Midden Oosten deel 4 (slot)

Jordanië

Donderdag 21 oktober,

We steken met de nodige administratieve handelingen de grens over, een van de problemen was dat een beamte zich had vegist en bij het binnenkomen op een formulier had vermeld dat we een hond zouden hebben. Toen alle papieren klaar waren en we het grensterrein wilden verlaten ontbrak de stempel voor de hond op het eindcontroleformulier, logisch natuurlijk, want we hebben geen hond. Hun voorstel was dat we de hele procedure van voor af aan opnieuw zouden doen, mijn voorstel was dat de hond even doorgehaald zou worden op het formulier. Allereerst duurde het wel 10 minuten voor ik ze aan het verstand gepeuterd had dat ik er niks aan kon doen dat de een of ander een hond had genoteerd, ik lees noch schrijf Arabisch, dus weet ik ook niet wat ze op de diverse formulieren schrijven. Toen moest het mannetje gevonden worden die de fout op zijn geweten had, die was effe lunc...........Met een hoop gebel toch gevonden maar toen was zijn stempeltje zoek, zijn doorhaling moest natuurlijk wel van een persoonlijke stempel voorzien worden, dat alles lekker bij een temperatuur van een graadje of 34, goed voor een paar verhitte momentjes. Door al het gedoe komen we niet verder dan Umm Qays, waar we midden in de ruinestad overnachten.
 
 
Je hebt hiervandaan uitzicht op de Jordaanvallei, Israel, een stuk Palestijns gebied, de Golan hoogvlakte, de door de UNDOF (VN) missie beheerste neutrale zone en op Syrie, een politiek gevoelig uitzichtpunt zullen we maar zeggen. De volgende ochtend dalen we af naar de Jordaanvallei, die hier op meer dan 200 meter onder zeeniveau ligt en komen zo tot op enkele tientallen meters vanaf de bezette Golan en de Israelische grens. Om de paar kilometer zijn hier checkpoints die meestal ook het paspoort controleren.
 

De Jordaanse Dinar heeft een koers die praktisch gelijk is aan de euro, een bijzonderheid is dat deze munt is onderverdeeld in duizend en niet in honderd (centen) zoals wij dat kennen.

Na een bezoek aan de opgravingen in Pella, die dateren tot 7000 jaar bc, rijden we naar het natuurreservaat van Ajloun, waar we vanmiddag een wandeling maken. Na de lunch in de lodge van het reservaat besluiten we de zeepmakersroute te volgen, voornamelijk naar beneden. Aan het einde is het huis van een familie die zeep maakt met allerlei kruiden die in het park voorkomen helaas gesloten, hadden we kunnen weten, het is vrijdagmiddag. We charteren een paar auto’s om ons terug te brengen naar de ingang van het reservaat, waar we, na een bbq van oa een levend uitgezochte kip, overnachten.
 

Via Ajloun (met kasteel dat we niet bezoeken) rijden we via binnenwegen naar Jerash waar we de restanten van de oude stad bezoeken en een show bijwonen die bestaat uit een demonstratie van de verschilende formaties van een Romeins legioen en een paardenrace. Wel wat aan de toerischtische kant maar toch wel aardig.
 
 
Ik krijg genoeg van alle steden en opgravingen en besluit daarom maar eens de woestijn in te rijden, via het woestijnkasteel en hamam van Hallabat rijden we tot aan een heilige boom. Deze boom staat geheel solo, midden in de zwarte steenwoestijn en is een prachtig, groot en groen exemplaar van de wilde pistach (Gomboom). De legende wil dat de profeet Mohammed onder deze boom een pauze zou hebben ingelast tiijdens een van zijn reizen, de legende is achterhaald want de boom blijkt na onderzoek 500 jaar oud. Maar goed, het feit dat ie hier geheel geisoleerd toch zo tot volle wasdom is gekomen is op zich bijzonder genoeg. We blijven er overnachten.
 
 
Als we de volgende dag over de hoofdweg naar de Iraakse grens verder naar het oosten rijden, komen we vrachtwagens uit de meest uiteenlopende landen tegen, Irak, Koeweit, Saoudi Arabie, Turkije, Dubai en Qatar. Deze weg zou volgens de beschrijvingen levensgevaarlijk zijn vanwege de voertuigen die overbeladen en in slechte staat grote afstanden afleggen. Overal zouden uitgebrande tankwagens en van de weg afgeslagen vrachtauto’s liggen, niks is minder waar, een koekwouws verhaal! We duiken opnieuw de woestijn in op weg naar een meer, dat midden in de woestijn zou liggen met ernaast de restanten van het Burqu kasteel. Eea bleek makkelijker te vinden dan verwacht en we zijn er al om 12.00 uur, we besluiten toch te blijven want het is een schitterende plek en verder oostwaarts gaat het niet want dan kom je of in Irak of in Saoudi Arabie en geen van tweeen staat in onze planning deze reis.
 
 
Wel begint het te kriebelen om een reis die we al in de planning hebben naar Iran en Oman, oa via Saoudi Arabie, uit te breiden met Irak en Koeweit. Als al die honderden vrachtwagens dat kunnen dan is het misschien niet zo onmogelijk als het lijkt. Morgen hebben we twee reservaten in de planning en een maaltijd bij een Tsjetsjeense familie, nakomelingen van de honderdduizen Tsjetsjenen en andere moslims uit de Kaukasus die gevlucht zijn tijdens de opmars van de Russen rond 1860. Zo ontstonden moslimgemeenschappen in onder andere Jordanie, Syrie maar ook Bosnie en Albanie. Zo werd ook de huidige hoofdstad van Jordanie, Amman, opnieuw bevolkt na 1000 jaar onbewoond te zijn geweest.

We staan ’s morgens vroeg op omdat we verwachten dat er bij het woestijn meer wel het eea aan dieren zal komen drinken, dat valt tegen, we zien dezelfde vogelsoorten als gisteravond, behalve de twee meerkoeten die zijn afgeschoten door een plaatselijke jager met zijn eigengemaakte geweer. Ook later op de dag in het wetlandreserve bij Azraq zien we niet veel bijzonders, terwijl juist in deze tijd vele vogelsoorten op weg uit het hoge noorden via deze regio op weg zijn naar Afrika. De tentoonstelling over hoe deze wetlands helemaal drooggevallen zijn en nu weer hersteld worden is overigens wel de moeite. Een tweede reservaat waar met veel moeite de Oryx (een soort gazelle met twee rechtopstaande hoorns) weer is teruggeplaatst in zijn natuurlijke omgeving en waar er nu weer een paar honderd zouden zitten, blijkt gesloten voor renovatie. Een reservaat gesloten voor renovatie?? De middag besluiten we dan maar heen en weer te rijden naar Amra, het nog bijna geheel intact zijnde badhuis met fresco’s dat dateert uit de Ummayid periode. Later gaan we zwemmen in Azraq bij een resthouse.
 

Zoals later nog duidelijker wordt is de organisatie van de natuurreservaten een ramp. Duur en met weinig inhoud. In Ajloun was het al niet veel, nu in Azraq loopt ook de Tsjetsjeense maaltijd niet zoals het moet. De organisatie meldt in haar folders dat het restaurant van de bijbehorende lodge (voormalig Brits hospitaal) wordt gerund door een Tsjetsjeense familie en dat ze op verzoek (twee dagen van te voren) een Tsjetsjeens diner verzorgen. Als we op de afgesproken tijd verschijnen heeft men de tijd verschoven van 18.30 naar 20.00 want dan hebben ze ook een groep, kunnen we nog inkomen. Als de maaltijd uiteindelijk een doodnormale Arabische buffetmaaltijd blijkt te zijn in een soort kantine samen met een aantal studenten (de groep) dan beginnen we toch een beetje te twijfelen aan de RSCN, zeg maar de natuurmonumenten van Jordanie. Het park en het eten in Ajloun waren teleurstellend, in Azraq een park gesloten en het tweede zeer teleurstellend en het eten wederom niks. Later in Mujib weer een zelfde soort ervaring, ondanks van dezelfde organisatie zou de overall kaart die we hebben hier niet gelden, om door het park te lopen moet we maar liefst 14 euro pp betalen voor een wandeling van 45 minuten heen en 45 minuten terug door een kloof waar je je op drie plaatsen aan een halfgebroken touw omhoog moet trekken door het water. Op zich prachtig maar het gebodene dekt de prijs bij lange na niet. Het park loopt door tot aan de Dode zee en als we van de kloofingang naar de dode zee gaan (500 meter verderop) mogen we opnieuw 12 euro pp betalen, nu is na veel zeuren de kortingskaart weer wel geldig. Na zwemmen in de Dode zee is de lunch wel aardig maar ook weer veel te duur. De hele RSCN blijkt opgezet door onder andere US-AID, alle gebouwen zijn nieuw, alle medewerkers spreken Engels, het is er schoon, de wegen erheen zijn perfect aangegeven maar het klopt gewoon niet. Er hangt geen sfeer, de communicatie loopt niet, de prijzen zijn exhorbitant, er zijn geen lokale gasten, slechts een verdwaalde buitenlander. Een Amerikaans model ter bescherming van de natuur 1 op 1 overgezet naar Jordanie, mijn indruk is dat als het niet snel verandert, het gedoemd is om te mislukken.

Vanuit Azraq rijden we naar het kasteel van Kharana, alle souvenirshops zijn open en de koffietent ook maar het kasteel is en blijft potdicht terwijl het om 8.00 open zou moeten gaan. Als anderen van de groep er later langskomen blijkt de situatie nog hetzelfde. Van buiten is het kasteel ook mooi maar ja, daar kwamen we niet voor.

Dan naar Amman, de Egyptische ambassade bezoeken, volgens alle eerder verkregen info zouden we niet alles aan de grens kunnen regelen, volgens de geleerden hier kan dat wel zelfs als je met de eigen auto uit Israel komt. Ik zou bijna zeggen; ik houd ze er aan, maar dat werkt als je eenmaal aan de grens staat toch niet. Van Amman naar de Baptism site, de plek waar Johannes de doper Jezus heeft gedoopt met water uit de Jordaan. Tot voor kort dacht men dat het dopen in de Jordaan plaatsvond maar de echte plek is recent ontdekt en blootgelegd en ligt iets naast de Jordaan aan een zijtak.
 
 
Om te overnachten rijden we Mount Nebo op, de plaats waar Mozes over het beloofde land keek dat hij nooit zou betreden. Ook bezoeken we de bron waarop hij zo ongeduldig met zijn staf sloeg. In de hele regio zijn zoveel mozaieken dat je keuzes moet maken om er niet tureluurs van te worden, wij doen de bekendste in Madaba, op de Nebo berg zijn er ook een aantal maar niet te bezoeken wegens renovatie en Umm ar Rassas. In Amman bezoeken we nu eens niet de bekende hoogtepunten als de citadel en het nationaal en/of archeologisch museum maar we kiezen voor het Royal Automobiel museum en het kindermuseum, beide in hun soort zeer bijzonder en vooral het automuseum heeft een zeer bijzondere collectie, allen uit de stal van de koninklijke familie. Na ons tweede bezoek aan Amman willen we aan de Dode zee overnachten, niet te doen vanwege de hordes vliegen, we zoeken een plekje in de bergen.
 
 
Minder vliegen en mooier uitzicht. De volgende ochtend de wandeling in het Mujib park en zwemmen in de Dode zee.
 
 
De Mujib kloof is schitterend en het zwemmen in het zoute water van de Dode zee (op ruim 300 meter onder zeeniveau..) een hele ervaring, want zwemmen kan je niet, je kunt met je benen geen slag maken want het is onmogelijk ze onder water te krijgen. Via een prachtige route rijden we naar de plek waar Johannes de Doper is onthoofd. Daarna proberen we zo snel mogelijk de Dode zee regio te verlaten omdat de ontelbare vliegen het verblijf tot een wel erg onplezierige ervaring maken. We overnachten in Umm ar Rassas, waar de grootste mozaiken van het land zich bevinden. Vroeg in de ochtend bezoeken we de mozaiken waarna we naar de hete bronnen van Madeb rijden, een spectaculaire afdaling tot onder in een kloof.
 
 
Je zou er prima kunnen overnachten maar het is pas 11 uur. We nemen een bad in het water van dik 30 graden en vertrekken richting Karak waar we de kruisridderburcht willen bezoeken. Dat loopt op niks uit, het is er zo druk dat de hele binnenstad muurvast staat, zelfs bussen vol toeristen keren om. Dat komt dus op het lijstje van gemist, dat doen we een volgende keer, samen met de andere musea in Amman met onder andere de Dode zeerollen. Via Kings Highway rijden we verder naar het Dana Wildlife Reserve (we houden vol!!). We overnachten bij de ingang van waar je fantastisch uitzicht hebt.

Zaterdag 30 oktober

We spreken om 8,00 uur af om met een busje van het park naar het startpunt van de verschillende wandeltrails gebracht te worden. Als we dan ook ’s ochtends om 8.00 uur netjes klaar staan blijkt het 7.00 uur te zijn, de wintertijd gaat hier in van vrijdag op zaterdag ipv zoals bij ons van zaterdag op zondag. Laten we daar nou even niet aan gedacht hebben. Na overleg mogen we het park in lopen en komen zo bij het centrale punt waar de trails beginnen. Zowaar blijkt de overallpas te werken hier en kunnen we om (opnieuw) 8.00 uur aan onze route beginnen. Dana vegoedt veel van de eerder gegeven kritiek, het is er fantastisch, je blijft je ogen uitkijken aan de grillige rotsformaties en de vergezichten. Wild krijgen we wederom niet te zien maar dat was ons al voorspeld, voor deze ene keer maakt het niet uit, je krijgt zoveel op het netvlies. Op centrale punt in het park drinken we wat en laten ons dan terugbrengen met het busje naar de ingang.
 
 
Via een kruisridderburcht en een route langs nog volop bewoonde grotwoningen, rijden we naar klein Petra, wederom een rit waar je niet uitgekeken raakt van de spectaculiare vergezichten.
 
 
In klein Petra zijn we praktisch alleen als we er doorheen wandelen, je moet dit wel doen voor je naar Petra zelf gaat anders valt het tegen, hoewel het op zich schitterend is. Overal zijn hier Bedouinenkampen waar je kunt overnachten en talloze mooie plekjes in het wild, deze keer rijden we toch door om ons te nestelen bij een hotel in Petra met een lekker zwembad en een Turks bad. We reserveren voor de volgende dag het Turkse bad en een massage, dat zullen we wel nodig hebben na de wandeling door Petra. We brengen de was naar een wasserij eten vroeg en gaan slapen, morgen om 5.00 op omdat we om 6.00 de Petra kloof willen binnenlopen om zo de massa voor te blijven. Deze archeologische site die tot 1 van de 7 wereldwonderen behoort, trekt duizenden bezoekers per dag en daar lopen we liever niet de hele dag tussenin. Het is ook aan de prijs te merken, de entree kost maar liefst 33 euro pppd en gaat morgen, 1 november, omhoog naar 50 euro pppd, hebben we dus toch nog mazzel........We beginnen met de standaard route door de kloof langs de Treasury naar de open plek waar de meeste tombes zich bevinden. Interessant is om te zien hoe de Nabateeers in hun watervoorziening voorzagen, ook langs hun karavaanroutes tot honderden kilometers de woestijn in. Tegen de tijd dat de hordes binnenkomen zijn wij met de geijkte dingen wel klaar en maken een wandeling die ons tot ver boven de kloof brengt met onder ander uitzicht op de treasury, zeer spectaculair maar voor het laatste stuk moet je een geoefende wandelaar zijn. Als we terugkeren is het lunchtijd, we vinden een mooi plekje in de schaduw. Dan naar het einde van de gewone site waar iedereen aan zijn klim naar het klooster begint, dat gaan wij dus niet doen. We klimmen achter de kruisridderburcht langs naar een aantal weinig bezochte tombes. Vandaar verder omhoog naar de Heilige Hoge offerplaats vanwaar je een groot deel van de site kunt overzien en waar ook een paar obelisken staan. Onderweg passeren we nog de mooie Leeuwenfontein. Via 350 treden dalen we weer af naar de massa en beginnen aan de terugtocht door de kloof, wat een drukte, ongelooflijk.
 
 
Op het gemist lijstje komen het klooster, de mozaiken en een wandeling via een alternatieve toegangsroute oa door een tunnel, zeker weten weer om 6.00 uur in de morgen. We halen de was op en gaan naar het Turkse bad, welverdiend na 9 uren klimmen en wandelen. Het is een waar genot, het stoombad, de scrub, de massage, het bubbelbad en het ijskoude zwembad, wat zullen we slapen.

Maandag 1 november

We vervolgen Kings Highway uit Petra en bezoeken onderweg een van de plaatsen waar de Nabateeers er in de woestijn een cisterne op nahielden met een 25 kilometer lang transportsysteem. Eea is aangelegd 200 bc en deels nog in gebruik. We naderen Wadi Rum waar we in de woestijn overnachten. Daarvoor moet je wel speciale toestemming hebben, sowieso om met eigen auto verder te rijden dan het plaatsje Rum. Na het regelen van de formaliteiten laten we de banden aflopen tot de gewenste spanning en beginnen aan de tocht waarin we verschillende bezienswaardigheden opnemen zoals Lawrence bron en huis (juist ja, van Lawrence van Arabia), natuurlijke bruggen, kloven met 4000 jaar oude rotstekeningen en niet te vergeten een mooie plek om te overnachten met zicht op de ondergaande zon. De volgende ochtend zoeken we onze weg door de woestijn naar Aqaba. Wadi Rum wordt door sommigen de mooiste woestijn ter wereld genoemd, persoonlijk zou ik zeggen heel mooi, maar de mooiste?? Het hangt van je beleving af natuurlijk. De verhalen over dat het verschrikkelijk zanderig zou zijn kloppen in ieder geval niet, in ieder geval niet in vergelijking met noord Afrika.
 
 
Nu staan we aan het strand bij Aqaba, zwemmen en snorkelen en voorbereiden op Israel.

Ook daar zullen we natuurlijk vele sites bezoeken die in de bijbel voorkomen. Dat blijft toch wel een bijzondere ervaring, je hebt daar natuurlijk vroeger een beeld van gevormd en nu zie je het in werkelijkheid, soms klopt het beeld en soms helemaal niet. Het is natuurlijk ook moeilijk om het moderne toerisme en de moderne economie weg te denken uit deze specifieke plekken.
 
 
Israël

Woensdag 3 november

In de ochtend gooien we eerst nog eens de tanks helemaal vol van het laatste Jordaanse geld, 0,50 of 1,50 per liter is toch  wel een verschil op 700 liter. Dan naar de grens, Jordanie uit verloopt heel vlotjes, in nog geen 20 minuten worden we uiterst vriendelijk het land uitgezwaaid waar alleen maar vriendelijke mensen lijken te wonen. Dan Israel in, een lang verhaal. De campers moeten helemaal leeg voor de security check en alles moet door de scan, dan de auto in carantaine buiten je eigen zicht, dat gebeurt maar met 1 van de auto’s, wel de mijne natuurlijk. Als na 4 uur uit-en inpakken alles klaar is en gecheckt, ze zijn evengoed nog de helft vergeten, maar goed dat is hun zorg, worden de paspoorten en de autopapieren heel vlot en zonder kosten in orde gemaakt. Het geheel laat een onsympathieke indruk achter, dat ze met het item veiligheid secuur omgaan kunnen we wel inkomen maar de houding die ze zich daar bij aanmeten zou wel een beetje anders kunnen. Na de passage blijft het onze gedachten de rest van de dag bepalen.

Eilat houden we voor gezien en we rijden direkt noordwaarts om de Shororet kloof te bezoeken, een mooi ritje door de woestijn brengt ons bij de kloof en de Amran pilaren. De kloof valt tegen, de pilaren hebben mooie kleuren maar zijn zeker niet spectaculair.
 
 
Overal wandelaars, dat valt gelijk op en zal ook in heel Israel zo blijven. Wandelen over de duizenden uitgezette routes is hier zeer populair, vooral ook in groepen. Iedere groep heeft weer zijn eigen veiligheid ingehuurd, kinderenklassen worden de  hele dag bewaakt door iemand met op zijn minst een pistool maar meestal een oversized karabijn. Zo ook in iedere toeristenbus. Het aantal te bezoeken toeristische hoogtepunten in Israel is een van de problemen, er staan meer bruine dan groene borden langs de weg. Iedere zandkorrel van een afwijkende kleur en iedere twee stenen die ooit door een mens beroerd zouden kunnen zijn geweest worden direkt met grote borden aangegeven. Net als iedere drooggevallen rivier, ieder  grotje al is ie kleiner dan een handtas, en ga zo maar door, je ziet door de bomen het bos niet meer. Hetzelfde geldt voor de wandelpaden en onverharde wegen, alles ingedeeld naar moeilijkheidgraad in de kleuren groen, blauw, rood en zwart en dan weer onderverdeeld in 2x4 of 4x4. Overal voorzien van bordjes met een hele lijst waarschuwingen, overdone! We eindigen onze eerste dag in Hai Bar waar we overnachten bij een centrum waar bijbelse dieren gefokt worden en tegen uitsterven beschermd. Bijbels ligt hier voor op de tong, weer zo’n overdreven gedoetje. Het zijn gewoon dieren die in de woestijn voorkomen en die je hier in een dierentuin en een safariparkje bij elkaar kunt zien. Mooi gemaakt en zeker de moeite, maar bijbels??? Sommige soorten zullen zeker in de bijbel voorkomen want dat speelde zich hier nu eenmaal af. Tegen half zeven maken we het voeren mee en de volgende ochtend maken we een rit over het buitenterrein met eigen auto’s.
 

Over brandstof hadden we het al, alle andere prijzen zijn hier ook aan de maat, gelijk aan West Europa, staat tegenover dat het assortiment en kwalitiet ook vrijwel gelijk is en dat is ook wel weer eens prettig. Zo komen we na het Safariritje langs een cafe met winkeltje waar ze allerlei biologische produkten verkopen en echte cappucino met heuse biologische appeltaart. Als je dan ook nog krijgt wat je besteld hebt en de appeltaart is ook nog warm, ja dan mag het wat kosten als je daar in een schaduwrijke tuin van mag genieten. Voor mij het eerste moment dat ik een prettig gevoel in Israel had. Dat gaat ook weer snel voorbij want als we op weg gaan naar twee nationale parken met daarin zogenaamd spectaculaire zandheuvels en een dorp gesticht door Sefi Hanegbi, rijden we feitelijk alleen maar over een weg waar je links nog rechts vanaf mag omdat het militair terrein is, alles wat dat niet is, is nationaal park. Zo lijkt de hele Negev woestijn in elkaar te zitten. Er zijn 3 mogelijkheden, er wordt gewoond, achter hekken en slagbomen, het is militair en wat overblijft is nationaal park, hoe klein ook. Zo ook hier, het ene nationale park is van de aardbodem verdwenen wegens uitbreiding van de militaire activiteiten en het andere zijn een paar zand heuvels die nog geen hectare beslaan waarvan groepen kinderen, bewaakt door mister gunman, vanaf rollen, nationaal park.......? Laat me niet lachen, een strookje rest, gelegen tussen twee firingzones van het leger. Dit lijkt misschien allmaal negatief maar het is gewoon de Israelische realitiet en wij moeten daar even een paar dagen aan wennen denk ik, de Negev woestijn is echt prachtig en zeer gevarieerd, wint van Wadi Rum!! We rijden door naar de Ramon krater, 40 bij 8 kilometer groot. Te groot om echt te overzien, we dalen er in af met de auto en maken een 4x4 ritje in de krater, categorie zwart, ja ja, moet je je voorstellen dat je in afrika zo nu en dan een stapeltje stenen vindt dat aangeeft dat je nog de goede kant op gaat, hier is zowel de linker als de rechtezijde van de piste belegd met een aaneengeloten rij stenen, je zou er eens een meter naast terecht komen, quelle avonture........
 
 
Nadat we nog even een bezoek hebben gebracht aan een caravanserai van de Nabateeers, ook hier weer met een uitgebreid watersysteem gaan we op zoek naar onze overnachtingplaats bij een ecologische deserthut. Volgens de eigenaar de enige ecologische lodge in Israel, met zonneenergie, olielampjes en een ecotoilet. Ja ja, als ie er nou zelf maar in gelooft dan vind ik het wel best, gat in de grond als toilet en dan je lodge eco noemen, zelf ’s avond in je dikke 4x4 naar huis rijden want om nou zelf ook nog ’s nachts eco te zijn, dat is wel weer een beetje veel van het goede. Tot nu toe maakt het land een beetje USA achtige indruk, alles wordt net effe te veel aangedikt om nog 1 op 1 geloofwaardig te zijn, de wegen zijn prima overigens, maar daar hebben ze het dan zelf ook niet over.

We rijden langs Horvot Avdat, een oude nederzetting langs de specerijenroute, bij ons ook bekend van de opnames van Jesus Christ Superstar. Dan de achterliggende kloof die indruk maakt door zijn witte kleur, we zien er een paar wilde gazelles lopen.
 
 
Van daar naar de begraafplaats van Ben Gurion, de architect van de staat Israel. We blijven in de woestijn, doen boodschappen in een dorp waar veel Russen zich hebben gevestigd en rijden naar twee andere kraters waar we onder andere versteende bomen zien en een wandeling maken naar een uitzichtpunt bovenaan de kleinste krater. We besluiten tot een extra ommetje en komen zo terecht op een krokodillenfarm waar we een leerzame rondleiding krijgen.
 
 
Dan naar  Mamshit een oude nederzettting met er omheen natuurlijk nationaal park, Ik vermoed dat het aantaal nationale parken in Israel met gemak de duizend overschrijdt. Op de bijbehorende camping een familie die de verjaardag viert van een van de kinderen, de oma van het spul spreekt Nederlands en blijkt geboren in Haarlem. We worden uitgenodigd mee te eten maar hebben helaas net zelf het eten klaar staan. In deze buurt wonen zwarte Hebreers, afstamelingen van Amerikaanse slaven, we hebben ze niet gezien.

Vanaf Mamshit rijden we naar het zuidelijkste stuk van de Dode Zee, daar waar de bekende Dode Zee werken zijn. Hier worden uit de zee allerlei mineralen gewonnen waaronder Magnesium. Vanaf een uitzichtpunt kan je eea goed overzien en wordt er uitleg gegeven over de geschiedenis en het functioneren van het complex.
 
 
Langs de voor  98% uit zout bestaande berg Sedom rijden we naar Masada, de burcht waar Herodes lang stand hield tegen de Romeinen. Het is een gigantische en hooggelegen burcht, we laten ons er heen vervoeren met de kabelbaan. Per dag komen hier duizenden bezoekers. Nadat we terug zijn gaan lopen, bezoeken we nog Ein Gedi, een Kibboets met een botanishe tuin die vele prijzen gewonnen zou hebben. Feitelijk is het niet meer dan een aardig aangelegde tuin tussen de huisjes in het woongedeelte van deze cooperatieve boerderij, die zich tegenwoordig voornamelijik met toerisme bezighoudt. Het vinden van een plek om te overnachten wordt steeds lastiger, op veel plaatsen worden we geweigerd omwille van veiligheid, hun veiligheid wel te verstaan. Alles wat ze niet direkt herkennen wordt beschouwd als een risico. We belanden dan ook aan het einde van de dag op een voormalige pick-nick plaats waar het behoorlijk smerig is.
 


Zondag 7 november

In de ochtend bezoeken we eerst Qumran, de plek waar de Dode zeerollen zijn gevonden, vlak bij de plaats waar een deel van de rollen door de Essenen zou zijn vervaardigd in hun klooster. Op weg naar Jeruzalem bezoeken we de moskee waar het graf van Mozes zich zou bevinden, een heilige plek, ook voor Moslims.
 
 
Dan naar een uitzichtpunt vanwaar je zowel Jeruzalem als ook Jericho ziet liggen. Het gebied  hier wordt deels bevolkt door Palestijnen en door bedouinen. Van dorp tot nederzetting is het hier verschillend. Als we de herberg van de Barmhatige Sameritaan willen bezoeken mislukt dat vanwege wegwerkzaamheden, op het lijstje met gemist dan maar. In de middag bezoeken we Mini Israel, een soort Madurodam. Via het USA-Park, rijden we een mooie route ten Westen van de stad en belanden uiteindelijk in een kibboets waar we ook lekker eten. Het zoeken van de plek heeft veel tijd gekost, vrijwel overal geweigerd vanwege veiligheid. De manager van deze kibboets kende het verschijnsel camper wel en had er geen problemen mee.

Maandag bezoeken we het recent geopende Holocaust museum en het Israel museum, daarmee is de dag ook direkt gevuld. We overnachten op een campground in een nationaal park, lastig te vinden maar ik was het bij toeval gisteren al tegengekomen.
 
 
We maken een kampvuurtje om onze Israël gedachtes eens rustig de revue te laten passeren. Om 6.30 rijden we opnieuw naar Jeruzalem, we dachten de drukte van gisteren rond die tijd wel enigszins te kunnen ontlopen, dat valt tegen. We rijden via de wijk van de Orthodoxe Joden naar het oude centrum, waar we vlak aan de muur een parkeerplaats vinden. Het aantal hoogtepunten daar zijn te groot om hier te noemen, alles ligt echter verrassend dicht bij elkaar, Tempelberg, Olijfberg en Golgotha, het zijn afstandjes van niks, makkelijk te belopen en alle bezienswaardigheden direct bereikbaar.
 
 
Aan het einde van de middag rijden we naar Ramallah waar we de tombe van Arafat bezoeken en waar we meteen op een heel andere manier benaderd worden, open en vriendelijk, in plaats van het argwanende. Alsof je hier, binnen de illegaal door Israël gebouwde muren, in Palestijns gebied, terug bent in Jordanië. Een beveiliger van de regeringsgebouwen van de Palestijnse Autoriteit waarbinnen de tombe ligt, brengt ons naar een overnachtingsplaats midden in Ramallah.
 
 
’s Morgens moeten we aansluiten in de rij om er weer uit te komen en als je dat gedrang ziet tussen hoge hekken met veel prikkeldraad waar de enige uitgang uit de hele stad is, dan moet ik toch even denken aan diverse tentoonstellingen en musea die we de afgelopen dagen bezocht hebben en waar het vaak gaat over de ghetto’s waarin de Joden werden afgesloten van de rest van de wereld, wat is het verschil met wat ze zelf hier aan het presteren zijn eigenlijk? We zien het vliegveld dat in de 90-er jaren is aangelegd na het bereiken van de akkoorden die het zelfbestuur regelden en later net zo hard weer door Israel is kapot geschoten om te voorkomen dat Palestijnen op die manier zonder eerst door Israel te worden gecontroleerd konden reizen. Israel, of misschien beter de regering Netanyahu, misbruikt de oude akkoorden om deze muren te bouwen, de autonome regio’s zijn namelijk nauwkeurig vastgelegd en daarmee onstaat dus een soort grens. Dit kan nooit bijdragen aan een echte oplossing, ik heb  niemand gesproken, Israelier noch Palestijn, die daarin gelooft. De spanning achter deze muren kan slechts zo hoog worden dat er een bloedige opstand uitbreekt, Als dat op een moment gebeurt dat Israel nog meer van zijn goodwill in de wereld heeft verspeeld dan konden de muren op die manier nog wel eens bijgedragen hebben aan een oplossing.
 

Als we weer bevrijd zijn rijden we richting Jericho, ook deze stad is nog slechts via 1 weg te bereiken, alle andere wegen zijn door Israel afgesloten om op die manier ook controle te houden op Palestijnen die tussen hun eigen autonome gebieden willen reizen, tenzij speciale toestemming van Israel, is dat nu onmogelijk geworden. Zodoende komen we weer langs de herberg van de Barhartige Sameritaan en die is vanaf deze kant wel bereikbaar, er blijkt een nieuw museum te zijn ingericht dat ook het huidige leven van de Sameritaanse gemeenschap belicht. Nooit geweten dat die nog bestond.....Kan dit dus van het gemist lijstje af en komt Jericho er op, inclusief het st George en het Qaran klooster, het tweede is overigens de naamgever van het woord quarantaine. We rijden nu dus op de Westbank langs de Jordaan. Over deze weg rijden zowel Palestijnen als Israeliers en dat geeft natuurlijk weer een uitgebreide check als je de weg wilt verlaten. Ze hadden deze keer een onderzoek met een hond in gedachte waarbij we zelf niet aanwezig mochten zijn. Ik heb het helemaal gehad met hun zogenaamde veiligheidsonderzoeken, die sowieso allemaal zo onvolledig zijn en uitgevoerd worden door jeugdige soldaatjes, meest meisjes, die de fase van kindsoldaat maar nauwelijks zijn ontgroeit. Ik maak me kwaad en ontzeg de veiligheids crew de toegang tot mijn auto buiten mijn bijzijn en maak ze ook duidelijk dat de hond er helemaal niet inkomt. Jolanda en Virginia moeten ergens achter een hek en ik mag er bij blijven, direkt bij het begin zegt de een dat ik op 5 meter moet gaan staan en een ander dat ik een klep van de camper open moet doen. Nu is het genoeg, ik draai alles op slot, zet het alarm er op, eis onze paspoorten terug en verzoek ze toch eens vriendelijk na te denken voordat ze mensen met al deze onzin lastig vallen, zijn ze wel op de hoogte van de veiligheidscheck die iedere auto ondergaat bij binnenkomst?? Nee is het antwoord. Of wij er uitzien als een Palestijns zelfmoordcommando of als toeristen uit een land dat altijd wel erg loyaal aan Israel is. Ze krijgen er genoeg van en we mogen zonder verdere controle verder. Onderweg nog een tentoonstelling die de loop van de Jordaan behandelt tussen het meer van Galilea en de Dode zee. Aan het einde wordt duidelijk waar het echt over gaat, de trots waarmee nieuwe nederzettingen nog steeds verrijzen in dit gebied.  Is Israel nou een onprettig land om met je camper heen te gaan? Toch niet, ik kan gewoon slecht tegen mensen die proberen hun autoriteit te doen gelden zonder na te denken, 5 minuten later lach ik er weer om, zij ook hoop ik, dat ze zich door een grote dikke Hollander zo hebben laten intimideren dat ze hun opgedragen werk niet hebben uitgevoerd en daarmee ’s lands veiligheid in gevaar hebben gebracht. We rijden naar een stel warme bronnen die uitmonden in een meer, prachtig helder water met veel vissen. We kunnen er binnen met onze 14 dagen geldige national park toegangskaart en gaan er heerlijk zwemmen. Als je stilzit met je voeten in het water dan knabbelen de kleine visjes het eelt van je voeten, duurt mij te lang, te veel eelt.
 

We overnachten op een mooie plek langs de zgn Scenic 6666/667. We zien er de grijze woestijnvos, als we later een kampvuurtje aanleggen en naast de camper zitten, meen ik iemand op het deurtrapje te horen, het blijkt een (andere) vos die de camper wel eens aan een onderzoek wil onderwerpen. Hij schrikt wel als we komen maar blijft toch in de buurt, komt zelfs tot op 2 meter vanaf het kampvuur. Als we gaan slapen lijkt het alsof we een paar slippers missen, morgen nog eens goed kijken. Het verlies blijkt groter, als we de volgende ochtend naar buiten willen staat ons trapje verderop, gelukkig van te voren gezien anders zou je je nek nog breken. Een van de slippers vinden we terug, aan stukken gebeten, net als blijkt later 2 van onze zwembroeken. Leuk zo’n verblijf in de natuur.


Donderdag 11 november

Vandaag blijkt de sterfdag van Arafat te zijn, hadden we het geweten hadden we twee dagen later naar Ramallah gegaan. Nu maken we de scenic route af en bezoeken we Bet Shean, een opgraving waaruit blijkt dat hier in de loop der tijd wel twintig steden over elkaar heen zijn gebouwd.
 
 
Dan rijden we opnieuw naar een gebied met warme bronnen dat zich bevindt op zeer korte afstand van Jordanie, dezelfde plek waar we 3,5 week geleden aan de andere kant stonden aan de voet van de Golanhoogte. Er is een aardige dierentuin bij met vooral veel soorten krokodillen, kaimannen en aligators. Het zwemmen hier is een commerciele gebeurtenis met een spa-hotel en alles dat daar bij hoort. Het water dat het eerste bad vult is behoorlijk zwavelhoudend en is 42 graden, daarin is het net zo lastig afdalen als in een zwembad met water van 15 graden. Dan naar het grote bad met allerlei verschillendende stralen water waar je als manke accuut weer van gaat lopen, Jezus is er niks bij. Opvallend is dat er hier kennelijk veel mensen in geloven want het aantal invaliden is enorm. Geheel genezen van al onze kwalen rijden we de Golanhoogte op, geen controles. Het gebied is gewoon volledig ingelijfd en maakt in hun beleving deel uit van Israel.

Als we afdalen naar het meer van Galilea dan kom je langs allerlei plaatsen die in het leven van Jezus een rol speelden, waar hij de bergrede hield, waar de vissen en het brood werden vermenigvuldigd , waar hij een blinde genas en waar hij over het water naar de vissersboot liep. Van veel van deze plaatsen wordt de exacte locatie betwist en dat leidt dan weer tot een plek waar de orthodoxen geloven dat iets gebeurd zou zijn etc etc. Wel een hoop extra toeristische attracties, dat wel.. We sluiten de dag af met een bezoek aan een olijvenperserij en de bekende Golan Heights Winery waar we een rondleiding en proeverij hebben en op het terrein mogen overnachten. De winery is een cooperatie van 8 kiboetsen die verspreid over de Golan de wijngaarden bezitten.
 
 
De volgende dag zetten we onze tocht over de Hoogvlakte voort, we zien net als gisteren hele delen die nog bezaaid liggen met landmijnen, ook loopgraven oud oorlogsmaterieel en oorlogsmonumenten vind je overal langs de wegen. We rijden zo oostelijk mogelijk langs de UNDOF (VN) zone, hier communiceren de achtergebleven Syriers (meest Druzen) met hun familieleden aan de Syrische kant over het hoofd van de VN heen. Aan de voet van de berg Hermon moet je miltaire toestemming hebben om de grenslijn met Libanon te volgen, een van de onrustigste grenslijnen waar Libanese rebellen regelmatig projectielen op Israel afvuren en waar onlangs het zogenaamde bomenincident heeft plaatsgevonden. Op de Hermon is een nieuw skicentrum gevestigd en daarmee is dat de zoveelste bevestiging dat de Golan door Israel nooit in wat voor onderhandelingen dan ook zal worden ingebracht. Het wordt als 100% Israel beschouwd en zo wordt het ook ingericht. Via de Nimrod burcht en een van de drie bronnen van de Jordaan dalen we de hoogvlakte af en bezoeken het Tel Dan nationaal park. Mooie natuur langs de Dan die wel volop water bevat in tegenstelling tot de twee andere bronnen van de Jordaan. Langs de Jordaan zakken we af naar het meer van Tiberias (Galilea) om daar op het strand te overnachten.
 
 
Daarbij steken we voor de tweede keer de Jordaan over op de plek waar de oude route van Cairo naar Damascus ligt en waarlangs tussen de begroeing nog veel oude voorzieningen uit die tijd zijn terug te vinden, pas op voor mijnen op diverse plekken. Als we op het strand staan zien we ’s avonds naar in mijn ogen wel heel uitgenaste vorm van toerisme. Nagebouwde vissersboten volgens het model van toen, worden tegen de schemering volgeladen met Amerikaanse toeristen voor een tochtje over het meer. Al Halleluja handjeklap zingend varen ze over het meer. Ik zit eigenlijk te wachten op een flinke wind en dan eens zien of dit schijnheilige gedoe helpt om ze net als de vissers van toen op hun gemak te laten stellen door een nep Jezus die over het water naar de boot komt lopen. Het wachten wordt niet beloond..............of het zouden de hyena’s moeten zijn die aan het meer komen drinken die de beloning vormen. Het wonder van Jezus die over het water naar die boot kwam lopen kan hier door ongelovigen simpel worden verklaard, als je honderd meter het water in loopt sta je nog steed maar tot je knieen in het water, zo vlak is de oever. Zelf hebben we natuurlijk wel even gezwommen in het meer, waar overigens veel watertoerisme langs is en waar ook anderen ’s nachts op het strand overnachten.


Zaterdag 13 november

Via Kafr Kana (Kanaan, de plek waar Jezus water in wijn veranderde voor de bruiloft met 5000 gasten) rijden we naar Nazareth. Op de plek waar Jozef woonde en aan Maria de geboorte van jezus werd aangekondigd door de engel Gabriel(wist zij veel dat ze zwanger was), is een gigantische pelgrimskerk verrezen, de Verkondigingskerk. Ook tijdens ons bezoek zijn er verschillende diensten aan de gang met pelgrims van over de hele wereld. Net als in Jaruzalem zijn er ook weer kerkgenootschappen die op andere vlakbij gelegen plaatsen, kerken hebben gebouwd en die plek als DE plek beschouwen. Het maakt eea er niet geloofwaardiger op. Wat we wel geloven is dat Nazareth ook bekend is vanwege zijn gebak, heerlijk!! Het was even lastig stoppen bij een van de in gebak gespecialiseerde winkels maar het loont de moeite. Via de vallei waarvan God zie dat wie zou zaaien ook zou oogsten rijden we een stukje naar het noorden, net als Nazareth overigens, merendeel bevolkt door Arabieren, zowel Moslim als Christelijk. Feitelijk wonen in dit deel van Israel, wat toch geen bezet of veroverd gebied is, vrijwel geen Joden. Opnieuw komen we in een streek waar veel Druzen wonen, deze keer lukt het wel om een van hun heiligdommen te bezoeken, een tombe van een van hun profeten. De dorpjes staan nog in de diverse reisgidsen als klein en niet toeristisch, helaas is die tijd geweest, het zijn behoorlijke steden geworden.
 
 
Dan richting Middellandse zee waar we Akko willen bezoeken, daar is het echter zo druk dat de politie het toestromende verkeer weer de stad uit stuurt. We hadden graag de beroemde burcht die Napoleon met 30.000 man niet kon innemen bezocht. We rijden door naar Haifa waar we de Duitse kolonie bezoeken en de heilige tuin van de Bahai, we overnachten op de Karmel berg.
 
 
Als we de volgende ochtend met pijn en moeite kunnen parkeren om het scheepvaart- en immigratiemuseum te bezoeken heb ik het ineens helemaal gehad met Israel en alles wat daar met hun zogenaamde eigen veiligheid te maken heeft. Van Angelien moeten ze om het museum te betreden het paspoort zien, Loek mag zo naar binnen en wij moeten eerst uitleg geven over alle stempels in ons paspoort, vervolgens moet de inhoud van de damestassen grondig worden onderzocht en dat allemaal door een jongetje van 19 jaar zonder legitimatie. Ben ik hier bij een museum? Als ik het had willen vernietigen had dat makkelijk gekund tijdens het loopje erheen, je loopt er namelijk bovenlangs, als ik de militaire groep die het museum wil bezoeken had willen opblazen dan had ik dat bij de wandeling van de trap naar de ingang wel kunnen doen, we liepen er midden tussen in. Ik gris de paspoorten uit het baasje zijn handen en besluit te vertrekken, hij vreet zijn museum maar op. Dat van die paspoorten is overigens een fenomeen waar we morgen opnieuw tegenaan zullen lopen, ze worden voortdurend gegijzeld totdat men de gewenste procedure heeft doorlopen. We hebben zelfs meegemaakt dat ze door een beambte uit onze auto zijn gepakt en we ze niet eerder terug kregen dan dat hun veiligheids check afgerond was. Ik wil weg uit dit land, waar je je slechts bij uitzondering gewenst voelt. Ik kies de autobaan naar het zuiden en wil naar Eilat om morgen het land te kunnen verlaten. Als we onderweg een in 1880 door Roemenen gestichte nederzetting passeren, laat ik me overhalen om deze te bezoeken. Het blijkt een bij de internationale toerist onontdekte locatie die geliefd is bij locals. Een gezellig dorp met als grootste verrassing een rijke historie met ondere andere Rotschild, die hier in 1882 een winery begon welke nu de grootste van Israel is met een productie van 15 miljoen flessen. Het stichten van dit bedrijf was enkele jaren na de aankoop van de wijnchateaux van Mouton en Lafitte. In de jaren 50 heeft de familie het bedrijf kado gedaan aan de toen 200 medewerkers. We krijgen er een kleine rondleiding en een proeverij van een aantal zeer verrassende wijnen, het maakt de dag weer beetje goed.
 
 
Na de lunch rijden we door tot op de campground ten zuiden van Jeruzalem omdat we de volgende ochtend Bethlehem willen bezoeken. Als we aankomen blijken bulldozer en vrachtwagens bezig de camping met de grond gelijk te maken, volslagen belachelijk, eea was recent en netjes. Er zal wel een militair belang achter zitten, hier vlakbij moet een van de omstreden muren verrijzen. In het achterliggende bos zien we een hele rij piketpalen. We maken een kampvuur waarop we heerlijk bbquen en overnachten op wat nu nog resteert en morgen waarschijnlijk totaal verdwenen.
 
In de ochtend bezoeken we de grot van Roseq, een kleine maar prachtige druipsteen grot met vele verschillende formaties.
 
 
Dan naar de grens van de Palestijnse regio waarbinnen Bethlehem ligt, we komen echter niet zo ver want we komen de West-Bank (waarbinnen alle Palestijnse regio’s behalve Gaza zijn gevestigd) niet eens op. Opnieuw worden de paspoorten gegijzeld en we krijgen ze niet eerder terug dan dat we zijn omgedraaid. De uitleg dat de West-Bank volgens de Israelische wet verboden is voor campers is natuurlijk een lachertje maar deze zwaarbewapende en onbeschofte teenagers houden voet bij stuk, we komen er niet door. We weten wel beter natuurlijk, we waren voor we naar Galilea en de Golan gingen toch 5 dagen lang verschillende malen op de West-Bank. Opnieuw willekeur toegepast door teenagers die niet op hun taak zijn berekend en de regels verzinnen waar je bij staat. Israel maakt uiterst slechte reclame voor zichzelf op deze manier, in de middag wordt het er al niet beter op, we rijden door de Negev en we kunnen geen verwijzing vinden naar bepaalde opgravingen waaronder een Unesco world heritage site, alles blijkt veranderd in een groot militair oefenterrein. Zo heb je een opgraving, zo betrek je Unesco er bij en als de wind even anders waait dan maken we er een oefenterrein van. Zo raak ik er ook steeds meer van overtuigd dat stichten van nationale parkjes, dierentuinen en overdreven aandacht voor totaal oninteressante opgravinkjes, in feite niks anders is dan een tweede vorm van nederzettingen beleid. Je vindt deze vorm namlijk vooral in de bezette en omstreden gebieden en langs de grenzen. In het niet omstreden deel van Israel vindt je ze veel minder of niet. We eindigen de dag bij de Negev spa waar we lekker zwemmen en overnachten. Als gebruikelijk sms ik de plek waar we zijn aan de anderen, als we echter twee uur later uit de spa komen blijkt het versturen mislukt, ook bellen lukt niet naar hun telefoons, naar andere telefoons wel. Het lijkt er dus op dat ze zijn geblokkeerd, als ik ze probeer te bereiken met de satelliettelefoon lukt dat ineens wel en prompt vliegen de door hun aan ons gestuurde smssen en andersom in en uit. Zij blijken wel in Bethlehem te zijn geweest en misschien zijn ze “tijdelijk” geblokkeerd geweest voor internationaal telefoon verkeer. Waarschijnlijk staat Thuraya niet op die lijst want een satelliettelefoon heeft geen landcode. Waarom dan direct daarna de blokkade is opgeheven blijft me nog onduidelijk. Hoe politiek overigens invloed heeft op het vrije verkeer van mensen, de Thuraya satelliet kent de positie van alle aangesloten telefoons, zo verschijnt op het display keurig bijvoorbeeld Thuraya Nederland of als je in Jordanie bent Thuraya Jordan. Kom je in Israel dan verschijnt er Thuraya Thuraya, je kan niet verwachten dat een Saoedische maatschappij Israel in je display laat verschijnen. Raar eigenlijk want Thuraya is eigendom van Boeing, Amerikaans dus en bij werkelijke conflicten staan Saoudi Arabie en Amerika toch weer aan dezelfde kant. Als je met de Thuraya satelliettelefoon de Westbank op gaat dan verschijnt er Thuraya Palestine, je kunt er dan ook ineens weer mee internetten wat in Israel niet wil lukken. Zo grijpt dus politiek in in spullen die je gewoon dagelijks denkt te kunnen gebruiken.
 

In de avond hebben we nog een leuk en leerzaam gesprek met een Rus die is geboren in Riga en in 1990 naar Israel is gekomen. Voorwaarde was natuurlijk wel een Joodse moeder of vader. Zijn moeder was een Joodse uit Oekraine dus voor hem geen probleem om te emigreren, zijn zus daarentegen werd geweigerd, zelfde moeder toch??  Ja dat wel maar geboren in Azerbeidjan. Toen ze een aantal jaren later als toerist op visite kwam en zich in Israel zelf meldde voor immigratie was er ineens geen enkel probleem. Hoezo willekeur??

We rijden naar Eilat waar we willen genieten van Koraal en de Rode zee.
 
Donderdag 18 november

Afgelopen dinsdag arriveerden we in Eilat (zie deel 9) om ons voor te bereiden op de grensovergang naar Egypte en om eens even lekker aan het strand te bivakkeren. Op onze camping werden we al direkt benaderd door een lid van de Israelische Unimogclub, uiteraard ging de belangstelling uit naar onze auto’s. Al pratend kwamen we op de voorgenomen grenspassage en besloten we om samen met hem eens naar de grens te rijden om onder andere een vertaling in het Engels te laten maken van de autopapieren, dit zou kunnen gebeuren door het op het grensterrein gevestigde kantoor van de Israelische automobielclub. De hele grens bleek gesloten vanwege een Islamitische feestdag en pas weer de volgende dag te openen, 1 ding werd echter direkt duidelijk, met een 4x4 zou het onmogelijk zijn deze grens te passeren, Egypte zou dat niet toestaan. Deze info hadden we al voor vertrek maar hierop zou een uitzondering mogelijk zijn als je 35 dagen van te voren een speciale permit aanvraagt bij de Egyptische customs. ! van ons had dat  gedaan, wij niet. We hebben nog een leuk gesprek met onze Unimog man en spreken af dat in geval van echte problemen we hem kunnen contacten om onze auto’s alsnog via een Israelische haven te verschepen naar Europa. Omdat we nog visa moeten regelen besluiten we ons “probleem” maar eens voor te gaan leggen aan de Egyptische consul hier ter plekke, jammer, wegens dezelfde Islamitische feestdag niet 1 maar 2 dagen gesloten. Dat wordt kritisch want donderdag zijn ze dan open en vervolgens is dan vrijdag en zaterdag hun weekend. We beginnen dus te fantaseren over alternatieven. Omdat de grens zelf vandaag wel open is wandel ik er heen om te kijken of ik meer info kan verzamelen. Nou die info van Israelische zijde is klip en klaar, met een 4x4 komt u er niet overheen. We besluiten de rest van de dag te besteden aan zwemmen en snorkelen en morgen naar het consulaat te gaan. Ook gedurende de dag spreken we nog verschillende mensen die allemaal bevestigen dat het niet zal lukken. Als we de volgende morgen bij het consulaat komen en onze vraag voorleggen krijgen we een telefoonnuummer van de Egytische customs dat we kunnen bellen als er aan de Israelische zijde problemen zouden zijn.Onze visa worden in no time geregeld en we wagen het er maar op. Bij de grens zijn we zonder verdere vragen of controle Israel uit gekomen, ook de vertaling laten we zitten, volgens mij is het niks anders dan Israelische infovergaring van welke auto’s de grens passeren. Aan de Egyptische zijde worden we allerhartelijkst onthaalt en bij het inklaren van de auto’s en het afgeven van het Egyptische kenteken wordt verschillende malen de vraag gesteld of het een 4x4 betreft. Ja is het antwoord, dit wordt alemaal keurig aangetekend en op het kenteken vermeld, maar nooit wordt enig bezwaar gemaakt.

Met onze Unimog man hadden we ook een gesprek over hoe in Israel met individuele camperaars wordt omgegaan en hoe soms je paspoort wordt gegijzeld, er tegen je wordt gelogen en hoe je wordt geintimideerd door 19 jarige meisjes en jongens met een grote gun. Het probleem was hem bekend en ik spreek met hem af dat ik een brief zal schrijven naar de Israelische ambassade in Nederland waarvan ik hem een kopie zal toesturen. Als ik hem na onze probleemloze overgang bel dat alles goed is verlopen heeft hij al een vergadering belegd met het ministerie van toerisme en het ministerie van transport om een en ander voor te bespreken. Ik ben benieuwd wat hier uit gaat komen en of dit eens serieus aangepakt gaat worden, blijft de vraag; wie of wat is deze man, wordt vervolgd.
 
Egypte

Onze passage verliep dus probleemloos en alle overlander verhalen ten spijt, ook zonder steekpenningen aan Egyptische zijde, alle tarieven stonden keurig aangegeven van te voren en voor alles werd keurig gekwiteerd. Vlot ging het ook nog, dus wat wil je nog meer. Dat zal ik jullie dan meteen vertellen, ik had gewild dat niet 1 van onze auto’s niet over het juiste Carnet de Passage beschikte. De Adac heeft ondanks dat het juiste bedrag door deze deelnemer is betaald het verkeerde carnet afgegeven, het type dat onderandere Egypte uitsluit. Daar sta je dan met je goede gedrag, opgesloten tussen 2 landen, heb je niet eens een 4x4.............
 

Wij rijden de Sinai binnen en besluiten te overnachten vlak bij Taba, de grens, om zo af te wachten hoe eea opgelost gaat worden. De betreffende auto blijft op het douanterrein achter en de eigenaar gaat naar Nuweiba waar eea in orde gemaakt zou kunnen worden. Dat blijkt meer dan 24 uur te kosten maar het is naar we vernomen hebben wel gelukt en men rijdt weer. Wij zijn in tussentijd de Sinai aan het verkennen en bezoeken oa het Catharina klooster. De rit er heen is een groot schilderij, het klooster zelf een teleurstelling.
 
 
We vervolgen onze rit en besluiten deze helemaal in de zuidpunt van de Sinai in het nationale park Ras Muhammed waar we ’s avonds op het strand een op houtvuur bereide eenvoudige maaltijd krijgen, compleet met kaarslicht. In de ochtend gaan de dames snorkelen in de Rode zee, de laatste snorkeloefening deze reis, ik wil graag naar de Witte woestijn en een paar piramides bezoeken alvorens we volgende week terugvaren naar Europa. Nu kijken of we de rest weer ergens kunnen oppikken want we zitten toch een paar honderd km uit elkaar.
 

Het samen verder reizen gaat er vandaag niet meer van komen, we liggen te ver uit elkaar en we kunnen onmogelijk een plek vinden om te overnachten in de buurt van Suez, als je maar stopt komt gelijk politie of militair om je verder te sturen. Met invallende schemer besluiten we om toch maar het kanaal over te steken (tunnel) en aan de andere kant wat te zoeken. Zo rijden we in het donker Suez binnen, een grote stad met veel industrie. Onze Garmin weet gelukkig aardig de route door  de stad te vinden want als je daar ook nog aandacht aan zou moeten geven, wordt het wel erg lastig. Nog geen 25% van de voertuigen bechikt over of heeft licht aan. Alles wat wel licht aan heeft, heeft dit op grootlicht staan om de voertuigen zonder licht te kunnen waarnemen, daarmee jou als tegenligger verblindend zodat je toch weer vrijwel niks ziet, ieder voor zich dus. Na me eerst te hebben ingehouden, besluit ik ook maar de hele batterij licht aan te doen, de enige manier om niks te raken vrees ik. Als we de stad uit zijn vinden we, toch nog bijna 100 km zuidelijker, een plek voor een supermarkt, niet ideaal, de eerste echte noodplek gedurende deze reis die nu meer dan 100 dagen onderweg is. We krijgen bericht dat de rest toch liever in het noorden blijft, wij zijn op weg naar het zuiden.

Zondag 21 november

Het begint er naar uit te zien dat we Egypte dus in ons eentje gaan verkennen, meer zal het niet worden want we hebben uiteindelijk maar tien dagen en Egypte is een gigantisch groot land waar bovendien dingen ook nog zo hun tijd nemen. In de ochtend bezoeken we eerst het St Anthony klooster, een Koptisch bolwerk. Het is er een levendige boel met veel pelgrims in dit naar men zegt eerste klooster ter wereld. Er is een mummie en een sarcofaag waar de pelgrims in huilen uitbarsten en in drommen staan te wachten tot ze eea met de handen kunnen aanraken. Het klooster zelf is prachtig gelegen, gebouwd en onderhouden, een bezoek heel wat meer waard dan het toeristische Catherina klooster.
 
 
Op weg naar het klooster rijden we dus de westzijde van de Golf van Suez, daar staan resorts voor meer dan een miljoen mensen te wachten tot ze nooit meer zullen worden afgeboouwd. Meer dan 150 km kust en achterliggend landschap volledig naar de kloten geholpen, dit gaat nooit meer goedkomen, al deze resorts in aanbouw zullen uiteindelijk gewoon afgebroken moeten worden, maar wie dat moet gaan doen? We hadden al meerdere malen gehoord dat Egypte zo smerig zou zijn, zeg maar een goede voorbereiding voor overlanders die naar India gaan. Tot nu toe zaten we in de woestijn en daar heb je er geen last van, in Suez was het donker en dan valt het wel mee, als we vandaag de Nijl oversteken en daarmee in intens bewerkt en bewoond gebied komen dan wordt in volle omvang duidelijk hoe smerig het is. Men eet, zit, loopt er werkt overal gewoon bovenop een laag vuil, het West-Afrika waar we afgelopen jaar waren is ook niet echt schoon, maar verdiend hiermee vergeleken absoluut een prijs voor opgeruimd, netjes en schoon. Wat een ongelooflijk vieze vuile ter....zooi. Doe er nog wat menselijke uitwerpselen bovenop en je bent in India, vandaar dat dat ook de plek is die bij mij op de allerlaatste plaats staat om te bezoeken, liever niet eigenlijk.
 
We zien twee behoorlijk geerodeerde piramides van zandsteen. Als we rond 15.00 bij de piramide van Meidoum aankomen kan deze al niet meer bezocht worden, we worden tegengehouden door een leger militairen, die ons uitleggen dat we morgen om 8.00 uur van harte welkom zijn. Als we vragen of we bij de ingang mogen overnachten worden we verwezen naar een camping waar we eeerder al langs gereden zijn, 1 km terug. Nou ja camping, het is er een verlopen boel, alles is stuk en de strond komt zo over de vloer van het toiletgebouw naar buiten lopen. Uit beleefdheid drinken we een colaatje van de bar, zonder glas wel te verstaan. Als we om een uur of 8 zitten te eten komt de grote chef van de camping ons vertellen dat we hier niet kunnen overnachten, veel te gevaarlijk. Als ik hem duidelijk maak dat ik toch echt niet meer ga rijden, wordt er een militair ingehuurd die ons gedurende de nacht bewaakt en ook de barman krijgt verlenging van zijn dienst, hij moet ook de hele nacht blijven ipv naar huis. Als we ons op de afgesproken tijd aan de poort van de piramide melden duurt het nog een half uur voor dat het bezoek kan beginnen. Deze niet toerischtische piramide wordt bewaakt door wel 30 man.
 
 
Meerdere malen wordt onze nationaliteit gevraagd, waar we vandaan komen en waar we naar toe gaan. Als we na het bezoek willen vertrekken staat men er op ons te escorteren, het zou hier zo gevaarlijk zijn dat men ons niet alleen wil laten gaan. 5 militairen voorop en 6 erachter, wij met 1 auto er tussenin. Na 10 kilometer is de escorte ineens afgelopen en mogen we alleen verder langs een kanaal richting het piramideveld van Darshour. Om er te komen blijkt een hele kluif, geen enkel bordje verwijst naar de piramides. Als het uiteindelijk lukt om het juiste pad te vinden door een smerig dorp, komen we bij de ingang. De doorgaande weg loopt door het piramide veld en als we die willen vervolgen blijkt die om militaire reden te zijn afgesloten, daarmee is de door ons gevonden achteringang dus tegenwoordig toch de hoofdingang, we zien later ook alle bussen door deze ingang komen. Het betekent dat we terug moeten naar de Nijl en dat wilden we nu juist niet. Zo worden we min of meer gedwongen om tot aan Cairo langs de rivier te rijden. We kijken onze ogen uit zo ongelooflijk smerig als het overal is. In Cairo weten we een camping maar die blijkt door allelei wegafsluitingen moeilijk te bereiken. We moeten eerst kilometers de verkeerde kant op en dan later omdraaien. Aan de andere kant staat het echter muurvast en ook een brand in een tunnel op de ringweg zorgt er voor dat we aan ons ritje naar de witte woestijn beginnen, 1400km. De eerste oase ligt op 350 km en dat gaan we niet meer halen voor het donker, we overnachten bij een ambulance post halverwege.
 
 
Visje??
 

Dinsdag 23 november

We bereiken de eerste oase en doen er wat boodschappen, dan door de zwarte woestijn waar we omwille van de tijd vandaag alleen snel doorheen rijden. Aangekomen in de witte woestijn maken we een klein 4x4 ritje naar het eerste gekleurde pilarenveld, prachtig. Dan door naar de tweede oase waar we een leuke plek achter een hotel vinden aan een warme bron. We eten op het terras van het sfeervol aangelegde hotel dat bestaat uit aan elkaar geregen kleine huisjes. De volgende ochtend nemen we al vroeg een duik in de warme bron die zwaar ijzerhoudend is. Omdat we al lang geen water hebben ingenomen, laatste keer was halverwege Israel, gebruiken we onze pomp om de tank te vullen, thuis maar leegpompen om te voorkomen dat er zich roestvlokken vormen met dit ijzerhoudende water.

Terug naar de witte woestijn waar we ondanks dat we maar met 1 auto zijn toch besluiten tot een 4x4 ritje. Nou ben ik soms net een mens, dus ook lui genoeg om mijn banden niet af te laten, voor 30 km is het me teveel moeite. De witte krijtformaties zijn echt mooi maar beslaan maar een klein deel, dat valt eigenlijk een beetje tegen. Het niet aflaten van de banden komt me nog bijna duur te staan, plotseling wordt het zanderig en met harde banden slaan de achterwwielen al snel door. Gelukkig dat we permanente 4wd hebben anders was het nu scheppen geblazen. Er volgt een lastige passage over scherpe rotsen en dan opnieuw zand. Volhardend in mijn luiheid steek ik de rotspartij over en met alle sperren ingeschakeld lukt het net om in de kilometer zand niet vast te raken. Het drukt me weer eens met de neus op de feiten die ik anderen altijd voorhoud; ga nooit alleen een woestijnrit maken en tref de benodigde voorbereidingen, goed zo Jeroentje, nou ook nog zelf doen!!  Als we weer op het gebaande pad aankomen rijden we naar de kristalberg, daar is weinig van over, overal is van hier geroofd kristal te koop, voorzover toeristen het niet zelf geroofd hebben. Alleen bij volle maan zie je hier nog her en der de kristalglittering. Via de zwarte woestijn, waar we deze keer een stop maken om te lunchen en een wandelingetje maken, keren we terug naar de eerste oase waar we ons nestelen op een camping met (leeg bleek na aankomst) zwembad en een warme bron. In de bron kan wel gezwommen worden maar om een of andere reden komt het er niet van. Het einde nadert en dan wordt je langzaamaan in beslag genomen door andere dingen, zo werkt dat nou eenmaal.
 

Donderdag 25 november

We spreken met de rest af elkaar weer te ontmoeten ten zuiden van Alexandrie waar zich een aantal kloosters bevinden, vlak erbij komen we elkaar al tegen en we overnachten bij het Abu Bashoi klooster waar we de volgende ochtend een zeer uitgebreide rondleiding krijgen. De monnik die ons alles laat zien en vele normaal gesloten deuren opent, maakt er een inspirerende excursie van met zo nu en dan best prikkelende vragen en statements. Na het nuttigen van een gratis ontbijt, een soort dikke bonensoep met brood, gaan we op zoek naar een van de weinige Egyptische wijnbedrijven. Als we er aankomen is het inmiddels 13.30 en het bedrijf is zich aan het opmaken voor het weekend. Ik had er geen rekening mee gehouden dat het wijnbedrijf het islamitische weekend zou hanteren. Het verbaasde me dat alle werknemers moslim waren, je kan namelijk vrijwel nergens in Egypte wijn kopen en drinken doen ze het al helemaal niet dus mijn gedachte was dat de winery wel in handen zou zijn en gedreven zou worden door een christelijke groepering. Hoezeer een van de medewerkers zijn best ook deed om van het mangement toestemming te krijgen het bedrijf te bezoeken en hun wijnen te proeven, het antwoord was en bleef nee. Dan maar op weg naar Abu Mina, het grote Koptische kloostercomplex vlak onder Alexandrie dat we eigenlijk liever morgen hadden willen bezoeken, delaatste dagen moeten toch om, niet waar? Bij aankomst kost het heel wat overtuigingskracht om toestemming te verkrijgen om op de parkeerplaats te overnachten, het lukt uiteindelijk wel. Als we de volgende morgen het klooster bezoeken is het zo mistig dat we van de buitenkant weinig te zien krijgen, wat duidelijk is, is dat er van het oude klooster weinig meer over is en dat alles nieuw is en er ook nog volop wordt gebouwd. Na het bezoek rijden we naar de binnenstad van Alexandrie om een parkeerplaats te zoeken bij de haven waar we morgen inschepen. We staan letterlijk voor de poort op een afgeschermd stukje, erg druk maar wel ok. Hier zit ik nu dit laatste stukje verslag te schrijven terwijl de rest nog wat bezienswaardigheden aan het scoren is en/of boodschappen doet. Ik hoef niet meer zo nodig, de voorbijkomende bevolking, de auto’s, de tram en paard en wagens, ik vermaak me er wel mee. Het verkeer gaat in een staad met 7 miljoen inwoners gedurende de nacht wel door maar de herrie valt mee. Zondag de 28e krijgen we al snel bezoek van een stuk of 10 4x4’s die allemaal een paar weken zijn wezen zandhappen, mooie dikke verhalen natuurlijk, daar komt de tijd tot 14.00 uur als we het haventerrrein opmogen wel mee om. De procedure tussen eerste hek en uiteindelijk het oprijden van de boot neemt 5 uur in beslag, voor in totaal 18 auto’s!! Wat moet het worden als deze boot, die nu pas een half jaar vaart, meer bekendheid krijgt en vol komt met enkele honderden auto’s? De boot zelf is splinternieuw, eenvoudig van opzet maar toch met prima voorzieningen.
 
Zondag 28 november, de terugreis

Op de boot ontmoeten we veel mensen met heel wat reiservaring, het is dan ook een groot uitwisselingscircus, zowel technisch als mbt bestemmingen en praktische zaken. Als we na 2 dagen 3 nachten in Venetie aankomen, besluiten we geen bezoek aan de stad te brengen. Het is 4 graden, het stormt en regent, niet echt een sfeertje wat je je bij Venetie voorstelt. Als we 50 kilometer westwaarts rijden begint het te sneeuwen en dat blijft de hele 700 kilometer huiswaarts zo. Maandagavond vieren we de goede afloop van de reis met een bbq in de sneeuw bij min 14 graden, de goede verstaanders hebben het gelijk door natuurlijk; we zijn thuis!!



Samenvatting:

Voor deze reis zijn de van te voren te regelen documenten:


Internationaal rijbewijs (ANWB) voor alle landen.

Carnet de passage (ADAC) (alleen noodzakelijk voor Egypte, handig voor Syrie en Jordanie)

Visa alle aan de grens te regelen

Verzekering voor de camper (Alessie) voor Armenie, Georgie en Egypte


Hier een korte samenvatting per bezocht land.

Onze reisroute verliep via Oost-Europa (Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Roemenië en Bulgarije geheel overland naar het eerste echt te bezoeken land; Turkije. Als bijzonderheid misschien nog vermeldenswaard dat we ditmaal in het noordoosten van Bulgarije de Donau zijn overgestoken per pont en niet  zoals meer gebruikelijk bij de drukke overgang Ruse, ten zuiden van Boekarest (RO).


Turkije

Tijdens deze reis bezochten we slechts niet toeristische delen van Turkije, te weten het noorden en het uiterste oosten. Landschappelijk is het oosten veel aantrekkelijker dan het noorden dat van mij het predicaat saai zou verdienen. De wegen zijn overal ok of worden over grote afstand onder handen genomen. Wat opvalt is dat overal in Turkije gebouwd en geconstrueerd wordt, op zich te prijzen maar het maakt het beeld ook wel onrustig. Een dag zonder betonfabrieken, bouwstof, graafmachines en walsen is ook wel even prettig. Brandstof is er duur en de zgn KGS pas om de tol van snelwegen te betalen is een overbodig ding, wij hebben hem niet gebruikt, zijn de Bosporus overgestoken per pont en de snelweg tussen Istanbul en Ankara hebben we vermeden. De meeste andere doorgaande wegen zijn uitermate breed en zeer rustig. Bewegwijzering is redelijk tot goed, ook naar de bezienswaardigheden.  Campings zijn er een paar aan de zwarte zeekust, meestal stonden we “wild” wat overal in Turkije prima gaat, zowel in de natuur als in steden/dorpen. De dagelijkse boodschappen zullen nooit een probleem opleveren. Het aantal bezienswaardigheden in het noorden valt wat tegen, duidelijk minder dan het toeristische zuiden. Een lans zou ik willen breken voor de Koerdische regio in het zuidoosten. Ondanks de aanwezigheid van veel Turkse legereenheden maakt deze streek toch een zeer ontspannen en gastvrije indruk.


Georgië

Een land dat ondanks de recente oorlog een zeer snelle ontwikkeling doormaakt. Als Nederlander ben je duidelijk in het voordeel, iedereen is vol van de Georgische first lady Sandra Roeloffs. Echte campings zijn er vrijwel niet, de wegen worden in snel tempo aangepakt, toch kom je soms op langere slechte stukken die veel tijd nemen. Het verkeer is redelijk intensief door het beperkte aantal goede doorgaande wegen. Vrij staan is goed mogelijk, je wordt overal hartelijk ontvangen. Bewegwijzering met name naar bezienswaardigheden is een probleem, hiervoor moet van te voren goede info ingewonnen worden, ook beschikbare reisgidsen als Lonely Planet en dergelijke voldoen hierin slecht. Landschappelijk is Georgië zeer gevarieerd net als de bezienswaardigheden. Om naar Georgië te reizen zijn geen speciale documenten nodig, een wazige situatie is ontstaan mbt de verzekering van de auto/camper. De verplichte aan de grens af te sluiten verzekering bestaat niet meer en het land staat ook niet op de groene kaart, beter dus in Nederland een verzekering regelen die Georgië en/of Armenië (zelfde situatie) dekt.


Armenië

De wegen in Armenië zijn grotendeels slecht, de bewegwijzering is er matig. Brandstof prijs ligt net als in Georgië zo’n 20 a 30 % onder de West-Europese prijzen. Landschappelijk is het een zeer aantrekkelijk en gevarieerd land, de bezienswaardigheden zijn echter toch grotendeels beperkt tot kerken en kloosters. Armeense wijnen vallen tegen, de cognac is echter geweldig (Ararat). Campings heeft het land niet maar overnachten op parkeerplaatsen bij kloosters is een prima alternatief. De beschikbare reisgidsen schieten net als in Georgië duidelijk te kort in accuraatheid, zelfs de in 2010 uitgebrachte Dominicus staat vol met achterhaalde of foutieve info. Armeniërs zijn gastvrij maar halen het toch niet bij de Koerden of Georgiërs, bovendien zijn ze nog steeds erg bezig met hun slachtofferrol. Het gehele land maakt een wat verkommerde indruk en lijkt echte politieke richting te missen waardoor het ontbreekt aan buitenlandse investeringen. 2/3 van de inkomsten is afkomstig van in het buitenland wonende diaspora, geen prettig vooruitzicht voor de nabije toekomst.


Nagorno Karabagh

Wie even aan deze niet erkende republiek wil snuffelen moet zich wel realiseren dat geen enkele verzekering hier geldt en dat er ook geen diplomatie aanwezig is. Mocht u dus daar iets overkomen dan bent u echt op uzelf aangewezen. Toch maakt een bezoek aan deze staat veel duidelijk over de politieke situatie in de regio, ook met betrekking tot Armenië, Azerbeidzjan en Turkije.


Syrie

Een groot maar landschappelijk grotendeels saai land. De wegen en bewegwijzering (Engels) zijn er over het algemeen prima, het verkeer in de steden, waar nogal eens over geschreven wordt, valt best mee. Het lijkt allemaal kriskras door elkaar te vliegen maar als je er een dagje tussen zit dan zie je dat iedereen toch ontzettend rekening houdt met elkaar, wat zelfs het rijden in grote steden best te doen maakt. Het land heeft vele schitterende bezienswaardigheden en zowaar een redelijk aantal campings. De brandstof is er goedkoop, daarentegen betaal je 100 dollar per week aan diesel tax. Normaliter haal je dat er makkelijk uit met een literprijs van rond de 35 cent. Tijdens onze reis was diesel vrijwel overal verkrijgbaar, dat wil nog wel eens anders zijn. Nederlanders hoeven voor een bezoek aan Syrië niet te beschikken over speciale documenten, zorg er voor dat u geen sporen draagt van een eerder bezoek aan Israël, dat zal toegang tot Syrië absoluut blokkeren. Waar het land zich voor moet schamen is de grote hoeveelheid zwerfvuil en het absolute gebrek aan initiatief hier iets aan te gaan doen. Aan de grens zijn heel wat zaken te regelen, visum, verzekering, tijdelijke invoer auto etc. Dat lijkt een heel gedoe maar iedereen werkt flink door en alles wordt vlot geregeld.


Jordanië

De positieve verrassing van de reis, geweldige landschappen worden afgewisseld door prachtige bezienswaardigheden. De door het koningshuis ingezette politiek van verzoening met alle omliggende landen werpt duidelijk zijn vruchten af en het land is duidelijk op weg een stuk welvarender te worden dan zijn noordelijke buurman Syrië. We zien hier het begin van vuilophaal diensten en dat maakt net als de meestal wel totaal afgebouwde en afgewerkte huizen direct een andere indruk. De gastvrijheid is ongekend en staan kan je eigenlijk overal. De wegen zijn er prima, net als de bewegwijzering (Engels), ook naar de bezienswaardigheden. Zowel Syrië als Jordanië zijn behoorlijk toeristisch en dat kan je ook goed merken aan het groot aantal verschillende beschikbare reisgidsen, die zeer actueel zijn. De dagelijkse boodschappen zullen net als in Syrië bij elkaar gesprokkeld moeten worden uit diverse klein winkeltjes en markten. Ook voor Jordanië zijn van te voren geen speciale documenten nodig.


Israël

Een gecompliceerd land met een bijna West-Europese infrastructuur en prijzen. Alles wat we hier in de supermarkt kunnen vinden is in Israël ook te koop. De wegen zijn prima, de bewegwijzering bijna overcompleet (Engels) en de brandstof duur, 20 % duurder dan bij ons. Landschappelijk zijn de Westbank, de Golan maar vooral de Negev prachtig, het westelijke laagland heeft weinig te bieden. Het aantal bezienswaardigheden kent geen grenzen en er is een prima regeling voor het bezoeken van de talloze nationale parken. Overnachten buiten de campings kan tot wegsturen leiden zonder dat een alternatief geboden wordt. Men is vooral heel erg bang voor de eigen veiligheid en dat is overal voelbaar in de houding van met name geüniformeerden, te beginnen bij de binnenkomst aan de grens. Ik ben blij dat we het gedaan hebben maar het komt nou niet direct op het lijstje van landen waar je even relaxed met je camper gaat rondtoeren. Voor Israël zijn geen speciale documenten of verzekeringen nodig.


Egypte

We waren er te kort om een totaalbeeld te vormen, wat echter duidelijk is dat waar de bevolking woont, in de Nijldelta en langs de Nijl, het ronduit ongelooflijk smerig is. De Sinai woestijn is prachtig net als de witte en zwarte woestijn. De wegen zijn ok, de bewegwijzering naar bezienswaardigheden is een drama, de doorgaande wegen beschikken wel over goede bewegwijzering (Engels). Voor Egypte heeft men een carnet de passage nodig, de rest is aan de grens te regelen, waaronder het Egyptische kenteken. Een aanbeveling kunnen doen voor de recent geopende ferryverbinding tussen Alexandrie en Venetie, prima!! Het maakt weer een heleboel kortere reizen naar deze streken mogelijk, zo kwamen we op de ferry Fransen tegen die gewoon even 2 weken naar Egypte zijn geweest.