica in de volgorde was volledig afwezig, sommige loketten zijn binnen, sommige buiten en je moet zelfs nog een stempel halen bij de rij auto’s die juist Turkije ingaan. Aan de grens moet je hier de dieselbelasting betalen: 100 dollar per week. In Syrië zelf kost de diesel 40 cent per liter.

We zijn er uit gekomen  en via Ar Raqqah naar de vesting Jabal gereden. Een vesting van bricks gebouwd in Mesopotamische stijl. Het ligt op een vooruitgeschoven rots in het Assadmeer. Het is opvallend hoe vriendelijk de Syriërs zijn. Overal wordt er onderweg gewoven of door de tegenliggers met lichten gegroet.

We vieren hier tevens mijn verjaardag.

Een groepje Syrische studenten nodigt ons aan tafel uit en daar drinken we ons aperatief. Later eten we een echte Syrische maaltijd aan het meer, dus ook vis uit dat meer.

Za 9 okt

’s Morgens doet een koningsijsvogel zijn uiterste best om vis uit het meer te halen vlak voor onze campers. We gaan via een enorme lange stuwdam tussen het Assadmeer en het vervolg van de rivier de Eufraat naar de grote weg naar Ar Raqqah terug. Als we onderweg brood proberen te kopen, blijken er zeker 100 mensen voor in de rij te staan: de vrouwen rechts en de mannen links. Gelukkig mag Angelien direct naar voren. Het brood dat uit de oven komt wordt stuk voor stuk via een hele kleine opening in de muur verkocht. Angelien krijgt haar brood gratis: direct geholpen en gratis, zo vriendelijk zijn de  mensen hier.

We rijden door naar Halabiya (Zenobia), een oude vesting aan de Eufraat. Er resten slechts brokken muur. Er achter gaan we over een pontonbrug en rijden via de andere kant van de Eufraat naar Dayr az Zawr. Dat is een levendige stad midden in de woestijn. De wegen zijn hier van prima asfalt, om ons heen is een eentonige eindeloze woestijnvlakte. Zo rijden van Dayr door naar een ruïne vesting Dura Europos. Het is een militaire vestingstad, gebouwd door de Romeinen in 116 na Chr. Het was een enorme vestingstad om de rivier de Eufraat te controleren. Er waren 14 tempels en een Joodse Synagoge. De vesting viel onder het bestuur van Palmyra. Door zijn strategische ligging was het belangrijk in allerlei caravaanroutes, vooral naar en van Irak. We zitten hier 50 km van de grens van Irak. In 256 werd het bij de Perzische inval verwoest. Het hek gaat om 17 uur dicht, maar de bewaker laat het voor ons open. Daardoor kunnen we tegen de avond een mooie wandeling door de vesting maken. De muren aan de woestijnkant en aan de Eufraatkant staan nog overeind, daartussen vind je alleen fundamenten. Bij de Eufraat heeft men een binnenplaats met Romeinse gezinswoningen gerecontueerd en even verder staat een Romeinse villa. Voor de stad vinden we een  paar grafheuvels met kleine huisvormige holten daarin als grafkelder. Op de grond eromheen liggen vele stukjes schedelbot. We staan hier heerlijk alleen midden in de woestijn met een wolkenloze hemel, windstil en lekker warm. Virginea verzorgt de maaltijd. ’s Avonds vliegen twee uilen krijsend voor ons langs.

Zo 10 okt

We rijden dezelfde weg terug naar Dayr, omdat vandaar de weg naar Palmyra begint. Onderweg kopen we het een en ander op een heel rommelige markt. Het is wel leuk om te zien hoe alles door elkaar vliegt. Het is er stampvol met de driewieler autootjes, die soms afgeladen zijn met bakstenen. In Dayr bezoeken we het nationaal museum. Een nieuw bijzonder goed opgezet museum, waarin de hele geschiedenis van de streek in chronologische volgorde is weergegeven. En dat is een rijke geschiedenis, want Syrië is het Mesopotamië tussen de Eufraat en de Tigris van vroeger. De geschiedenis begint 12000 jaar geleden en 6000 jaar terug was er al hoogstaande kunst.

Een overzicht van de roerige geschiedenis van deze streken wordt chronologisch in het museum getoond.

De Steentijd

10.000 jaar voor Chr. gingen jagers graan verbouwen, waardoor dorpen ontstonden. 6000 jaar voor Chr. ging met potten bakken, zonder draaischijf, maar men beschilderde ze wel.

4000 jaar voor Chr. ontstaan de eerste steden en is er ruilhandel van hout, koper en steen.

De Bronstijd

3000 – 2000 voor Chr. Worden de eerste paleizen gebouwd en de eerste kleitabletten gemaakt. Invallen door Nomaden maken daar een eind aan.

2000 – 1500 voor Chr. Het land wordt veroverd door de Hettieten uit Anatolië.

1500 – 1200 voor Chr. expansie van Egypte onder farao Toetmosis, aan de oostkant breidt het nieuw Assyrische rijk zich uit. Het spijkerschrift wordt uitgevonden.

De IJzertijd

Invallen door diverse volken vanuit de Middellandse zee en door semitische Nomadenstammen. Edomieten, Ammonieten en Moabiten bezetten jordanië. Het is de tijd van de trektocht van de Israëlieten onder leiding van Mozes door de Sinaï.

1000 voor Chr. Koning David vestingt het Israëlitische rijk bij de Jordaan na gevechten met de Filistijnen. Na de dood van David wordt het rijk in tweeën verdeeld: Juda in het zuiden en Israël in het noorden. Daarnaast ontwikkelt zich een machtig Assyrisch rijk.

586 voor Chr. De Chaldeeën versloegen de Assyriërs en Nebukadnessar annexeerde Syrië en Palestina, de Joden worden afgevoerd in ballingschap.

Dan volgt de opkomst van het Perzische rijk en mogen de joden terugkeren.

300 voor Chr. Alexander de Grote versloeg dat Perzische rijk en naam de heerschappij over.

150 voor Chr. Allerlei omringende volkeren knabbelen aan dat Perzische Rijk en dat gaf verdeeldheid.

Daarvan konden in 64 voor Chr. de Romeinen profiteren en alles innemen.

De Prins va Palmyra kreeg het Romeinse bevelhebberschap in deze streken. Toen hij stierf nam zijn weduwe Zenobia de macht over en stichtte haar eigen rijk tot in Egypte. Daar maakten de Romeinen een eind aan en zetten Zenobia in Rome gevangen.

391 na Chr. Het Christendom wordt door Constantijn de Grote ingevoerd in Syrië en jordanië en  wordt staatsgodsdienst.

In de Middelleeuwen vallen de Arabieren binnen. Veel boeren trokken daardoor weg en de eerste Dode Steden ontstonden.

Als antwoord op de Arabieren werden er 3 kruistochten gehouden, maar die leidden tot niets: het laatste Christelijke bolwerk viel in 1300 door invallen van  de Mongolen.

Daarna komt het Turks Osmaanse Rijk op. Aan het eind van de 1e WO komt daar een eind aan.

Na het bezoek aan het nationaal museum proberen we het Folkloremuseum van klederdrachten te vinden. Het moet in het centrum van de stad zijn. Parkeren moeten we dus een eind verderop doen. Lopend bereiken we de plaats waar het museum volgens de plattegrond zou moeten zijn. Er is alleen een enorm theecafé, waar vele oudere mensen aan tafels zitten te kaarten. Dan maar vragen, voor zover we iemand vinden die Engels spreekt. Een politieman verwijst ons de straat links af, een andere voorbijganger naar de straat rechtdoor en tenslotte bieden twee meisjes ons aan te brengen en wel via de straat rechtsaf. Als ze ons dan midden in een modezaak brengen, geven we onze pogingen maar op.

We reden dwars door de woestijn van Oost naar West door Syrië naar Palmyra. Daar moet Jeroen al zijn, maar we kunnen hem niet vinden. Omdat het ondertussen al donker is geworden parkeren we maar bij een restaurant, waar Angelien 5 jaar geleden al een keer ongeveer heeft gestaan. Morgen maar eens kijken waar iedereen gebleven is.

Ma 11 okt

 De volgende ochtend gaan we naar het dorp van Palmyra naast het antieke Palmyra om het museum te bezoeken. In het museum zijn allerlei kunstvoorwerpen uit de opgravingen van Palmyra ondergebracht. Palmyra ligt op de grens van de bergen en de vlakke woestijn en op zo’n plaats komt veel water naar boven: Vandaar de palmen of zoals de oorspronkelijke naam Tadmur (dadels). Daardoor was het hier een kruispunt van caravanen en onderdeel van de zijderoute naar India en China. De stad is  rijk geworden door de tolheffing. Palmyra is opgebouwd vanaf 200 jaar voor Chr. Eerst de Grieken en later de Romeinen heersten hier. Keizer Adrianus vond de stad zo sterk, dat ze eigen rechten kregen als Romeinse kolonie. Na een moord op de heersende regent, nam diens vrouw Zenobia het over. Zij werd een rebelse koningin, want ze maakte zo’n sterk leger dat ze de buurlanden tot aan Egypte versloeg en innam. Dat werd de Romeinse keizer te veel en met grote legers werd alles tot de orde geroepen en Zenobia naar Rome vervoerd en daar door de straten gesleurd met gouden ketenen. Toch trouwde ze daarna nog met een Romeinse dictator. In 634 werd Palmyra door een Moslimleger ingenomen en verdween alle glorie. Een aardbeving verwoeste alles in 1089.

Behalve de stenen beelden, kantelen, kunstvoorwerpen en kleding bezit het museum ook een afdeling mummies en materiaal voor mummificering. Hier ontmoeten we Jeroen, Jolanda en Virginea weer, die vlak bij op een camping blijken te staan. Samen met hen gaan we naar de graven. We bezoeken een enorme graftoren van 4 verdiepingen. Elke verdieping vol nissen voor de doden. Op de rest van het terrein staan mini-pyramides met rondom holtes om de overledenen in te leggen. Even verderop komen we in de grafkelder van de drie broers. Zoals vaker in die tijd gebeurde hebben zij intensief gebouwd aan een enorme onderaardse grafkelder met drie kamers, omdat zij geloofden dat dat hun woning na de dood zou worden. De kelder is voorzien van vele fresco’s.

We gaan terug naar en zetten de campers op de camping waar Jeroen al stond.

’s Middags bezoeken we de ruïnes van de oude stad palmyra naast onze camping.

Eerst de Baal-tempel of ook wel Beltempel. Binnen de muren is het een enorme hof met in het midden ene gigantische Cella of tempel. In de hof is een in de grond verzonken gang om de offerdieren naar binnen te brengen vanuit de kelders. In de tempel is aan weerskanten een enorme nis oor de verering van de goden. Verder waren er nog diverse tempels op het terrein, waarvan nu alleen nog de zuilen overeind staan.

Daarna lopen we naar de ruïnestad er tegenover. Die begint met een enorme triomfboog, waarachter een hele lange zuilengang loopt. Die komt uit op de Tetrapilon. Een groot bouwwerk van 4 zuilen, waarvan elke zuil ook weer uit 4 zuilen bestaat. Bovenop was een platform waarop en standbeeld stond, maar dat is nu weg. Rechts van ons en voor ons ligt de resten van een enorme stad en graftempels. Wij gaan links en komen bij een hele groet markthal: De Agora. Hier werden ook de grote vergaderingen gehouden. Als we teruglopen komen we langs het amfitheater met een enorm podium voorzien van hoge zuilen. Via de enorme Tempel van Nebo keren we terug naar de camping. We staan er heerlijk tussen de olijfbomen aan de voet van de grote Baal tempel. Het is een hele kleine camping met een klein zwembad. Daar vermaken we ons de rest van de middag.

Di 12 okt

Vandaag rijden we richting Middellandse Zee kust. We komen daarbij vlak boven de grens met Libanon. Eerst de woestijnweg naar Homs. Onderweg zien we een paar militaire posten met ronddraaiende radarschermen. Het enorm oud roestig materieel waarmee ze werken. Dan rijden we verder naar het westen naar Citadel Hosn of ook wel Crac de Chevaliers genoemd.

De eerste bouw van deze enorme vesting begon in 1031 door de gouverneur van Homs. Rond 1100 werd de vesting ingenomen door de kruisvaarders. Omdat dit een strategisch bolwerk was te midden van de moslimwereld, bouwden ze uit tot een onneembare vesting. Hier konden 2000 strijders ondergebracht worden en zich 5 jaar in stand houden. In 1142 werd de vesting gegeven aan de knechten van St John uit Jeruzalem. Zij controleerden alle doorgangswegen langs de citadel, van de kust van Tyrus naar Sidon en van Biqua naar Damascus. In 1250 vochten de barbaren onder Sultan mamluk en wisten Syrië en Egypte te verenigen. Na een lang beleg viel de citadel in handen van de sultan. Er werd veel aan gebouwd en een moskee werd toegevoegd. Rondom het geheel loopt een hele hoge vestingmuur met gangen in verschillende verdiepingen  erin en met diverse torens. We zijn rondom er helemaal door en op gelopen. Aan één kant is er een soort slotgracht tussen de muur en het kasteel. Het kasteel binnen de muren heeft ook enkele verdiepingen. In het midden is een diepe put die aansluit op een bron. Er voor een zaal van 120 meter, waar 2000 soldaten konden wonen. Op zij een moskee. Op het dak is ook een grote binnen plaats met rondom gangen en zalen. Daarboven op kan je klimmen tot het hoogste punt: het uitzicht op de bergachtige omgeving is schitteren en je kijkt tot aan de Middellandse Zee. Een eindje onder deze vesting zoeken we ene overnachtingsplek en vinden die op een doodlopend stukje weg.

Wo 13 okt

De ochtend begint met de viering van de verjaardag van Jolanda: met vlaggetjes, slingers en een felicitatie in steentjes mozaïek aangevuld met verjaardagscadeaus.

We rijden via wat bezienswaardigheden naar de kust van de Middellandse Zee. Allereerst het  naar het nieuw gerestaureerde St. Georgeklooster. Bijzonder is dat er een oude kerk van 900 jaar oud beneden staat en dat er bovenop een nieuwe kerk van 200 jaar oud is gebouwd. Beide kerken bevatten veel iconen. Er is een bijzonder schilderij, waarop een heilige het hoofd van Christus in zijn handen houdt.

Meer naar het westen komen we bij een gigantische rechthoekige hoge toren: De Donjon bij het plaatsje Safita. Het is een gigantisch druk vol plaatsje en een bewoner wijst ons met zijn auto hoe we de toren via wat rustiger steegjes kunnen bereiken. De toren is gebouwd in de kruisriddertijd van de 13e eeuw. Beneden is een kerk, daarboven zijn allerlei verdiepingen die gediend hebben als zalen voor bijeenkomsten, heilige ruimten  en woningen. Het was een verdedigingstoren en op het dak kan je aan alle kanten de vijand zien aankomen. Het uitzicht daar is dan ook schitterend.

Hierna rijden we naar Tartus en dan naar het zuiden: de historische plaats Amrit. Het was een Phoenicische nederzetting. Overgebleven zijn de resten van een bronnenheiligdom. Het is een bad van 38 bij 48 meter en 3 meter diep. In het midden staat een tempeltje, waarin een Godsbeeld was ondergebracht. Er zit nu geen drup water meer in. Even verderop is in de grond een groot stadion uitgehakt. In de rotsen zijn  de bankjes uitgehouwen. Even verderop staan twee 10 meter hoge zuilen met leeuwen erop uitgehouwen. Ze zijn geplaatst op oude grafkelders, de ingang naar omlaag gaat opzij de grond in. Ze worden beschouwd als een Phoenicische voorloper van de Romeinse mausolea.

In Tartus raak ik door de vele stoplichten Angelien kwijt. Afzonderlijk rijden we langs de kust naar het noorden naar Lattakia en dan naar het Noordoosten richting Slinfah. Halverwege is het Saladin kasteel (Mudiq). De weg erheen is te steil voor een camper. Jeroen stuurt de gegevens van de plek waar hij verblijft. Wij zoeken overal op die plek, maar vinden hem niet. Tenslotte zoeken we zelf maar een overnachtingsplaats.

Do 14 okt

Ik rij naar Slinfeh en dan de bergpas over naar de weg naar Shughur. Vandaar wordt een nieuwe weg aangelegd naar Aleppo. Deels kan je over die weg, deels moet je over de oude weg. Halverwege Idlib bezoeken we twee dode steden: Al Barah en Sirjilla. Het is nog raadselachtig waarom Al Barah verlaten is. Het was een grote stad, waar nog slechts wat muurtjes van zijn overgebleven. Wel staat er nog een grote vestingtoren waarboven op je een mooi uitzicht hebt over de omgeving. Veel stenen uit de stad zijn gebruikt om muren rond de olijfgaarden aan te leggen. 4 km verderop ligt Sirjilla , een stad die in de 15e eeuw is verlaten. Er is een centraal plein met herbergen en Turks bad, een kleine kerk en veel resten van huizen en villa’s. Er staat hier nog veel meer overeind dan in Al Barah. In het dorpje Balyun daar vlak bij koop ik een sandwich. De verkoper wil geen geld aannemen voor de sandwich, zo vriendelijk zijn  ze hier voor vreemdelingen.

Van hieraf rijden we via Idlib naar 25 km ten westen van Aleppo, daar is een kleien camping die gedreven wordt door een Belgische vrouw. Hier zullen we enkele dagen blijven staan.