Frankrijk en Spanje deel 1

De afgelopen jaren hebben we relatief weinig gereisd, veel verhuisd, een huis afgebouwd (PL) en een nieuw huis gebouwd (NL). Tijd om de neus van de MAN weer eens voorwaarts te richten, eerst zuidwaarts deze keer. Via Atlas Obscura heb ik een verzameling aangelegd van minder voor de hand liggende bezienswaardigheden in Frankrijk en Spanje. De autobaan hebben we afgezworen voor dit deel van de reis, dat zal duren tot begin juli. Overnachten zullen we zo veel mogelijk op wild plekken.

14 april 2018

We beginnen met een mooie rit via de Maasduinen, rond Venlo steken we de grens over via een klein, verboden voor vrachtwagens, weggetje. Net over de grens maken we een wandeling bij Poelvenn, een natuur gebied met een groot slot. We steken door naar de Eifel waar we op een plekje in Hellenthal overnachten. Het is geen Womo Stellplatz maar een parkeerplaats voor campers zonder voorzieningen waar overnachten mag. Kennelijk is dit bij velen doorgedrongen, we gebruikten de plek afgelopen jaren vaker maar het lijkt er steeds drukker te worden. Er is een oud dorpscafé waar je voor een paar centen een mooie schnitzel eet, de vorige keer stuurde de waardin haar kinderen op boodschappen uit om de ingrediënten voor het van de menukaart gekozen maaltje in te kopen. Deze keer slaan we over.

 

De volgende dag door via Luxemburg (510 litertjes aangevuld a 1.06) en Longwy naar de eerste bezienswaardigheid op het lijstje, het ossuarium van Marville. Prachtige route erheen en een steil paadje omhoog brengen ons op de juiste stek. Het blijkt een op een heuvel gelegen mooi oud kerkje met een oude begraafplaats rondom. Oudere graven zijn veelal verzakt en soms liggen de stenen zelfs over elkaar heen. Het ossuarium is helaas wegens renovatie leeg, de 43.000 botten en schedels zijn tijdelijk elders opgeslagen.

Enkele tientallen kilometers verderop rijden we het donkere bos in naar het oude Duitse legerkamp Marguerre. Het is gebouwd om allerlei bouwmethodes in beton te testen, volgens de uitkomsten van deze testen werden in de regio een aantal van dit soort kampen achter de linies gebouwd, veelal diep in de bossen verscholen. Na een wandeling door en rond het kamp besluiten we te blijven overnachten op het klein parkeerplaatsje in het bos. Bij aankomst nog een hert gezien dus in de avond een poging gewaagd dmv een wandeling meer wild te spotten maar dat leverde niks op behalve een zak vol brandnetels. Rond een uur of tien in de avond nog wel het zware geblaf van een hert, kennelijk zijn de eerste jongen geboren.

 

Om de teleurstelling van het lege ossuarium (knekelhuis) weg te spoelen rijden we via het slagveld van Verdun naar het ossuarium van Douaumont. Hierin liggen de botten van 130.000 gesneuvelden onder het gebouw waarin een kapel en een gedenkgalerij is gevestigd. We wonen er een filmvoorstelling bij die de 20 minuten prima waard is. Dit gedenkwaardige monument met z’n tienduizenden kruizen, een joods en een moslim monument, ligt op een plateau met grandioos uitzicht, wat tevens maakt dat je grote bouwwerk al op grote afstand ziet liggen. Een indrukwekkend geheel.

Op onze verdere rit over het voormalig slagveld richting Champagne, zien we nog veel bunkers, loopgraven, forten en monumenten.

 Als we net door de eerste druivenvelden van de Champagne rijden gaan we op zoek naar de Faux de Verzy. Een bos waar hele bijzondere beuken groeien, ze worden heel oud, groeien in de vorm van een paraplu en worden over het algemeen niet veel hoger dan tussen 5 a 8 meter. Ze zijn slechts op een paar plekken ter wereld te vinden en de reden waarom ze zo groeien is nog steeds een mysterie. Er zijn vele logische en minder logische theorieën over gevormd de afgelopen decennia. Als we de plek gevonden hebben blijkt het nogal in de belangstelling te staan, er zijn maar liefst 3 grote parkeerplaatsen bij, het pad is echter lang genoeg om niet echt tussen de mensen te lopen.

Na enige twijfel besluiten we om nog wat verder te rijden, deze grote asfaltplaat bevalt ons niet zo. Via een appje vind ik een klein plekje met uitzicht over de wijnvelden. Schitterend, al die wijnboeren zijn volop bezig met de verzorging van hun planten tot aan zonsondergang. Als we aankomen, staat er een camper overdwars water te tappen, er is namelijk een verzorgingszuil op deze plek. Het is een normale al wat oudere camper waarvan de watertanks over het algemeen rond de 100 liter zijn. Tot mijn verbazing vertrekt de watertanker zodra zijn tank vol is, hij groet mij vriendelijk gedag waaruit ik opmaak dat hij niet meer terugkomt om op deze plek te overnachten. Als ik een uur later even rondloop om van het uitzicht te genieten zie ik op die zuil staan dat na inworp van maar liefst 5 euro!! Je voorzien wordt van 300 liter water en van 3 uur elektra. Onze tankmeter staat op 60%, 40 % van 500liter is 200 liter. Dat moet dus nog uit die zuil kunnen komen, want die drie uur zijn nog niet om. Ja hoor, 200 liter, tank 100% vol. Dank u wel bedenker van dit vreemde systeem, en natuurlijk de onbekende watertanker die maar liefst 5 euro betaalde voor 100 liter en geen elektra heeft gebruikt.

 

Ons volgende doel is het troglodyte dorp Haut-Isle. Dat wordt een hele oefening die ook nog half mislukt. We maken een omtrekkende beweging noord rond Parijs om met een ongekend aantal verkeersdrempels, rotondes, omleidingen en het vele malen negeren van verboden voor ……dit en dat en zus en zo, uiteindelijk aan de noordoever van de Seine, het deels in de rotsen uitgehakte dorp met kerk te bereiken. Je mag en kan er nergens parkeren uitgezonderd 1 parkeerplaats maar die is wegens????? gesloten. We onderzoeken een tweede mogelijkheid, je kan achterlangs bovenop een plateau komen. Wellicht daar parkeren en dan lopen naar beneden? Het levert prachtige vergezichten op, mooie plaatjes van de rotsformaties ook, maar een mogelijkheid om nog even in een uurtje of twee heen en weer te lopen???? Ho maar, no way!!

We besluiten om naar de tuinen van Monet te rijden die vlakbij zijn en dan morgen te zien of we er een dag wandeling vanaf het plateau van te maken of niet.

Het wordt niet, na ons bezoek aan de tuinen en het huis van Monet wordt het behoorlijk warm en het is inmiddels 11.30. Rijden dus maar, verder naar het zuidwesten. We rijden door een weinig inspirerend landschap tot in Saint-Denis-sur-Sarthon waar we een plekje vinden in het lokale recreatieparkje dat tegenover een aardig park ligt waardoor we in de avondzon nog een wandeling maken. Onderweg naar Rohan bezoeken we de volgende dag het museum en huis van Robert Tatin:

 

In Rohan een prachtig plekje aan het kanaal van Nantes naar Brest. Alweer de 3e prima plek uit het nog zo jonge bestand van wildcamperen (FB Groep).

Vanuit Rohan gaan we eerst naar de “trillende rots”, een hele grote steen die precies zo in balans ligt dat je hem in beweging kunt brengen.

Dan naar de kapel op de Mont Saint-Michel de Brasparts met groots uitzicht rondom. De kapel stelt van binnen niet veel voor maar de ligging en bouw zijn prachtig.

De grotere kerken hier hebben sowieso een heel eigen stijl, met name de smalle zeer spitse torens zijn opvallend.

Vlak bij de brug over de La Laïta vinden we een mooi plekje om te overnachten. We zitten zo dicht aan zee dat we ondanks da we de zee niet zien, de eb- en vloed-werking in de rivier kunnen waarnemen. Het is een plekje vanwaar een aantal wandelingen vertrekken, we genieten van de terugkerende wandelaars zonder zelf een stap verder te doen dan naar de aanwezige picknicktafel om van het laatste zonnetje te genieten. Op naar de menhirs, de vorige keer dat we daar waren goot het van de regen, nu maken we een wandeling rond om een van de velden. Wat een toeristisch circus met enorme parkeerplaatsen is dat geworden, gelukkig zijn we nog ruim in het voorseizoen.

Na de wandeling rijden we naar de monding van de Loire waar aan het strand een grote roestvrijstalen slang ligt van een Chinese kunstenaar die zo de Chinese mythologie naar aan de Franse kust brengt.

We overnachten aan een zoutveld bij de Passage du Gois, een dam naar een eiland die alleen tijdens eb te berijden is en tijdens de vloed onder water ligt.

Autobanen en tolwegen zullen geen deel uitmaken van deze reis, veelal zullen zelfs de Routes Nationales en hun equivalent in Spanje slechts bij uitzondering gebruikt worden, het verplaatsen verloopt dus traag maar wel op bijzonder fraaie wijze. Zo eindigen we de 9e dag bij het stuwmeer van La Touche de Poupard, gelegen aan een heel klein weggetje. Van hieruit rijden we naar het bekende Centre de la Mémoire d'Oradour. Bekend als het bij iedereen is, wij waren er nooit geweest, indrukwekkend dramatisch zoals de WWII hier z’n verloop had.

De camperplaats ter plekke is ons veel te druk, zo eindigen we een kilometer of 30 op een in onbruik geraakte gemeente camping aan een meertje. Leuk plekje, ergens in de struiken vinden we een nog werkende kraan.

De volgende bestemming is de ondergrondse uitgehouwen kerk van Aubeterre sur Dronne, prachtig zoals het ding er van binnen uitziet en interessant te zien hoe er ook een oude ondergrondse begraafplaats is ingericht met graven in meerdere etages uitgehouwen. Er is een camperplaats beneden aan de rivier dus we kunnen op ons gemak het hele dorp rondlopen want rijden hoeven we niet meer.

Via een prachtige route bereiken we de volgende dag Cahors met zijn beroemde brug, de Pont Valentre, een gefortificeerde brug. Eerlijk gezegd valt ie me wat tegen, maar de rit erheen maakt veel goed.

We staan op een parkeerplaats met een paar plekjes die gereserveerd zijn voor campers, wat voor campers men daar in gedachte had weet ik niet maar veel groter dan een Renault Estafette kan het niet geweest zijn. Door naar de Pyreneeën, met een tussenstop in Le Petit Lees, waar we overnachten aan het einde van een doodlopend weggetje, komen we als eerste bij de Chemin da la Mature. We maken een wandeling over het meest spectaculaire stuk van het pad dat ooit uit militaire overweging is aangelegd en de verbinding vormde tussen Atlantische Oceaan en Middellandse Zee. Het is heet, heet en nog eens heet, maar ja, in de kloof is schaduw en aan het begin en eind van een kloof is altijd wind, dus doorzetten maar.

We rijden door naar Spanje waar ons eerste doel het Irati woud is waarvoor je diep het gebergte door en in moet om het te bereiken. Helaas werkt het weer niet mee en in een vliegende storm op het hoogste punt met hagel en onweer besluiten we er van af te zien. Een goed besluit want we hadden er de volgende dag door de hoeveelheden water die overstromingen veroorzaakten toch niks kunnen ondernemen.

We rijden terug (tegen de principes….) naar beneden en vinden een prachtige mooie plek om te staan in een gebied waar paarden vrij lopen. We maken er een wandeling op zoek naar een grafheuvel die er zou moeten zijn maar vinden doen we hem niet. We zijn net op tijd binnen voor een enorme hagelbui die alles in een keer omtovert in een winter landschap. Verderop in de reis gaan we dit nog vaker meemaken, de voorzomer in Spanje is duidelijk anders dan anders.

Bij al onze ritten naar en vanuit Afrika had ik me voorgenomen eens de Spaanse woestijn aan te doen. Tijdens de voorbereiding van deze trip kom ik erachter dat er eigenlijk twee gebieden in Spanje zijn die de kwalificatie halfwoestijn dragen want echte woestijn is het nou ook weer niet. De gebieden zijn droger dan hun omgeving vanwege hun speciale ligging tov omliggende bergen en luchtstromen tussen de Atlantische oceaan en Middellandse zee. Het noordelijkste gebied, Bardenas Reales, ligt eigenlijk direct onder de Pyreneeën. Het regent in de hele omgeving als we arriveren en daar niet, hebben we dat ook meteen met eigen ogen kunnen waarnemen. Het gebied is niet veel groter dan 15x15 kilometer en wordt druk bezocht. Het is niet onaardig maar als woestijn zeker niet spectaculair als je zoveel woestijnen hebt bezocht als wij. Je kan er een aardig nogal geplaveid ritje doorheen maken, dat doen we dan maar. Een paar aardige rotsformaties en een stukje wetland maken het beeld compleet.

Na ons bezoek eindigen we op de camperplaats in het naastgelegen dorp onderaan een rotswand met daarin uitgehouwen huizen. Een stortbui zet de hele plek onder water en verandert de wegen in no time in woeste rivieren die ondanks dat de bui misschien een kwartier duurt, nog tot de volgende dag blijven stromen.

In Bilbao bevindt zich de Vizcaya brug, een wel heel bijzondere constructie die iets heeft van de combinatie tussen een brug en een kabelbaan. Als we er aankomen giet het weer van de regen, dichtbij parkeren is geen mogelijkheid en een eind lopen in dit weer iet erg aantrekkelijk. Ik kronkel net zo lang door de stad tot we zicht hebben op het ding, schieten een foto en een filmpje en maken dat we weg komen en strijken aan de kust neer in Santillana del Mar op een plekje uit het bestand van wildcamperen. De wandeling over de rotsen doen we de volgende ochtend met een zonnetje.

We verlaten de kust en rijden de Picos d ‘Europa in. Via hele smalle wegen en sneeuwvelden beleven we een prachtige dag met veel zon en vergezichten. Ondanks de lichte irritatie die ontstond toen bleek dat onze eerste bestemming, de Fuente Dé onbereikbaar was vanwege drukte (1 mei weekend). Dat is niet zo erg als je dat even aangeeft aan het begin van een 24 km lange  doodlopende weg waaraan je verder nergens kan parkeren, maar om dat nou te melden aan de oprit van de parkeerplaats aan het einde…..zo maak je gekken mensen, of in ieder geval gekke Jeroentjes. Maar niet getreurd want hierdoor zijn we genoodzaakt veel verder te rijden dan gepland en aangezien de volgende dag een grijze mist dag met natte sneeuw en regen blijkt te zijn is het prima dat we vandaag tot aan het bijna donker hebben kunnen genieten van dit prachtige gebergte dat grotendeels helemaal niet toeristisch blijkt.

We spotten nog een groep herten van een soort dat alleen hier voorkomt, de naam is me ontschoten. Ze zijn te herkennen aan een iets afwijkende lichaamsbouw en de kop die veel grover is dan van de hertensoorten bij ons.

We vertrekken de volgende dag voor een prachtige bergrit, die begint echter met een vers pak sneeuw op de auto en dikke grijze wolken. Dat verbetert snel en we worden opnieuw getrakteerd op prachtig natuurschoon zoals heel dicht baardmos bijvoorbeeld, wat veel zegt over de luchtkwaliteit, die moet prima zijn anders wil baardmos niet groeien.

Er worden in de regio al van oudsher maatregelen genomen ter bescherming tegen beren. Zo staan de schuren op poten zodat beren er niet in kunnen komen en zijn bijenkasten ommuurd.

De rit duurt twee dagen, de eerst nacht kunnen we slecht een leuke plek vinden en nemen we genoegen met een plekje lang een toegangsweg van een mijn. We rijden eerst even door tot het hek en het geheel maakt de indruk nogal plotseling gestopt te zijn met functioneren. Machines, voertuigen, de weg, eigenlijk alles maakt een wat vreemde indruk. Als ik later op de avond even google op de naam van de mijn is het mysterie snel opgelost, de mijn is gesloten wegens een groot ongeval waarvoor de directie aansprakelijk is gesteld en veroordeeld. In de rit zitten veel stukken waar je door een paarse zee van bloemen rijdt, dat is natuurlijk seizoenafhankelijk. Hoge passen via zeer smalle wegen worden afgewisseld met diepe lichtgrijze kale kloven, zeer bijzonder. Het feest eindigt bij de bron van de Neira waar we overnachten.

 

We willen de menhirs van Manolo Paz zie, ze staan in Coruna, buiten de stad, aan zee. De plek is normaal goed bereikbaar maar als wij er komen is er een soort demonstratie aan de gang die ook wel iets van een festival weg heeft. Spandoeken, muziek en veel jongelui en zelfs kleinere kinderen, alles aangevoerd met honderden autobussen die af en aan rijden. Eerst eens even vragen voor we hier de camper tussen plaatsen en al wandelend een paar menhirs bezoeken. Het blijkt een jaarlijks terugkomende bijeenkomst waar veel schoolklassen aan deelnemen waarbij opgeroepen wordt naast het Spaans vooral ook de eigen taal(Galicisch) te behouden en er in te onderwijzen. We maken gerustgesteld een mooie wandeling naar de en tussen de menhirs. Er vlakbij staat nog een gedenkplaats voor omgekomen moslims.

We verlaten de stad om in Muxia bij de vuurtoren te gaan overnachten, helaas wegens wegwerkzaamheden onbereikbaar, het alternatief is ook niet slecht, een plekje aan een strandje met veel vogels en een waterkraantje op de p-plaats speciaal voor behoeftige camperaars.

Overigens worden in deze regio de schuren ook op palen gebouwd maar dan weer op een heel andere wijze.

 

We bezoeken Castros de Baroña, een nederzetting aan de kust uit de eerste eeuw BC. Mooi maar druk en parkeren een ramp, maar we redden het door de auto te parkeren op een voormalige toegangsweg.

Daarna naar een kerk die helemaal bekleed is met schelpen, meer grappig dan mooi.

Het ding ligt op een eiland met alleen een duur hotel en tweede woningen, overnachten is dus geen optie. Verboden hier parkeren, verboden daar stil staan, pfffff. Met een beetje doorzetten vinden we een plekje op het vasteland aan het strand, kennelijk zijn we daar een bezienswaardigheid want iedere vijf minuten komt er wel een auto langs, maakt een foto van onze camper en draait dan om. Dat gaat door tot het donker wordt, het zal er wel bij horen. Naast het plekje waar we staan ligt de totaal verwaarloosde Area Arqueologica de Adro Vello, het aanzien niet waard. Las Medulas is de volgende bestemming, een plek waar de Romeinen al mijnbouw pleegden waardoor het landschap er nu zeer bijzonder uitziet met zijn zacht rode bergtoppen en grillig gevormde rotsen. We komen later in de middag aan dus willen eigenlijk een plek waar je ook kan overnachten, een goede gok lijkt mij een parkeerplaats bovenaan van waar je uitkijkt over het hele gebied. De weg is steil en met een max van 6T. Natuurlijk trek ik me er niks van aan en wring onze MAN door de smalle straatjes met ingeklapte spiegels. De parkeerplaats boven is iets verlegd zodat je voor het uitzicht een eindje moet lopen, een gemene kuitentrekker die oude weg naar het uitzichtpunt maar wat je te zien krijgt maakt alles in 1x goed. Zoals vaak op dit soort plekjes staan we vanaf een uur of zeven in de avond alleen hier.

In twee dagen rijden we, deels dwars door leisteengroeves, naar het NP Canyon del Rio Lobos.

Eerst het uitzicht bovenlangs, we zijn net op tijd voor het onweer los barst, het levert mooie plaatjes op. Dan de canyon in tot waar het niet verder gaat. Daar, vanaf de parkeerplaats, beginnen langere en kortere wandelingen. Voorlopig is er niks te wandelen want het hoost uit de lucht. Een grote openlucht party met gedekte tafels ter ere van een bruiloft valt helemaal in het water, alles wordt zo snel als mogelijk afgevoerd en veilig gesteld. Na een paar uur breekt het zonnetje weer door en maken we een wandeling van anderhalf uur door de kloof en naar het kerkje dat op een weitje voor de ingang van een grot ligt. We spotten er een aantal roofvogels, later bij de camper wordt het langs de rotswanden van de kloof een complete roofvogelshow met een stijve nek van het omhoog kijken als gevolg.

We steken de Duero over en rijden naar Avila, we zijn nu drieënhalve week onderweg. Avila een vestingstad waar de boeken en internet het helemaal over eens zijn, geweldig. Nou dat wil ik dan wel eens zien, de muur is indrukwekkend maar daarbinnen ook? Binnen de muren is het niet veel meer of minder dan een nogal ruime stad. Het mist de intimiteit die veel ommuurde steden, vanwege ruimtegebrek binnen de muren, siert. De muur zelf zie je ook nauwelijks als je door de stad loopt en er is een vrijwel normale hoeveelheid verkeer. Natuurlijk staan er een paar aardige gebouwen maar heel erg spectaculair is het allemaal niet. Dat was 1x en geen 2e keer dus………….totdat we langs de kerk de stad uitlopen. Dan denk ik ineens….die heb ik ooit eerder gezien, de galerij langs een van de lange kanten is zeer specifiek. Hoeveel jaar geleden? Kennelijk maakte de stad toen al geen indruk, anders had ik het zeker opgeslagen ergens op mijn harde schijf.

 

Opnieuw rijden we twee dagen over smalle wegen, bergpassen met zicht op besneeuwde toppen, diepe smalle dalen en dorpen met smalle straatjes. Onderweg stoppen we even kort bij de eeuwenoude Bulls of Guisando en een nog grotendeels in tact zijnde Romeinse pasweg, waarvan zelfs de stenen markeringen nog overeind staan.

Het brengt ons op een mooi plek aan een rivier: Jaraiz dela Vera. Er is een soort natuurlijk zwembad gecreëerd met een zandstrandje waarop zelfs een volleybalveld. Hele leuke plek om een dagje te relaxen, dat doen wij dan weer niet, maar heel veel locals wel. In de avond vertrekken de laatsten rond 10.00 en in de ochtend om 8.00 komt de eerste dagrecreant met caravan al weer aanzetten, alles heel gemoedelijk.

 

Een hoogtepunt in Spanje zijn natuurlijk de bekende molens waar Don Quichot tegen meende te moeten vechten. Na eerst nog een nachtje doorgebracht te hebben aan het stuwmeer: Embalse de Torr, rijden we de berg naar het Castillo de la Muela op, de bekendste en daardoor ook gelijk wel heel toeristische plek waar zowel het kasteel als twee rijen met de witte molens staan.

We maken er een flinke wandeling van en roven een paar aloe vera’s (agaves) mee van een plek waar een bulldozer net een grote ravage heeft aangericht dus voelen we ons daar niet echt bezwaard over. Ze worden maanden lang vertroeteld in de camper alvorens ze een plekje in Polen zullen vinden. Er zijn gelukkig in de omgeving ook nog een aantal mooie rustige plekken met molens te vinden. We vervolgen onze route naar de lagunes van Ruidera. Niet alleen het ontstaan is bijzonder, het water is wel heel erg mooi blauw en helder. Het spel van het bijzondere gesteente, de vissen, het heldere water, de blauwe lucht en de overdrijvende witte wolken maken het tot een bijzonder spel. Helaas bijna nergens een parkeerplekje om er rustig van te genieten, bijna dan, we vonden er twee die vroeg in de ochtend nog wel te doen zijn.

Op weg naar Torrevieja aan de Middellandse zee overnachten we nog een keer, aan een buiten gebruik geraakte inrit van een marmergroeve met een fabuleus uitzicht.

De foto's geven een aardig beeld natuurlijk, hoe dit deel van de reis er uitziet tijdens het rijden kan je hier zien: Frankrijk en Spanje deel 1