Frankrijk en Spanje deel 2

Voor het bereiken van de kust doen we nog de Colony of Santa Eulalia aan. Een vervallen dorp waar eens getracht werd een socialistische droom te verwezenlijken. Inmiddels zijn er weer een paar families neergestreken in het grotendeels verlaten en vervallen dorp zonder verdere voorzieningen al wordt de vuilnis tegenwoordig kennelijk we weer opgehaald.

Torrevieja is bekend om zijn roze meer waar zoutwinning plaatsvind. Na een nachtje aan de kust trachten we een plekje aan het meer te vinden, al is het maar voor een goede foto. Dat lukt na het hele meer te zijn rondgereden aan de achterzijde van een woonwijk. Daar is toegang tot iets wat natuurgebied genoemd wordt, voor wat het waard is. Je struikelt er over de zonnebaadsters en hondendrollen, een paar mooie plaatjes van het zout en het meer zelf verbloemen een hoop van de werkelijkheid. Je moet het gezien hebben maar om te verblijven is het niks.

 

Ons volgende doel zijn de Erosiones de Bolnuevo waar je onder de geërodeerde rotsen kunt overnachten en direct het strand op loopt, zo gezegd, zo gedaan.

Nu we zo dicht bij de Cabo di Gata zijn kunnen we die natuurlijk niet overslaan. Onze verwachting van een meer dan relaxte hoeveelheid toerisme en veel verbods- en gebodsbordjes wordt volledig bewaarheid. Nog een ander element werkt storend, kennelijk vinden Spaanse ondernemers het, ondanks de torenhoge werkeloosheid in het land, nodig Afrikaanse mensen hier op een verschrikkelijke manier uit te buiten in de land en tuinbouw. Hele families wonen in het beste geval in een oude caravan maar heel vaak tussen de plastic kassen verscholen onder een paaroude dekens of verroeste golfplaten. Kennelijk is het een doorslaand zakelijk succes want op iedere beschikbare vierkante meter staat een geraamte met plastic. Als neveneffect is ook het landschap en het nationale park vervuild met enorme plastic lappen die zijn verwaaid tijdens stormen of gewoon weggeflikkerd na het vernieuwen. Een droevige streek om door te rijden. De kaap zelf dan? Ach…….het is de enige niet, niet onaardig maar komt nou niet direct op het “hier moeten we zeker eens terug” lijstje.

Na nog langs een meer met flamingo’s gereden te zijn, overnachten we aan de voet van de kaap op een plek waar nog net geen bord verboden staat. Meteen vol met campers dus, we doen het er maar een nachtje mee.

 

We trekken door en om de Tabernas woestijn, een stuk groter en minder georganiseerd dan de eerdere woestijn in het noorden. Hier vinden we diverse oude filmlocaties buiten die zijn omgevormd tot commercieel pretpark, daar je geld aan spenderen is een complete doodzonde.

 

 

Het achterliggende gebergte, Sierra de los Filabres, kent een paar zeer smalle passages maar die zijn vanwege de passerende Vuelta wel heel mooi nieuw en super glad geasfalteerd. Het was een rijtechnisch spannende dag met vele hoogtepunten die eindigde bij de voormalige mijn Las Menas.

De volgende dagen steken we het gebergte via een andere route terug over en keren terug naar de kust om van daaruit via een ander deel van de Tabernas vanuit het noorden de Sierra Nevada over te steken, dat kan overigens maar op 1 punt. Het is mistig en regent behoorlijk, iets dat ons de komende dagen nog parten zal spelen. Veel wegen zijn afgesloten of weggespoeld door de regen, anderen liggen vol met hagelstenen.

Het kost ons flink wat extra tijd om zo de rotsformaties Torcal de Antequera. Gelukkig treffen we mooi weer tijdens onze wandeling door het gebied.

De  Camino del Rey moeten we vanwege het weer echter laten schieten en zo rijden we een beetje doelloos tussen de meren van de Embalse de Guadalteba door. Mooi maar ook weer heel toeristisch, dus sukkelen we maar een beetje door tot we toevallig in een natuurparkje komen bij Campillos waar wetlands gecreëerd zijn die allerlei soorten vogels aantrekken.

We overnachten op een splinternieuw aangelegde camperplaats gelegen in een soort van “Tokkiewijk”. We kijken onze ogen uit, een mooie gratis reality-tv.

Ronda is natuurlijk bekend om z’n brug over de kloof waardoor de twee stadsdelen met elkaar verbonden worden. Moeten we toch eens zien, dus zo gezegd zo gedaan………nou ja, een parkeerplek vinden is een ding maar wandelen in de buurt van de brug is zowat onmogelijk. Chinezen, Japanners en met busladingen tegelijk aangevoerde cruise gangers maken het zelfs zowat onmogelijk een fatsoenlijke foto te schieten. Nadat het gelukt is tussen al die lui door een paar plaatjes te schieten, zo snel mogelijk wegwezen, wat een circus hier zeg.

Via een paar mooie bergwegen bereiken we het Parque Natural Sierra de Grazalema waar we een mooie plek vinden om te overnachten.

We gaan naar de Rio Tinto nadat we eerst de Solar Power Towers bezocht hebben. Dat is een interessante techniek, het zonlicht wordt opgevangen door spiegels, die stralen het licht en dus de warmte op een geconcentreerde plek, op die plek wordt vloeistof verhit en vervolgens in bulk opgeslagen. Met deze hete vloeistof wordt water aan de kook gebracht, de stoom drijft op zijn beurt turbines aan. Zo kan je dus zonne-energie opslaan en gebruiken op het moment dat je het nodig hebt, ook als de zon niet schijnt.

De rio Tinito doet zijn naam eer aan want hij is gekleurd, voornamelijk roestbruin en koper groen. Dat komt vanwege de ertsmijnen in het gebied. We rijden eerst door de niet meer gebruikte open mijnen in het zuiden, nu een natuurpark. Vervolgens een gebied waar recent werd en deels nog steeds wordt gemijnd. Het treintje dat vroeger de erts naar zee vervoerde om getransporteerd te worden naar Engeland, is deels in ere hersteld en rijdt voor toeristen door de kloof van de rivier. Wij zoeken een plekje boven aan de kloof, lastig want de zware regen heeft wat landverschuivingen veroorzaakt, maar uiteindelijk lukt het toch een fraaie plek te vinden met uitzicht op de grootste meander en de kloof van de rio Tinto.

De volgende dag is het weer zover, het komt met bakken uit de lucht, niet wandelen maar rijden dus maar weer. In de tweede helft van de ochtend knapt het wat op en we besluiten twee plekken te bezoeken waar de mijnen nu gesloten zijn, de eerste is tevens vertrekplaats van de trein. Verlaten boel en geen trein te bekennen, weekend business only.

Door de prachtig oranje rood gekleurde bergen rijden we naar een tweede plek om daar een kleine wandeling te maken door een tunnel naar een meertje. Als we er aan willen beginnen komen er plots op deze totaal verlaten plek wel 20 auto’s x 4p aanrijden met een gids en di willen allemaal door dat zelfde tunneltje. Wij besluiten dat we al heel veel tunneltje en meertjes gezien hebben en dat we deze wel kunnen missen….

We volgen een in onbruik geraakte weg en komen zo in het grote natuur reservaat van de Sierra de Aracena en de Picos de Aroche. Aan het einde van deze pagina staat een link naar een film over dit deel va de reis, om een goed beeld te krijgen van hoe het er onderweg uitziet zou je daar echt even voor moeten gaan zitten, kan nog pagina’s met superlatieven over het spektakel van het Spaanse binnenland schrijven, kijken is beter en zelf gaan nog veel beter.

Na een verblijf in het bergdorp Cazorla met zijn Castillo de la Yedra treffen we een dag met enorme hagelbuien. Het landschap blijft verbazen, we maken dan ook maar weinig kilometers over de smalle kronkelweggetjes de afgelopen dagen. Velen zijn wel voorzien van nieuw asfalt, ook hier vanwege het wielrennen. Na twee dagen bereiken we de Ciudad Encantada, een prachtige rotsformatie op particulier terrein met een aardige toegangsprijs en grote drukte. We gaan de volgende ochtend direct als de kassa opengaat en ontlopen zo de met bussen aangevoerde massa.

Van bovenaf zie je er eigenlijk niet veel van:

In de middag, via een bergroute waar een flinke storm gewoed heeft met daardoor veel bomen over de weg, naar Los Callejones de Las Majadas. Een zelfde soort rots formatie maar nu gelegen op staatsgrond, gratis toegankelijk en geen hond te bekennen. Aan de paadjes te zien altijd rustig hier. Hier zit dus kwaad geld tussen van touroperators en gidsen, die meer belang hebben bij de provisie dan de informatie aan hun klanten, dat kan niet anders.

Via schitterend kloven, ontelbare tunneltjes en onder overhangende rotsen door bereiken we Belchite, een plaats waar zwaar gevochten is in de Spaanse burgeroorlog (1936) en die nooit is herbouwd. Vanwege instortinggevaar kan de plaats alleen nog onder begeleiding bezocht worden.

We willen overnachten in El Planeron, een vogelrijke vlakte tussen rood gekleurde rotsformaties. De paden zijn echter zo nat en glibberig dat een rit door het reservaat onverantwoord is. De zijkanten van de weg zijn te week om om te keren, achteruit glibberen we een paar kilometer terug om een hoger gelegen zijweg te nemen om zo toch nog een rondje te maken. Op een uitzichtpunt over het reservaat maar gelegen aan de asfaltweg, kiezen we onze plek voor de overnachting. Een prachtig kleurenspel in de avond is ons deel.

Stap voor stap komen we weer wat noordelijker en dat moet ook want de tijd verstrijkt en er zit nog meer in het vat, we willen een aantal regio’s in Rusland waar we al eerder waren nog eens op een heel ander wijze bezoeken dmv het rijden van alternatieve routes en die kosten in Rusland veel tijd. De toestand van de weg vind je van de kleinere wegen niet op fora en de afstanden blijven ook al doe je een zeer beperkt stuk, toch altijd nog groot.

Nog een paar dagen in Spanje, dan via Frankrijk en Duitsland, Polen, Baltische landen naar Finland en daar ruim boven St.Petersburg Russisch Karelië in. Voorlopig hebben we voor Spanje nog een paar schitterende hoogtepunten in gedachte.

Als eerste de Cardona zoutberg met zijn bijzondere (spoel) techniek om het zout te winnen.

Er staat ook nog een aardige burcht:

We zijn inmiddels in Catalonië en dat wil iedereen hier weten ook. Overal de bekende gele strik en andere nationalistische uitingen. We wandelen naar de Santa Margarita Krater. Ik kan het iedereen van harte afraden. De krater is vanwege de begroeiing eigenlijk niet meer als zodanig te herkennen en het kapelletje op de bodem is een smerige bedoeling. Jammer van de inspanning maar goed niet alles kan de overtreffende trap van het vorige zijn.

Via eigenlijk (te) smalle weggetjes rijden we Frankrijk binnen waar we verrast worden door een rotsformatie met de bijnaam Het Orgel. Het zijn inderdaad iele pilaren.

We dwalen een paar dagen door de Pyreneeën en overnachten op enig moment aan de voet van de Mont Segur waar ooit in het kasteel de Heilige Graal bewaard werd, zegt men. Het regent en de berg ligt in de mist, wachten tot de volgende ochtend? Door de mist komt een fotomoment waarop het silhouet zichtbaar is, het duurt 5 minuten en dan zit alles weer potdicht. Vlak voor de mont Segur is nog een aardige bron. Het is een rare lente/zomer in Spanje en Frankrijk met veel regen en wind.

We gaan door over onze te smalle weggetjes route en komen zo aan het meer van Salagou op een leuke vrije plek waar nogal wat alternatief volk voor langere tijd z’n plekje gevonden heeft. Het vormt een leuke gemeenschap met elkaar van een man of 30, wonend in veelal oude vrachtwagens waarvan de jongste denk ik toch snel 35 jaar is.

We rijden onder Montpellier door naar de Pont du Gard, ook zo’n bezienswaardigheid die je een keer gezien moet hebben. Een mooie oude brug, maar wat een drukte eromheen……….en een toegangsprijs van heb ik jou daar. Natuurlijk is er een stukje geschiedenis maar hoe dat hier toeristisch wordt gemaakt is echt ons ding niet, van het lijstje af met een vinkje en daarna een kruisje, gezien/hoeft niet nog een keer.

Via de lavendelvelden, net te vroeg, alleen in de dalen bloeien ze al, komen we in Montbrun, volgens sommigen het mooiste dorp van Frankrijk. Door via het Lac de Serre Poncon naar het Plan de Phazy, een warme bron waarin je in verschillende baden buiten kan gaan zitten of pootje baden. Echt warm is het water niet meer, ik schat dat de huidige brontemperatuur rond de 25 graden ligt. Aan de overkant van de weg ligt nog een mooie versteende waterval.

We trekken de hogere Alpen in en overnachten aan een stuwmeer met duidelijke waarschuwing.

Onderweg nog een flinke lunchpauze moeten nemen vanwege een fietsevenement (nee niet de tour). Voor een deel houden we de smalle kronkel weggetje in ere, behalve langs het meer van Annecy. Daar heel vroeger eens geweest dus dat moest maar weer eens. Bah, kon er nog niet eens een plek vinden om even te staan en een broodje te eten, vinkje/kruisje klaar. Onze Alpentocht van enkele dagen eindigt aan de Rhone in Seyssel. Als we daar na een overnachting vertrekken, staan we twee uur later een halve dag stil. Nergens in de regio brandstof te krijgen vanwege een staking in de raffinaderijen. Uiteindelijk vind ik een station dat nog diesel heeft omdat ze die dag vanwege het vervangen van de pompsoftware nog niks verkocht hebben. We moeten er weliswaar wel een paar uur op wachten, uitgebreide lunch, puzzeltje oplossen…..enz. Om halfdrie rijden we weer.

Door de Jura langs de Doubs en via de Vogezen rijden we door Duitsland naar Polen waar we na een onderbreking van een paar dagen, wachten op het Russische visum, aan het derde deel van deze reis beginnen.

In Duitsland wandelen we vroeg in de ochtend voor de meute uit nog de Teufelschlucht aan de grens met Luxemburg.

Dit tweede deel was landschappelijk gezien zeer spectaculair, bekijk de film om het mee te ervaren: Frankrijk en Spanje deel 2