Roemenie op een speciale manier

We maken een reis naar Roemenië, niet met bekende maar met juist minder bekende hoogtepunten en elementen. Voor het eerst vertrekken we vanuit Polen ipv uit Xonrupt in de Vogezen, het is even wennen.

Angelien komt een dag van te voren naar Rudzica om samen met ons de volgende dag aan de reis te beginnen, zo reizen we met 2 auto’s de eerste dag via alleen maar binnenwegen naar een plekje dat ik nog weet uit een eerdere reis in het zuidoosten van Polen. Je kan er prima wandelen en er is een vuurplaats. Het is vroeg in juni dus de temperaturen zijn goed en het is lang licht, we genieten lang na bij een heerlijk vuurtje.

We beginnen de volgende ochtend met een wandeling met een grote lus om uiteindelijk in een nabijgelegen natuurpark uit te komen. Daarvoor moeten we dan wel een rivier oversteken wat maar ternauwernood lukt met droge voetjes.

 

In de middag rijden we naar Slowakije waar we een plekje vinden op een terrein waar men een camping aan het aanleggen is, we drinken een biertje op het terras van het cafe/resto in wording met iemand die zich voordoet als opperhoofd van het geheel. Leuke plek voor een camping, jammer, weer een vrije plek weg. Wij waren er de laatste vrije kampeerders denk ik, het seizoen begint over enkele dagen.

Via allerlei kleine weggetjes, soms max 7.5T en soms zelfs max 3,5T rijden we de volgende dag met onze 12T naar Hongarije, de grens steken we over via een of ander boeren pad en komen zo achter in een klein dorp uit. In Hongarije heb ik altijd moeite om plekjes te vinden, zo ook vandaag. Uiteindelijk belanden we op de parkeerplaats van een giga huisjespark aan de Tisza rivier. Alle huizen staan op meters hoge palen voor als de rivier buiten zijn oevers treedt. Gelukkig is het er nog rustig, het seizoen is nog net niet begonnen dus op het terrein zijn slechts enkelen hun huis aan het klaarmaken, ook winkeltjes, snackbars, cafés en restaurantjes worden klaargemaakt voor het seizoen. Een van de restaurantjes is al open voor het voederen der werklustigen, daar maken we gemakshalve dan maar gebruik van.

 

Net als voor Hongarije regelen we de tol voor Roemenië online net voor we de grens oversteken. Het wordt een idiote vertoning aan de grens. De Hongaren sturen ons terug, we moeten door een hal waar vrachtwagens gecontroleerd worden en gewogen, daar aangekomen weet men niet wat ze er mee aan moeten en wuiven ons door zonder ook maar iets te doen. Vervolgens moeten de Roemeense ambtenaren voor personen vervoer en auto’s opgetrommeld worden want we staan nu bij een vrachtwagen controlepost. Die hadden het hele circus al aanschouwd en verklaren hun Hongaarse collega’s voor idioot, wensen ons prettige reis en that’s it. Laat in de middag komen we aan op de parkeerplaats van de Drakenvallei, het asfalt is heet we doen het er maar mee. Het valt ons op dat, ondanks dat het een keurige plek is, er veel vuil rondslingert. Tegen de schemering komt er een ploegje uit het dorp alles opruimen, ze excuseerden zich voor de rommel. Alles gaat in grote vuilnisemmers met deksel. De volgende ochtend? Hetzelfde!! Beren waarschijnlijk, vreemd dat de bakken niet in een kooi staan net als op veel andere plaatsen in het land.

 

De wandeling tussen de rotspartijen door is eenvoudig en duurt een uurtje, niet erg specto maar wel mooi en relaxed, op een weitje met mooi uitzicht blijven we een tijdje zitten in de zon en drinken onze meegenomen koffie. In de middag rijden we, via een route door de bergen, naar Stana de Vale (skigebied) waar we op een leuk plekje ons kamp opslaan. De volgende ochtend op tijd vertrekken, we willen wandelen naar de rode vallei. Als we aankomen op de plek waar de wandeling zou moeten beginnen blijkt het hele gebied onderaan de berg overhoop te liggen ivm aanleg van hotels en skiliften. Het weggetje dat ons dichterbij de rode vallei moet brengen blijkt weggespoeld, verder lopen dus. We wagen het er op en beginnen aan de klim via allerlei niet gemarkeerde schapen en geitenpaadjes die ons in eerste instantie alleen op de juiste hoogte brengen. Daar komen we ook de weg weer tegen en tot onze verbazing horen we het geluid van auto’s. Kannie waar zijn!! Toch wel, een groep Tsjechen heeft het erop gewaagd om via de weggeslagen weg aan de onderzijde toch aan de klim te beginnen, zij hebben 4 of 5 speciaal geprepareerde 4x4 voertuigen op grote ballonbanden. Ze zien er meer uit als geprepareerd voor trial rijden dan om een reisje meer te maken, het zijn dan ook hele stoere mannen!! Ze beginnen een praatje met ons, vinden onze camper zo mooi die beneden staat, we concluderen op weg te zijn naar hetzelfde: De Rode Vallei. Ze springen weer in de auto en vertrekken, Jolanda had wel heel graag een lift gewild, maar ja, dat kwam kennelijk niet in ze op.

Geen lift? Dan niet!

 

Als wij bij de vallei aankomen zijn zij zo ongeveer klaar daar, hebben we het natuurrijk voor ons alleen. Na een makkelijke terugtocht gaan we op zoek naar een plek om te overnachten van waar we een wandeling kunnen maken naar een unieke berg met ronde basaltformaties. Het dorp vanwaar het pad begint ligt in een smalle vallei dus lastig een plek te vinden, uiteindelijk lukt het ergens in het midden van het dorp op een kruispunt van wegen en paadjes. Als in de avond de herders uit het gebergte komen vinden de koeien zelf hun weg naar huis door het dorp, op onze kruising is het dus een drukte van belang.

De wandeling wordt er een met een randje, of liever gezegd op het randje. Het begint met verwisselde en omgedraaide bordjes, dat doen locals zodat ze wat geld kunnen bijverdienen door te gidsen. We vinden de berg maar komen niet dicht bij de ronde basaltvormen, we zien ze op afstand tussen de bomen door. Dan maar omhoog, tot op de top en aan de andere kant naar beneden, het wordt letterlijk handen en voeten werk, steil, glad, nat maar met de beloning van een prachtig uitzicht vanaf de top, zittend op de basaltbrokken.

Op de terugweg eten we bij een berghut waar overduidelijk vandaag niet op klandizie wordt gerekend. Primitief maar leuk.

Met de nodige omwegen rijden we in de middag naar de Turda kloof, we vinden achter de officiële parkeerplaats een mooie vrije plek op een plateau met uitzicht en op 100 meter van een leuke snacktent/bar. Aan de rand van het plateau heb je mooi zicht op de kloof, die we morgen maar eens aan een onderzoek gaan onderwerpen. We ontmoeten hier ook Angelien weer. Die heeft de afgeloen dagen een andere route genomen met oa een bezoek aan het goudmuseum.  

Als we beginnen aan de wandeling voegen zich een 3 tal honden bij ons, als we na een half uur lopen bij de ingang van de kloof zijn blijven 2 honden achter maar er voegen zich 2 andere honden bij ons, ze blijven ons de hele wandeling (een uur of drie) volgen en lijken soms zelfs bezorgd om ons bij het oversteken van de gammele bruggetjes. Sommige zijn gebroken aan 1 kant en steken we over aan de uiterste niet gebroken kant.

Angelien haalt ons aan de andere kant van de kloof op met de auto, de honden krijgen we niet mee, die wonen vanaf nu in een ander dorp. We overnachten op dezelfde plek, te mooi om iets anders te zoeken en de volgende ochtend willen we toch eerst nog naar de zoutmijnen van Turda, niet zo mooi als in Polen maar het komt aardig in de buurt.

Na het bezoek rijden we naar Jidvei, we overnachten op een stationnetje waarvan je overtuigd zou zijn dat er al in geen jaren meer een trein is geweest. Aan de rails te zien moet er toch nog wel eens iets langs komen, ze glimmen. Al snel blijkt er nog ieder half uur een treintje te komen en te stoppen, er verschijnt op dat moment personeel op het perron, een conducteur en een machinist, een man of 4 totaal voor twee of drie passagiers.

In Jidvei willen we een aantal wijnbedrijven bezoeken, dat loopt op niks uit, alleen op afspraak en met een groep groter dan…..en dan nog dik betaald. In het toeristenseizoen is het anders maar dat is nog net niet begonnen. Dan niet!! Zo bijzonder zijn die Roemeense wijnen nou ook weer niet, sterker nog, de meeste zijn niet te zuipen en we waren eigenlijk op zoek naar hoe dat nou komt. Misschien voelde ze dat aan en hadden daarom geen trek in ons bezoek. We rijden door naar Racos, vinden daar een mooie plek aan de rand van de vulkaan. Tegen de schemering komt er een kudde waterbuffels langs zetten op weg naar huis. In Oekraïne hebben we ooit veel moeite moeten doen om enkele waterbuffels te zien en hier komen ze maar zo als kudde voorbij zetten, leuk maar ook een beetje frustrerend.

We maken de volgende ochtend een wandeling door de vulkaankrater en van daaruit naar een groen meer waar vroeger marmer gewonnen werd. Even verderop bevindt zich een mooie basaltformatie, dat logenstraft meteen de in veel gidsen gedane bewering dat de baslatberg van een paar dagen gelden de enige in Roemenië zou zijn.

We gaan even langs bij Gerard en Roxana in Campulung, altijd weer gezellig en nestelen ons daarna aan de voet van de Transfagarashan die we de volgende dag willen rijden. Deze bergpas die wel de mooiste van Europa genoemd wordt, hetgeen onzin is, blijft trekken. Vanaf de zuidkant staan er borden dat ie nog gesloten is, dat hebben we al eens eerder meegemaakt, niks van aantrekken. De twee provincies waar de weg doorheen loopt stemmen eea gewoon niet op elkaar af en de Noordkant is altijd eerder open dan de zuidkant. Het betekent niet meer of minder dan dat er her of der nog wat winterschade gerepareerd wordt. Het maakt wel dat het lekker rustig is tot aan de tunnel op de top. De weg voert in eerste instantie heel erg lang langs een stuwmeer waar je door de dichte begroeiing niks van ziet, dat maakt de zuidkant tot op de laatste kilometers na, wanneer je boven de boomgrens uitkomt, eigenlijk heel saai. 

We rijden aan de zuidkant de tunnel binnen, de noordgate (onze uitgang) wordt dan net geopend. Aan die kant is het druk, tot voor 5 minuten moest iedereen dus omdraaien maar nu is de tunnel ook van deze kant open. Het uitzicht aan deze zijde is fabuleus, zeker met de laatste sneeuw en prachtig zonnig weer zoals nu.

We rijden door tot aan de noordvoet van de Transalpina, de tweede beroemde bergroute in het land. Achteraf moet ik bekennen dat ik die misschien wel mooier vind dan de Transfagarashan waar iedereen z’n mond van vol heeft.

 

Halverwege vinden we een leuk restaurant met een mooi terras en een leuke kaart. We bestellen een vleesschotel met verschillende soorten wild, LEKKER!! Met onze gevulde buikjes rijden we door tot Baia de Fier waar we een mooi plekje aan de rivier vinden en morgen de vrouwengrot bezoeken.

 Na de vrouwengrot rijden we naar de ronde stenen in Cotesti, we blijven er staan, een lummelmiddagje met een koortsige ikke in bed.

In de ochtend gaat het wel weer dus op maar naar het volgende niet alledaagse, verstopt tussen de wijngaarden rond Sahateni. De hele omgeving staat vol met gedenktekens, op iedere kruising en afslag staat wel een kruis met een verhaal, maar hier, tussen de wijngaarden, staat een bijzondere. Ooit leefde hier een moslim die trouwde met een christelijk vrouw, het gedenkteken dat zij achterlieten houdt het midden tussen beide.

We trekken opnieuw de bergen in en gaan op zoek naar twee moeilijk te bereiken plekken, een bijzondere rotsformatie en later in de middag naar een eeuwig brandende vlam op een plek waar gas uit de grond komt. Vooral de tweede is een pittige wandeling en lastig te vinden maar ons richtinggevoel brengt ons op de juiste plek.

Overnachten doen we boven op een aantal zoutbergen, eerlijk gezegd een leuke plek maar veel bijzonders is er niet aan te zien. Als we in de ochtend naar beneden rijden via de andere kant van het plateau waarop we stonden komen we nog voor een verrassing. Het is een paadje van helemaal niks, deels weggespoeld, helemaal overgroeid en op het laatst zeker een 50 a 60 %. Zelfs in de lage giering met de kruipversnelling ingeschakeld loopt het toerental nog flink op. Eenmaal beneden aangekomen langs de hoofdweg staan we naast een met daarop een groot kruis geplaatst, een toeristische attractie. De auto zit helemaal vol krassen en er liggen bergen takken, kersen en pruimen op dak en tussen de cabine en opbouw. Dat belooft poetswerk als we thuis zijn. 

We gaan verder naar de moddervulkanen, het zijn twee niet al te hoge bergen waaruit modder bubbelt. De eerste kan je vanaf een parkeerplaats gemakkelijk belopen, de tweede is lastiger, daar moet je een heel eind klimmen of met een 4x4 naar boven. We kiezen voor het laatste en gebruiken de camper van Angelien als vervoermiddel. Het is gelukkig droog dus zowel de klim als de afdaling is voor de Sprinter 4x4 goed te doen.

We overnachten deze kortste nacht van het jaar op de parkeerplaats van een van de vulkanen en rijden de volgende dag naar Boekarest waar we 2 nachten op de stadscamping verblijven. We doen er niks anders dan een beetje rondhangen, we waren immers een paar maanden geleden al 5 dagen in Boekarest. We zijn hier omdat Virginia een paar administratieve zaken moet afhandelen ivm haar aanstaande studie in Nederland. Dat lukt allemaal in een dag dus dat valt niet tegen.

Onze volgende stop is het kasteel van Rasnov dat we niet meer dezelfde dag bezoeken (veel te heet). We doen het de volgende ochtend zo vroeg mogelijk, wij lopen omhoog, Angelien neemt een busje. We wandelen door de burcht die toch wel heel erg commercieel is ingericht, op zichzelf wel een fraai ding overigens met fabuleus uitzicht.

We overnachten op een plek waar houtskool geproduceerd wordt.

In de middag gaat het noordwaarts, voor morgen maken we hier een afspraak voor een excursie in Corund. De regio is bekend om zijn mooie bewerkte houten poorten, er is een etnografisch museum en buiten een paar pottenbakkers en oma’s die werken met spinnewielen en weefgetouwen is er iets unieks. Van een bepaald soort zwam die alleen hoog in de bergen groeit worden hier voorwerpen gemaakt als hoeden, tassen en andere snuisterijen. Het ziet er een beetje uit als ruw leer. We krijgen een uitgebreide uitleg over het oogsten van die zwammen en de bewerking ervan, leuk!!

Na de excursie rijden we naar Praid waar we aan het begin van een vallei overnachten waar vroeger zout gewonnen werd. Nu is het terrein toegankelijk en kan je tussen de zoutbergen door lopen, ze hebben mooie vormen doordat ze makkelijk afspoelen. In de rivier kan je een heilzaam modderbad nemen, ik heb het niet geprobeerd.

Angelien keert om medische reden huiswaarts, wij vervolgen onze route. Eerst weer noordwaarts via Targu (kultuurpaleis) zie we in de middag een mooie plek aan de rivier, we besluiten te blijven. Stoelen eruit, tafel eruit vuurtje erbij, prima bella. Op enig moment komt er een dame van een jaar of vijftig, ze staat maar aan de waterkant te bellen en te bellen. Dan ineens koeien aan de overkant, die worden door een jochie van een jaar of 15 het water in gejaagd, aha…….nu snappen wij het ook. De rivier is een beetje te diep/snelstromend om over te steken, dat jochie jaagt ze erin en de dame neemt ze aan deze kant over, goed geregeld.

Twee dagen lang gaat het via binnenwegen en kleine dorpjes langs verschillende bijzondere kerken, sommige met hele hoge houten torens die heel spits geconstrueerd zijn.

Zo komen we na twee dagen rondzwerven in Jibou waar men een wel hele grote en mooie botanische tuin onderhoud met enorme kassen en een niet onaardig aquarium. We overnachten op de parkeerplaats van de tuin.

De volgende overnachting is op een plek in de bergen waar boswerkers met paarden het hout uit het bos slepen en ter plekke verwerken. Ze wonen er in de zomer “permanent” In simpele hutten en optrekjes. We moeten vooral van alles en nog wat proeven dat ze zelf ter plekke maken, kaas, jam etc etc. 

Op naar Rapa Rosu een soort van Bryce Canyon achtige rotsformatie. Het was even lastig om er te komen vanwege de aanleg van een nieuwe autobaan maar uiteindelijk stonden we op een sprookjesachtige plek met uitzicht op de rode rotspartijen. De volgende ochtend nemen we een backpacker mee die ter plekke de nacht in een tentje heeft doorgebracht. We zetten hem af in Alba Iulia en bezoeken zelf daar de gerestaureerde binnenstad. Een kopje koffie scoren daar viel nog niet mee, de meeste terrassen waren nog gesloten maar uiteindelijk in een zijstraatje vonden we een kleine achteraf-gelegenheid.

 In de middag rijden we naar Densus met een kerk die de oudste van Roemenië zou zijn, opgetrokken uit stenen van een voormalige tempel.

We naderen het einde van onze reis maar er zitten nog wel heel mooie plekje, twee leuke wandelingen en een paar bijzondere bezoekjes in het vat. Eerst naar Retezat waar we op een bergweide een mooi plek vinden en waar verschillende wandelingen te maken zijn, wij doen een kleintje naar een waterval.

Dan naar het openlucht museum in Curtisoara, met een aantal bijzondere huizen, vooral degen waarbij je via een brug bij het buitentoilet komt.

In Targu Jiu bezoeken we het park met bekende Brancusi werken zoals de tafel van de stilte. We overnachten in een kloof waar veel roofvogels langs de rotswanden vliegen, we hebben het idee soms te zien da de jongen leren vliegen. In de avond zit het er vol vuurvliegjes, dat blijft toch een bijzonder gezicht.

En zo komen we op ons laatste plekje in Roemenie bij de Bihar waterval, het is vanaf de p-plaats een wandelingetje van niks. 

We zijn bij de waterval blijven overnachten, weliswaar aan de hoofdweg maar er rijdt ’s avonds niemand meer. In Hongarije vallen we neer op ene camping met thermale baden, even lekker bijkomen en de was doen voor we via Slowakije terugrijden naar Polen. In de streek waar we doorheen rijden worden op verschillende plekken nog op traditionele wijze houten huizen gebouwd.

De laatste overnachting in Slowakije met uitzicht op dit kasteel.