Midden Oosten deel 3

Koerdische regio

Donderdag 30 september

Bij het passeren van de Georgisch/Turkse grens wordt een fout gemaakt met het visum, 3 mensen hebben al betaald voor een nieuw visum, terwijl we een multiple entry visum hebben voor 180 dagen. Als ik de beambte daar nog eens uitdrukkelijk op wijs, krijgen de anderen zonder morren hun geld weer terug. We zijn nu nog met 4 auto’s waarvan er dus 2 gerepareerd dienen te worden, hetgeen we in Kars hebben voorzien, de eerste grote plaats in Oost Turkije. Als we op weg zijn naar Ani, een complex aan de Armeense grens waar we willen overnachten, valt er nog een auto uit, een volledig aan diggelen geslagen koppeling. De lamme helpt de blinde, we zoeken een garage die eea kan repareren en de auto met gebroken schokbreker sleept de auto met kapotte koppeling naar de plaatselijke Ford dealer, die eerder niet in staat bleek het kruiskoppeling probleem van de andere Ford te verhelpen. Tegen de schemer rijden we met ruim 100  km/h naar Ani onder achterlating van 1 auto. We slapen daar aan de muren van het fort dat we de volgende ochtend bezoeken.
 
 
Aangezien er geen hotel is moet er wat met bedden geschoven worden. Jolanda kookt voor het hele gezelschap en we zitten er buiten van te genieten, zij het in het donker want om 18.30 is het hier in Turkije donker, terwijl het in Armenie waar we net vandaan komen en dat hier hemelsbreed 2 km vandaan ligt 2 uren later is. Hemelsbreeed staan we overigens slechts 10 km van het fort waar we de laatste overnachting in Armenie hadden, we hebben inmidels wel bijna 600 km op de teller staan om aan deze kant te komen. Wat opvalt is dat de dorpen in deze streek grotendeels bestaan uit steengestapelde huizen met een plaggendak, dat de mensen stoken op gedroogde koeienstront en hooistapels naast de deur hebben die 3x zo hoog zijn als hun huis. Met regio bedoel ik in deze bergstreek onafhankelijk van het land.
 
Oude overgang Armenië/Turkije:
 
 
Als we Ani bezoeken worden er voorbereidingen getroffen voor een politieke bijeenkomst, het hele complex wordt afgezet met politie en militairen. Het blijkt een verkiezingsbijeenkomst waarbij ook een gebedsdienst is voorzien in een van de kathedralen in het Ani complex en niet in de moskee, die is naamelijk te klein, vreemde gewaarwording. Terug naar Kars, blijkt de koppeling bij gebrek aan onderdelen niet klaar, we laten de schokbreker en koppeling equipe achter in Kars en rijden naar het Koerdische Dogubayazit. De route er heen is geweldig mooi en voert langs de Armeense grens en de andere kant van de Ararat. Dogubayazit ligt politiek gezien ook weer op een onmogelijke plek, hier is Turkije verbonden met de in Armenie liggende Azerbeidjaanse exclave Nakhchivan, de doorgaande weg naar Iran en bovendien is de meerderheid van de bevolking Koerd. Morgen Ishak Pasha Saray bezoeken, een sprookjes achtig kateel met een bewogen geschiedenis dat vlak boven ons op de berg ligt. Morgen begint daar ook een opera festival, kijken of we daar een graantje van mee kunnen pikken. De camping waar we staan wordt gedreven door eeen Nederlander, we worden uitgenodigd op de thee en laten ons de plaatselijke (politieke) situatie nog eens uitleggen. ‘s Avonds eten we in een grote tent met live muziek. De gasten bestaan uit zowel Turken als Koerden. Hele families bezoeken de camping waar ook voor dagrecreanten voorzieningen zijn, meestal brengen zij tassen vol eten mee en materiaal om te bbqen. De volgende dag besluiten we tot een rustdag, een beetje de indrukken verwerken, beetje rommelen en vast wat voorbereiden voor het volgende deel van de reis, door Syrie en Jordanie. Ook die dag wordt het weer een gezellige boel met vele Koerdische en Turkse families die hier ondanks de spanningen gemoedelijk met elkaar een dagje ontspannen, terwijl het leger overal op straat aanwezig is met commando wagens en tanks. In de middag bezoeken we het kasteel en maken nog een klein tochtje door de bergen over een mooi aangelegde gravelweg, schitterende vergezichten en hele primitieve dorpen vallen ons ten deel.
 

Zondag 3 oktober.

We gaan op weg naar het Van meer, het weer is omgeslagen en op de passen die we moeten passeren regent en waait het bij een temp van ongeveer 7 graden. Omdat dit een vulkanisch gebied is met enorme lavavelden doet het bij dit weer wel een beetje aan het zuiden van IJsland denken. Buiten veel militaire controleposten is er verder over de route niet veel te melden, het kasteel in Van laten we vanwege het weer voor wat het is. Aan het einde van de middag voegen de anderen zich weer bij ons zodat we morgen een boot huren om naar het eiland Akdama te varen waar zich een Armeense kerk bevindt, die toch weer een heel andere bouwstijl heeft dan de eerdere Armeens kerken die we gezien hebben. Vooral de buitenzijde laat door zijn versieringen een mooie indruk achter. Sinds een paar maanden mag de kerk ook weer voor diensten gebruikt worden en zoals we 2 dagen eerder op tv zagen, worden die druk bezocht.
 
 
Het weer is nog steeds grillig en de lucht is geel van het woestijnzand dat komt aanwaaien uit Irak en Iran. De hele middag rijden we dus in een stoffige mist tot aan de kratermeren van de Nemrut Dagi. Daar rijden we door tot in een krater waarin zich een meer bevindt waar water van zo’n 50 graden instroomt. Omdat we in de krater staan met de auto’s en daar ook overnachten, zijn we goed beschut tegen de wind. Er is een soort kleine niet bewaakte camping, de Koerdische eigenaar gaat ’s nachts naar Ahpat, een 20 km verderop gelegen dorp waar hij woont. Bij aankomst krijgen we gelijk thee aangeboden en we kletsen wat met hem af. Hij laat ons een Ijskoud spelonkje zien dat hij icecave noemt, ijs hebben we niet kunnen ontdekken. Wat wel bijzonder is, is dat er vlak naast een spelonkje zit waar nog stoom uit komt. Ik voetbal wat met zijn 4-jarige kleinzoon en als hij vertrekt mogen we vooral niet betalen en in de avond mogen we het kleine primitieve gebouwtje gebruiken om met elkaar warm te zitten en te eten. Loek heeft zichzelf een kookbeurt toegewezen en dat mag hier natuurlijk niet onvermeld blijven.
 
 
We zijn in dit beschermde natuurgebied de enige gasten, of toch niet............We gaan allemaal op tijd naar bed, maar om 23.30 word ik wakker van een plotseling licht. Als ik uit het raam kijk zie ik een soort commando wagen (eerste gedachte) met een groot zoeklicht op dak, even later zie ik er 2 gewapende mannen voor uit lopen, die bovendien beginnen te schieten. Opgesloten in een krater, doodlopende weg, Koerdische regio, gewapend volk...........afstand tot onze auto’s inmiddels geslonken tot 50 meter, hmmm. Echt bang was ik niet maar om te beweren dat ik op m’n gemak was is ook niet juist. Tot mijn opluchting zie ik dat het stropers zijn die een groot geelachtig dier hebben geschoten dat in een, bij nader inzien, stationcar wordt geladen. Ze rijden verder maar aangezien de weg dood loopt komen ze ook weer terug, met zoeklicht en al speuren ze de omgeving verder af. Ik blijf het volgen en zie dat ze halverwege de terugweg langs het kleine warme kratermeertje, op zo’n 250 meter bij ons vandaan blijven staan. Alle lichten worden gedoofd en ik zie ze met zaklantaarn langzaam in onze richting komen. Stropers blijven natuurlijk gewapende criminelen, dus ik blijf het volgen en begin met een wegrijd plan te ontwikkelen. Net als ik iedereen wil wekken, druipen ze toch af. Na een half uurtje val ik weer in slaap. Onderzoek de volgende ochtend levert ons de patroonhulzen, bloedsporen, pootafdrukken en haar van een katachtige op. Aangezien ik heb gezien hoeveel moeite het kostte het dode beest in auto te laden en zodoende ook de afmeting goed heb kunnen waarnemen, moet je ongeveer denken aan een dier van 40 tot 60 kilo met een uitgestrekte lengte van 1,50 meter. We lopen nog wat rond, rijden nog even naar het grote cikkelvormige kratermeer dat de calderon voor een groot deel vult en dalen dan weer af naar Tatvan waar ik bij een Ford garage zelf maar even de touwtjes in handen neem om het cardanprobleem van een van de Fords te tackelen. Een uurtje werk en veel contact met de vriendelijke Koerdische familie die eigenaar is van dit splinternieuwe bedrijf met verschillende filialen, brengt de oplossing zonder dat de benodigde onderdelen voorradig zijn.
 
Onze uitgedunde caravaan trekt deels via Hassankeyf (grotwoningen en brug over de Tigris) verder naar het Gabriel-klooster. Als verblijfplaats op zich al bijzonder om binnen de kloostermuren te staan van dit complex dat aan de Syrisch Orthodoxe kerk behoort. Nog unieker wordt het als we aangesproken worden door 1 van de 4 monniken in perfekt Nederlands!!
 

Hij blijkt uit Enschede te komen, een van de Nederlandse steden met een grote Christelijke Koerdische gemeenschap in Nederland. De afgelopen tien jaar heeft hij in Syrie gewoond en besloten monnik te worden, sinds een klein jaar maakt hij deel uit van dit klooster waar ook een bisschop, 14 nonnen en 20 leerlingen wonen. We worden uitgenodigd om de ochtenddienst bij te wonen, om 4.30 wel te verstaan! Het wordt een onvergetelijke ervaring, die wordt afgesloten met koffie en thee waarbij we de gelegenheid hebben te discussieren met de Deken van de gemeenschap. Het kloosterontbijt slaan we af want de gastvrijheid neemt voor ons ongekende vormen aan. We spreken om 8.00 uur af met de NL-monnik en de bisschop en hebben met hen een zeer interessante discussie cq vragen uurtje voorafgaand aan de rondleiding door dit meer dan 1600 jaar oude klooster. De taal die gevoerd wordt is het Aramees, de taal van Jezus. De Syrisch Orthodoxe kerk beschouwt zich dan ook als de allereerste kerk ter wereld en verbindt dit direct aan het Aramees. Tijdens het gesprek blijken een heleboel dingen waaronder de moeilijkheden die (Koerdische) Christenen momenteel  ondervinden als gevolg van de nauwer wordende banden tussen Islam en de Turkse regering. Verder blijkt deze kerkgemeenschap open te staan voor alle Christenen, men heeft een heel erg open view, in tegestelling tot bijvoorbeeld de Armeense kerk, die op ons een zeer vernauwde indruk maakte. Het klooster is op indrukwekkende wijze gerestaureerd en een aanrader voor iedere bezoeker van Zuidoost Turkije. Een gesprek met de bisschop zal geen moeite kosten want iedere bezoeker wordt met open armen ontvangen. Mooi, als je je realiseert dat je je hier bevindt in Mesopotamie, het land tussen de Eufraat en de Tigris waar zich ook het paradijs bevond en het land waar Abraham woonde op weg naar Kanaän..
 

Je ervaart hier overigens overal dat Koerden trots zijn op hun afkomst, als ze je begroeten , zeggen ze er gelijk bij dat ze Koerd zijn. Uiterst vriendelijke en gastvrije mensen waar we in het westen nogal gemengd tegenaan kijken. We hebben verschillenden toeristen gezien die zich in Koerdisch gebied lieten begeleiden door gewapende Turkse gidsen, met pistool open en bloot. Na het Gabrielklooster rijden we naar Mardin, waar we een paar uur door dit tegen een zuiver ronde berg geplakte stadje dwalen. We bezoeken de levendige bazaar, heel wat plezieriger dan een marokkaanse souk, niemand dringt je wat op, iedereen zegt je vriendelijk gedag, weer eens wat anders dan aaaaaaaaahhhhhhhhhh Holland, kijken kijken, niks kopen. Na een terrasje (zonder alcohol) een bezoek aan de oude koraanschool en de oude karavaanserai, rijden we naar Dyarbakir, de onofficiele Koerdische hoofdstad met een miljoen inwoners. Ook hier weer een alcoholvrij terras. Morgen de stad bezoeken.

Donderdag 7 oktober

We lopen in de ochtend naar de zwarte stadsmuren die nog de gehele oude stad omsluiten en waarvan  men zegt dat het na de Chinese muur de meest volumineuse bestaande muur is. We maken met behulp van mijn Oregon (recreatie gps) een leuke wandeling door de nauwe steegjes die er allemaal op voor blijken te komen. Koerdische koffie (van noten) drinken we in het oude handelscentrum. De er tegenover liggende grote moskee blijkt gesloten, dan begint ons gekronkel door kleine steegjes en bazaars tot we bij de Behram moskee komen. Verder door hele nauwe passages naar de westkant van de stad waar een opgang de mogelijkheid biedt een stuk over de stadsmuur te lopen, een niet ongevaarlijke oefening. Dyarbakir is een hele sfeervolle stad waar je nog veel traditioneel geklede Koerden ziet maar ook de eerste Palestijnen.
 
 
Als we de stad verlaten slaat een grote steen een flinke ster in ons voorraam (2e deze reis), als ik het in de volgende stad wil laten repareren zet de glasspecialist een zuignap op het raam en begint te draaien, normaal om in het centrum van de ster een gaatje te boren waardoor de hars naar binnen kan. Hij blijkt echter van plan een cirkel met een diameter van een kleine 10 centimeter uit het raam te willen snijden om daar een nieuw stuk in te lijmen. Een waarschijnlijk onherstelbare ronde snijkras is het gevolg. Ik heb er geen vertrouwen in en neem afscheid, thuis maar een nieuw raam, deze heeft zo langzamerhand toch al zoveel reparatie plekken dat het wel eens tijd wordt. We rijden verder zuidwaarts door de Mesopothamische vlakte, komen langs de vliegbasis van waaruit de VS tijdens de oorlog op Iraq vloog en eindigen in Harran waar Abraham gewoond zou hebben. Een dorp met veel zogenaamde bijenkorfwoningen en nog veel meer toeristen. Morgen hier even rondsnuffelen voor de eerste bussen arriveren, dan wat rommelen, dit verslag schrijven en de Syrische grens over die hier maar 15 km vandaan ligt. Hier in Harran wordt overigens Arabisch gesproken. Volgens plan nemen we afscheid van een van de deelnemers die de reis terug via Turkije maakt en wij gaan met 3 auto’s verder naar Syrië.
 
 

Syrië

Vrijdag 8 oktober

Om Syrie in te komen moet je natuurlijk eerst Turkije verlaten, daar begint gelijk een wonderlijk probleem. De beambte die de paspoorten controleert verklaart dat Virginia volgens de Turkse wet het land niet per auto mag verlaten. Als we hem laten zien dat ze 4 weken eerder ook het land per auto heeft verlaten aan de Georgische grens raakt hij in de knoop. Hij vernauwt de regel tot dat zij volgens de Turkse wet het land niet via deze grens mag verlaten. Ik vermoed dat hij op een overzicht heeft zitten kijken van voor dat Roemenië toetrad tot de EU en dat hij zijn fout niet wil toegeven. Hij doet zogenaamd zijn uiterste best om iets speciaals te regelen en na bijna een uur zet hij de benodigde exit stempel. Op de vraag of het vanaf nu voor een volgende keer wel of geen problemen zou opleveren om Turkije in of uit te reizen kwam het vage antwoord dat het via deze overgang geen probleem meer zou opleveren maar bij iedere andere wel.................. Lastig hoor om een foutje te bekennen. Roemenen hoeven zelfs helemaal geen visum te kopen aan de grens met Turkije, dat in tegenstelling tot wij Nederlanders. Dan op naar het Syrische loketten circus. Eerst naar de bank, visa betalen, verzekering betalen en dieseltax betalen, dan met de verschillenden betalingsbewijzen de betreffende procedures afhandelen. Weliswaar veel handelingen bij veel verschillende loketjes, maar iedereen werkt flink door en met een klein uur is alles voor elkaar en kunnen we zonder problemen verder, welkom in Syrie. We rijden tot aan het in het Assad stuwmeer gelegen kasteel Jabaar. Na het bezoek hebben we op een terras een levendig gesprek met een paar juristen en een paar rechten studenten. Wij hadden de zuidelijke route genomen via de Assad dam, een hele procedure voor buitenlanders om dat ding over te steken met paspoortcontrole, waar kom je vandaan en waar ga je heen etc etc. Allervriendelijkst overigens. We overnachten aan het meer om de volgende ochtend naar de woestijnkastelen Halabiyah en Zalabiyah te rijden.
 
 
Halabiyah (Zenobia) is de indrukwekkenste van de twee, je rijdt  tussen de muren door. Om beide te bezoeken moet je overigens over een smalle pontonbrug waarbij ook weer de nodige vragen.
 
 
We rijden door tot de opgravingen van Dura Europos waar we overnachten. We bezoeken de opgravingen in het oranje avondlicht, prachtig. Het is een gigantisch complex waar je uren in kunt rondwandelen en dat zich uitstrek tot aan de oever van de Eufraat.
 
 
De volgende morgen gaan we eerst verder richting Iraakse grens naar Tell Mari een complex uit de Mesopotamische tijd waar momenteel volop opgravingen plaats vinden. Er waren wel 10 teams van ieder 10 personen aan de gang. Het voormalig kasteel is al eerder blootgelegd en te bezoeken. We moeten de saaie weg evenwijdig aan de Eufraat weer 120 km tergrijden tot aan Dyir Ez Sur (wordt op wel 10 verschillende manieren gespeld) waar we het Archeologisch (nationaal) museum bezoeken, een voorbeeld van een goed ingericht museum, dat ook niet al te zeer geinteresseerden als ik toch weet te boeien.
 
 
Op deze weg overigens veel bussen uit Koeweit, die een verbinding dwars door Irak onderhouden tussen Koeweit en Damascus. Dan door naar Palmyra waar we op een campinkje overnachten aan de muur van de Baaltempel. We hebben op deze uiterst eenvoudig ingerichte plek heerlijk gegeten en lekker gezwommen in zwavelhoudend water.

Maandag 11 oktober

We besteden de hele dag aan het bezichtigen van Palmyra, voor mij normaal een verzoeking maar omdat hier nog zoveel echt overeind staat kost het me deze keer geen moeite. De tempels, de tombes het amphitheater, etc etc, je ziet er hier veel meer van dan waar dan ook in Griekenland. De volgende dag naar Crac des Chevaliers, een van de best bewaard gebleven en mooiste kruisridderburchten ter wereld. Onderweg probeer ik mijn fotoverzamling antieke vrachtwagens aan te vullen, dat kost hier in Syrie geen enkele moeite. Hoewel we natuurlijk pas een paar dagen hier zijn, valt er toch wel wat te concluderen; de mensen zijn uitermate vriendelijk, soms te,  je wilt wel eens even niet Welcom in Syria horen, het land is straatarm, het leger incluis, alles afgedankt Sovjet materiaal. Overal zie je nomaden, hetgeen vooral in deze tijd normaal is. Als de kuddes verplaatst moeten worden en de oogst moet worden binnengehaald wonen ook veel mensen die in de stad leven, tijdelijk gedurende enkele maanden weer in een tent.
 
 
We zijn  er nog niet aan toegekomen eens flink van een doorgaande route af te wijken en dat maakt het reizen hier wat saai, het zijn vooral vlakke uitgestrekte delen waar de hoofdwegen doorheen lopen. Vlakbij het Crac vinden we een mooie plek om te overnachten, met uitzicht op Libanon en de Middenlandse Zee. De volgende ochtend staat er met stenen op straat geschreven: hartelijk gefeliciteerd, Jolanda is jarig.
 
 
We spreken af dat we elkaar in ieder geval over 2 dagen in Aleppo zien. De komende 2 dagen rijden we namelijk langs een groot aantal wat minder makkelijk te vinden bezienswaardigheden en dan is het lastig om bij elkaar te blijven. Het blijkt een goede afspraak want hoewel we ’s avonds vlak bij elkaar staan, konden we elkaar toch niet vinden, ondanks door mij doorgegegven gps coordinaten. Hoe ik ook controleer de coordinaten zijn ok en wat ik gesmst heb ook, ra ra r a. Als we de volgende dag de coordinaten vergelijken met degene die ze per sms hebben ontvangen blijkt er iets vreemds, de ontvangen cijferreeks blijkt heel anders dan de verzonden cijferreeks, terwijl de tekst wel 1 op1 is overgekomen. Vreemd, heel erg vreemd. Het enige dat we kunnen bedenken is dat ik, wat ik anders nooit doe, een slash heb gebruikt in de reeks als scheiding tussen noord en oost. Arabische cijfers zijn anders dan de onze, het enig dat overblijft is dat er een dubbele vertaalslag wordt gemaakt en dat de slash daarbij roet in het eten gooit. Als we het nog eens proberen blijkt inderdaad de slash eea te beinvloeden maar waarom precies?? Joost mag het weten. In het vervolg zonder slash in ieder geval.
 

Vanaf het Crac rijden we eerst naar het grieks Orthodoxe St George klooster, vooral de beide kerken daar met hun bijzondere iconastase maken indruk. Dan naar Donjon in Sefita, een toren die wit genoemd wordt en midden op een heuveltop in het centrum van Sefita staat, moeilijk per camper te bereiken. We slaan een bezoek dan ook over en horen later dat we behalve het uitzicht niet veel gemist hebben. Dan naar de Phoenisische opgravingen ten zuiden van Tartus aan de Middenlandse Zee. Vooral de tombes zijn de moeite en zijn bijzonder mooi gelegen. Vlak boven de tombes staan de Syrische tanks op zee gericht, je loopt bijna onder de lopen door. Suleyman laten we even voor wat het is en we gaan op zoek naar de Saladin burcht. We vinden een mooie plek met uitzicht op de burcht en besluiten er te blijven ondanks dat het pas 14.30 is. Uiteindelijk moeten we toch ook nog het verjaarspartijtje voortzetten.

Donderdag 14 oktober

Op weg naar de door verschillende mensen in hun verslagen als moeilijk te vinden omschreven dode steden Syrjilla en Al Barah, bezoeken we eerst Apamea, een opgraving waarbij de hoofdstraat van 2 kilometer die door de stad loopt nog volledig voorzien is van het originele 2000 jaar oude plaveisel waarop de sporen van de ijzeren wagenwielen nog te zien zijn. Tot onze verbazing staan de dode steden vanaf deze zijde heel goed en consequent aangegeven, waar die verhalen vandaan komen............wel goed op de spelling letten want ze worden, net als alle andere plaatsen op zeer veel verschillende wijzen gespeld.
 
 
Sommige van de 13 totaal verlaten steden zijn zeer goed bewaard gebleven, ondanks diverse aardbevingen. De reden dat de steden ooit zijn verlaten is nooit achterhaald. We eindigen de rit van vandaag in Aleppo, morgen een lummeldag!!!

Op zo’n lummeldag schrijf je dan bijvoorbeeld dit verslag, de was wordt gedaan, her en der wat schoonmaken en de dag is weer om. De volgende ochtend rijden we eerst naar de kathedraalburcht van Simeon, een monnik die in zijn tijd(450 ad) zo populair was dat hij de hele dag op een paal zat zodat de mensen hem niet langer konden aanraken. Na zijn overlijden is de kathedraal rond de laatste 14 meter hoge kolom gebouwd vanwaar Simeon de mensen antwoordde op hun vragen.
 
 
Dan naar de tempel met de grote voetafdrukken van Ain Dara en dan naar Aleppo zelf waar we een zeer uitgebreide lunch gebruiken op een dakterras alvorens we aan onze stadswandeling beginnen. Vooral de grote souq is de moeite, bij een schoenmakertje laat ik een van mijn broeksriemen repareren.
 

Zondag 17 oktober

We bezoeken op weg naar Damascus eerst de indrukwekkende opgravingen van Tell Mardikh, een door een kunstmatige heuvel omringde stad met slechts 1 toegangspoort. De opgravingen zijn nog in volle gang en tijdens ons bezoek wordt een grote vrijwel gave pot gevonden, een luid gejuich stijgt op onder de medewerkers. Van hier uit moeten we enig zoekwerk verrichten om het nieuwe museum Tibetl Imam te vinden waar men een van de allergrootste mozaieken ooit gevonden, heeft overkapt. Een zeer indrukwekkend exemplaar!! Dat de waterwielen in Hama wat tegenvielen was geen verrassing, we waren er op voorbereid, toch wel de moeite om er even langs te rijden en een bezoekje af te leggen. Meteen even geluncht op het terras van waar ze het beste te zien zijn..
 
 
We rijden door tot vlak voor Maalula waar we overnachten op een mooi plekje in de natuur zodat we morgen het dorp waar nog Aramees wordt gesproken kunnen bezoeken voor dat de toeristenstroom uit Damascus op gang komt. We bezoeken eerst de st Serge kapel, krijgen daar in alle vroegte van de enig daar wonende monnik een wijntje aangeboden.Dan door de kloof naar het st.Tekla klooster, dat vroeger verscholen in de kloof lag maar nu aan het dorp grenst en ook vanaf de andere kant per auto te bereiken is. Als we rond 10.00 uur het dorp verlaten is het er al vergeven van de busladingen vol met toeristen. Wij rijden dan weer voor deze meuthe uit naar Seydnaya, dat in de tijd van de kruisridders beschouwd werd als de heiligste plaats van het Christendom ter wereld op Jeruzalem na. Net als in het Tekla klooster vinden hier nog regelmatig wonderen plaats en om dat te staven staat de kapel vol met achtergelaten krukken en kunstbenen. Zowel Maalula als Seydnaya zijn bedevaartsoorden voor zowel Moslims als Christenen. Over een rustige weg komen we zo Damascus binnen aan de kant waar de camping ligt, vanaf deze kant dus makkelijk te bereiken, nou ja makkelijk, de straatjes zijn wel erg smal en op verschillende plaatsen moet de plaatselijke bevolking de electriciteitskabels omhoog houden om ons te kunnen laten passeren.

Dinsdag 19 oktober,

Met de taxi gaan we naar de stad waar we eerst wat rondlopen, Jolanda geeft twee gouden armbanden af bij een juwelier ter reparatie, vanaf 11.00 kunnen we die weer ophalen, prijs voor beide reparaties tezamen 7 euro!! De grote moskee gaat pas om 10.00 open, dus eerst koffie. We treffen een prachtig terras in de kleine door Zwitserland gedoneerde botanisch tuin. In allen straten zien we grote groepen pelgrims naar de moskee trekken, als we die dan ook zelf bezoeken zit het er vol mee. Iedere groep brengt zijn eigen voorganger of Imam mee die dan met zijn groep plaatst neemt ergens in de moskee die als 2e belangrijkste in de wereld geldt. Deze voorganger van wie de toehoorders duidelijk zijn gescheiden in mannen en vrouwen houden zeer opzwepende toespraken die uiteindelijk het hele gezelschap in huilen doet uitbarsten. Je kunt er overigens vrijelijk tussendoorlopen en filmen/fotograferen.
 
 
In andere hoeken van de moskee liggen mensen te slapen of lezen de Koran of de Lonely planet. Dat kan allemaal tegelijkertijd op een zeer gemoedelijke manier, daar kan wat van geleerd worden!!  Bij de Schrijn van Houssein is het een drukte van belang, men verdringt elkaar zowat. De tombe van Johannes de doper staat in de moskee, die vroeger een kathedraal was. Toegang tot de moskee geeft ook toegang tot de tombe van Saladin, de strijder van Koerdische afkomst. Het oude Damascus huisvest vele schitterende oude huizen met grote binnenplaatsen, in een ervan gaan we lunchen. Daarna houden we de souqs voor gezien en keren terug naar de camping, nadat we eerst de armbanden hebben opgehaald natuurlijk. Woensdag rijden we in alle vroegte Damascus uit naar het zuiden richting Bosra dat we pas morgen zullen bezoeken om ook daar niet overlopen te worden door het massatoerisme. We bezoeken de oude ruinesteden Philippopolis, Qanawat en Suweida, alle gebouwd van grote zware zwarte basaltblokken. Ook de bijbehorende musea vereren we met een bezoek, vooral vanwege de mozaieken. Vroeg in de middag strijken we neer tussen de bedoeinen, waar we de nacht doorbrengen. Uiteraard leggen we contact met de families maar dat verloopt erg moeizaam, het wordt een middagje gebarentaal. Het is heel lastig om te begrijpen of je nu wel of geen foto mag maken of je uitgenodigd of juist weggewoven wordt, hun mimiek en handgebaren zijn totaal verschillend van de onze.
 
 
Morgen naar Bosra om een van de best bewaarde amphithetaters te bekijken en dan de grens over naar Jordanië.